Voortplanting
Faunavervalsing.
De problemen door faunavervalsing ontstaan doordat
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3
NVON
cc-by-sa-40
Faunavervalsing.
De problemen door faunavervalsing ontstaan doordat
Kiemrust
Kiemrust is
Kiemende tomatenzaden.
Een tomatenzaadje kiemt wanneer het door een varken is uitgepoept. Zaadjes die in de winkel zijn gekocht kiemen ook.
Welke conclusie kan worden getrokken?
Kiemende bessenzaden.
Een bessenzaadje kiemt wanneer het door een vogel is uitgepoept. Bessenzaadjes die in vogelpoep zijn gestopt kiemen niet.
Welke conclusie kan worden getrokken?
Verspreiding van vruchten en zaden.
Zie figuur B 3451 van de bijlage.
Op welke manieren worden de vruchten en zaden van de afbeelding verspreid?
afbeelding
Vocht uit klieren van de man.
Zie figuur B 2086 van de bijlage.
Sperma bevat, behalve zaadcellen, vooral vocht uit twee klieren. In de afbeelding zijn schematisch onder andere de voortplantingsorganen van een man weergegeven.
Vul de namen van de andere klier in. Zet achter elke naam het cijfer waarmee deze klier in de afbeelding is aangegeven.
(Begin met het laagste nummer!)
Klier: [invulveld] cijfer: [invulveld]
Klier: [invulveld] cijfer: [invulveld]
afbeelding
1/3 De Grove den.
Zie figuur B 1960 van de bijlage.
In de afbeelding geven de tekeningen P en R takjes van de Grove den weer. Deze takjes zitten aan dezelfde boom. In tekening P is een vrouwelijke kegel (bloeiwijze) (1) aangegeven, die kan uitgroeien tot een dennenappel (2) die uit schubben bestaat. Op iedere schub zitten twee zaden. Tekening Q geeft zo'n schub (3) met twee zaden (5) weer. Aan elk zaad zit een lange vliezige vleugel (4).
Op het takje van tekening R bevinden zich meeldraadbloemen (6) die grote hoeveelheden stuifmeel produceren. Tekening S geeft een stuifmeelkorrel weer, waaraan zich grote luchtblazen bevinden.
Uit welk deel kan een nieuwe den groeien als je het in de grond stopt?
afbeelding
2/3 De Grove den.
Zie figuur B 1960 van de bijlage.
Eekhoorntjes knagen vaak de dennenappels af. Zo komen ze aan voedsel met eiwit en vet.
Welk van de in tekening Q aangegeven delen eten ze dan op?
afbeelding
3/3 De Grove den.
Zie figuur B 1960 van de bijlage.
Worden de stuifmeelkorrels van de Grove den door de wind verspreid?
Worden de zaden van de Grove den door de wind verspreid?
afbeelding
1/5 Bloeiend graan.
Zie figuur B 889 van de bijlage.
De afbeelding stelt een bloempje van rogge voor.
De bloemen van rogge zijn klein en onopvallend van kleur.
Wordt een helmknop aangegeven met 1, met 2 of met 3?
Wordt een eicel gevormd in deel 1, in deel 2 of in deel 3?
afbeelding
afbeelding
2/5 Bloeiend graan.
Zie figuur B 889 van de bijlage.
Komen bij bestuiving de stuifmeelkorrels terecht op deel 1, op deel 2 of op deel 3?
afbeelding
3/5 Bloeiend graan.
Zie figuur B 889 van de bijlage.
Is één eicel voldoende voor de vorming van een roggezaad?
En één stuifmeelkorrel?
Voor de vorming van één roggezaad zijn
afbeelding
4/5 Bloeiend graan.
Zie figuur B 889 van de bijlage.
Kan een zaad ontstaan in deel 1, in deel 2 of in deel 3?
afbeelding
5/5 Bloeiend graan.
Zie figuur B 889 van de bijlage.
Vindt bij rogge insectenbestuiving plaats of windbestuiving?
Zullen de bloempjes nectar (een zoete vloeistof) bevatten?
1/2 Een erwtenplant.
Zie figuur B 3761 van de bijlage.
In de afbeelding is een erwtenplant weergegeven. De vruchten van een erwtenplant worden ‘peulen' genoemd.
Op de peul is nog een rest van de bloem aangegeven.
Hoe heet het deel van de bloem waarvan deze rest afkomstig is? het/de [invulveld]
afbeelding
1/4 Een bloem.
Zie figuur B 863 van de bijlage.
De tekening geeft schematisch een deel van een bloem weer.
Is in deze bloem alleen maar kruisbestuiving mogelijk, is alleen maar zelfbestuiving mogelijk of zijn beide typen bestuiving mogelijk?
afbeelding
2/4 Een bloem.
Zie figuur B 863 van de bijlage.
Is in de tekening te zien dat in de bloem bestuiving heeft plaatsgevonden?
En bevruchting?
afbeelding
afbeelding
3/4 Een bloem.
Zie figuur B 863 van de bijlage.
Waar bevindt zich na zaadvorming het zaad?
afbeelding
4/4 Een bloem.
Op welke twee manieren zijn planten in staat om zelfbestuiving te voorkomen? Leg je antwoord uit.