Oefentoets Biologie: Genetica - dihybried | HAVO 4/HAVO 5 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetica

Oogkleur.
Zie figuur B 508 van de bijlage.

Hoewel het een vereenvoudiging van de werkelijkheid is, kan gesteld worden dat bij de mens het allel voor bruine oogkleur dominant is over dat voor blauwe oogkleur en dat het allel voor sluik haar dominant is over dat voor krullend haar.
De genen voor oogkleur en haartype zijn niet gekoppeld en niet X-chromosomaal.

In de stamboom, figuur B 508, zijn de fenotypen van een aantal personen weergegeven.

Kan persoon Q blauwe ogen hebben?
En krullend haar?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Genotypen.

Een mannetje en een vrouwtje van een bepaalde zoogdiersoort die beide het genotype EeFf hebben, krijgen samen nakomelingen.
De betrokken genen zijn niet gekoppeld.

Hoeveel verschillende genotypen met betrekking tot deze genen kunnen bij de nakomelingen voorkomen?

Genetica

Erfelijke doofheid.

Sommige vormen van doofheid bij zoogdieren zijn erfelijk.
Voor de vorming van een normaal gehoororgaan komt bij de hond een dominant allel E voor. Honden met het genotype ee zijn doof.
Voor de vorming van een normale gehoorzenuw komt een dominant allel F voor. De honden met het genotype ff zijn eveneens doof.
De genen zijn niet gekoppeld en niet X-chromosomaal.
Er wordt een doof jong geboren, terwijl het ouderpaar niet doof is.

Uit welke van de onderstaande kruisingen kan dit dove jong geboren zijn?

Genetica

Planten kruisen.
Zie figuur B 1711 van de bijlage.

In de figuur staan de kiemplanten van de variëteiten I en II van één plantensoort.
De plant van variëteit I vertoont voor beide eigenschappen de dominante aanleg. Als men later beide planten met elkaar kruist, vertoont de volgende generatie kiemplanten de reeds genoemde combinaties van eigenschappen.
Bovendien vertoont deze generatie de combinaties: blauwe stengel met gave bladeren en groene stengel met ingesneden bladeren.

Welk van onderstaande beweringen over de erfelijke aanleg van de planten I en II is juist?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een dihybride kruising.

Bij welke van onderstaande dihybride kruisingen is de kans het grootst dat de nakomelingen voor beide betrokken eigenschappen heterozygoot zijn?

Genetica

Een dihybride kruising.

Een plant heeft het genotype QqRr. De betrokken genen zijn niet gekoppeld.

Hoe groot is de kans dat een stuifmeelkorrel van deze plant tegelijkertijd het allel q en het allel R bevat?

Genetica

Veren bij hoenders.

Bij hoenders wordt de kleur van het verenpakket bepaald door twee allelenparen. Het dominante allel R veroorzaakt een gekleurd verenkleed. Het recessieve allel r veroorzaakt een wit verenkleed. Het dominante allel Q veroorzaakt blokkering van de werking van allel R (verenkleed wordt dan wit). Het recessieve allel q veroorzaakt geen blokkering. De allelen R en r liggen in een ander chromosoom dan de allelen Q en q.
Een kip met het genotype QQRR wordt gekruist met een haan met het genotype qqrr. Hun nakomelingen (F2 ) worden onderling verder gefokt.

Welk deel van de volwassen nakomelingen in de F2 zal, naar verwachting, een gekleurd verenkleed hebben?

Genetica

Tomaten.

Bij de tomaat is het allel E voor enkelvoudige bloeiwijze dominant over het allel e voor samengestelde bloeiwijze. Het allel R voor ingesneden bladrand is dominant over het allel r voor gave bladrand.
Een plant met een enkelvoudige bloeiwijze en ingesneden bladeren wordt gekruist met een plant met een samengestelde bloeiwijze en gave bladeren. Van de nakomelingen heeft 50% een enkelvoudige bloeiwijze en ingesneden bladeren en 50% een samengestelde bloeiwijze en gave bladeren.

Is het genotype van de ouderplant met de enkelvoudige bloeiwijze en de ingesneden bladeren EERr of EeRr?
Zijn de genen voor bloeiwijze en voor vorm van de bladrand gekoppeld?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Fruitvliegen.

Een fruitvlieg met een grijs lichaam en normale vleugels wordt gekruist met een fruitvlieg met een zwart lichaam en rudimentaire vleugels. De genen voor lichaamskleur en vleugellengte zijn en blijven gekoppeld.
Alle F1 -individuen hebben een grijs lichaam en normale vleugels. Deze F1 -individuen paren onderling.

Hoeveel verschillende genotypen met betrekking tot deze eigenschappen komen er voor in de F2 ?

Genetica

Een dihybride hondenkruising.

Bij honden is het allel voor donkerbruine haarkleur (E) dominant over het allel voor witte haarkleur (e). Het allel voor kort haar (F) is dominant over het allel voor lang haar (f). Een aantal malen worden donkerbruine, kortharige dieren, die allemaal hetzelfde genotype hebben, gekruist met witte, kortharige dieren. De fenotypen van de nakomelingen met hun aantallen staan in onderstaande tabel.

afbeeldingafbeelding

Welke zijn de genotypen van de ouderparen?

Genetica

Cockerspaniël.

Bij het hondenras Cockerspaniël wordt een effen vacht veroorzaakt door een dominant allel (E) en een witgevlekte vacht door een recessief allel (e). Een zwarte vacht wordt veroorzaakt door een dominant allel (F) en een rode vacht door een recessief allel (f).
Een effen rood mannetje en een zwart-wit gevlekt vrouwtje krijgen een nest jongen van de volgende samenstelling:

1 effen zwart,
1 effen rood,
1 zwart-wit gevlekt,
2 rood-wit gevlekt.

Welk genotype heeft de effen rode vader van deze jongen?
En welk genotype heeft de zwart-witte moeder?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Bananenvliegjes.

Bij bananenvliegjes is het allel Q dominant over het allel q. Het allel R is dominant over het allel r. De genen zijn niet gekoppeld.

Bij welke van onderstaande kruisingen kunnen individuen ontstaan die homozygoot zijn voor beide recessieve allelen?

Genetica

Erwtenkruising.

Bij erwten is het allel voor paarse bloemen (E) dominant over dat voor witte bloemen (e). Het allel voor lange stengel (langstro, F) is dominant over dat voor korte stengel (kortstro, f). De betrokken genen voor bloemkleur en stengellengte zijn niet gekoppeld. De kruising EeFf x eeff kan nakomelingen opleveren, verdeeld over vier verschillende fenotypen.

Hoe zal naar verwachting de verhouding tussen de aantallen nakomelingen met elk fenotype zijn?

De verhouding paars-langstro : paars-kortstro : wit-langstro : wit-kortstro zal zijn

Genetica

Runderen.

Bij runderen wordt de kleur van de vacht bepaald door de allelen E en e; het patroon van de vacht (effen of bont) door de allelen F en f. De genen voor vachtkleur en patroon van de vacht liggen op verschillende chromosomen.
Vier roodbonte koeien worden geïnsemineerd met spermacellen van een zwarte effen stier. De koeien en de stier zijn alle homozygoot voor beide eigenschappen. Twee koeien krijgen elk een koekalf, de andere twee koeien krijgen elk een stierkalf. Alle vier de kalveren zijn zwart en effen.
Deze kalveren groeien op en paren onderling. Er ontstaat een nakomelingschap, die bestaat uit onder andere zwartbonte en rode effen kalveren.
Er wordt aangenomen dat er geen mutatie optreedt.

Welk genotype kan of welke genotypen kunnen voorkomen bij de zwartbonte kalveren in deze nakomelingschap?
En bij de rode effen kalveren?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Bananenvliegjes.

Bij bananenvliegjes is het allel voor een grijze lichaamskleur (G) dominant over dat voor een zwarte lichaamskleur (g). Het allel voor lange vleugels (F) is dominant over dat voor korte vleugels (f). Deze allelen zijn niet X-chromosomaal.
Een grijze vlieg met lange vleugels wordt gekruist met een grijze vlieg met korte vleugels.
De nakomelingschap bestaat uit de volgende individuen:

58 grijs, langvleugelig
56 grijs, kortvleugelig
18 zwart, langvleugelig
19 zwart, kortvleugelig

Wat zijn de genotypen van de ouders?

Genetica

Katten.

Bij katten is het allel voor effen zwarte vacht dominant over dat voor gevlekte vacht. Het allel voor kort haar is dominant over dat voor lang haar. De genen voor vachttekening en haarlengte zijn niet gekoppeld.
Een homozygote, effen zwarte, kortharige kater paart elk jaar met een gevlekte, langharige poes. Hun nakomelingen paren ook elk jaar met elkaar. Hieruit ontstaat de F2 .

Hoeveel verschillende fenotypen wat betreft de vachtkleur en de haarlengte kunnen theoretisch in deze F2 worden aangetroffen?

Genetica

Konijnen kruisen.

Men kruist een homozygoot zwart-ruwharig konijn met een wit-gladharig konijn. Het allel voor zwart haar is dominant over dat voor wit haar. Bij kruising van individuen uit de F1 , ontstaat een F2 , waarin ongeveer 75% van de nakomelingschap zwart-ruwharig is.

Welke van de onderstaande beweringen over het genotype van de ouders is hiermee in overeenstemming?

De allelen voor

Genetica

Geno- en fenotypen.

Een bepaalde plant heeft genotype EeFf. Allel E is gekoppeld met allel F. Deze plant vormt voortplantingscellen. De allelen blijven volledig gekoppeld.

Welk genotype of welke genotypen kunnen de voortplantingscellen hebben?

Genetica

Planten kruisen.

Een bepaalde zaadplant is heterozygoot voor twee eigenschappen. Het genotype is EeFf. Het dominante allel E is gekoppeld met het dominante allel F. Deze allelen blijven tijdens de vorming van de voortplantingscellen volledig gekoppeld.
Er treedt zelfbestuiving op, waarna talrijke nakomelingen ontstaan.

Welk deel van deze nakomelingschap heeft een fenotype dat is bepaald door beide dominante allelen?

Genetica

Rood haar met blanke huid.

Mensen met rood haar hebben veelal ook sproeten in een blanke huid.

Men zou dit kunnen verklaren als