Oefentoets Biologie: Ecologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 25

Ontdek de digitale toets over ecologie en biologie, gericht op studenten en professionals, met onderwerpen zoals de effectiviteit van het tTAV-gen in fruitvliegen, voedselwebben in de Waddenzee en populatiegrootte berekeningen van konijnen. Test je kennis en begrip van belangrijke ecologische concepten en relaties binnen verschillende ecosystemen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Effectiviteit van tTAV-gen in fruitvliegen

6/6 Insectenbestrijding.

Stel dat de fruitteler mee kan doen aan een experiment. Hij mag voor het tTAV-gen homozygote vliegen loslaten in zijn boomgaarden, waarin veel wild type Mediterrane fruitvliegen voorkomen. Zo kan nagegaan worden of deze fruitvliegenplaag op deze manier bestreden kan worden. De vele vliegen die hij loslaat zijn gekweekt op een voedingsbodem met tetracycline.
Tijdens en na het paringsseizoen blijken die zomer in zijn boomgaarden veel fruitvliegen dood te gaan aan hoge concentraties van het tTA-eiwit.

Welke fruitvliegen zullen dat op basis van de gegeven informatie zijn?

Voeding van de Duivelsnaaigaren plant

Duivelsnaaigaren.
Zie figuur B 5139 van de bijlage.

Duivelsnaaigaren is een plant zonder bladgroen.

Welke stof neemt deze plant op uit zijn gastheer?

afbeeldingafbeelding

Populatiegrootte van konijnen berekenen

Dichtheid van een populatie.
Zie figuur B 5145 van de bijlage.

Om de dichtheid te bepalen van een populatie konijnen bepaalt men de oppervlakte van hun leefgebied, vangt men er 1000 en geeft ze een merkje in hun oor. Daarna worden ze weer vrijgelaten.
Enige tijd later vangt men 3000 konijnen, waarvan er 60 een merk in hun oor hebben.

Wat is ongeveer de grootte van de populatie?
Die is ongeveer .

afbeeldingafbeelding

Voedselweb van de Waddenzee

Waddenzee.
Zie figuur B 5146 van de bijlage.

Hiernaast een voedselweb uit de Waddenzee.

Als we alle organismen per trofisch niveau zouden wegen, wat blijkt dan?

afbeeldingafbeelding

Producenten en hun energieprocessen

Producenten.

Producenten zijn organismen die

Consumenten in een voedselnet

Voedselnet.
Zie figuur B 5147 van de bijlage.

Hiernaast zie je een voedselnet.

Welk organisme in dit net is een consument van de 1e orde?

De .

afbeeldingafbeelding

Pioniervegetatie op een duintje

Pioniervegetatie.

De pioniersvegetatie op een pas gevormd duintje bestaat uit exemplaren van .

Voedselconcurrentie tussen spitsmuizen

Voedselconcurrentie.

Tussen bosspitsmuis en dwergspitsmuis, welke beide in een bos leven, komt in het voorjaar en de zomer voedselconcurrentie voor.

Men kan nu stellen dat de bosspitsmuis en de dwergspitsmuis in het voorjaar en de zomer

Ecologische nataliteit en S-curve

Fazantenpopulatie.
Zie figuur B 5152 van de bijlage.

Stel dat bij een fazantenpopulatie die in een bepaald gebied wordt uitgezet, de populatiegroei verloopt als een S-curve.

In welk deel van die curve nadert de ecologische nataliteit dan de maximale nataliteit?

afbeeldingafbeelding

Voedselketens van slootwaterorganismen

Piramide van aantallen.

Als men een piramide van aantallen maakt, welk van de volgende groepen van slootwaterorganismen vertoont dan een voortschrijdende afname in de achtereenvolgende stappen in de voedselketen?

Ecosystemen en Biodiversiteit

Biodiversiteit.

In welk ecosysteem komt de grootste biodiversiteit voor?

In een .

Relatie tussen ambrozijnkever en schimmels

Ambrozijnkever.
Zie figuur B 5163 van de bijlage.

Een ambrozijnkever graaft grote gaten in dood hout, maar kan dat hout niet verteren. In de gaten in het hout dringen schimmels door die wel slagen in die vertering, waarbij het hout uiteenvalt in een mengsel van organische en anorganische verbindingen.

Hoe noemt men de relatie tussen de ambrozijnkever en de schimmels?

afbeeldingafbeelding

Berekening van populatiegrootte

Populatiegrootte.

Van een populatie zijn 40 dieren gemerkt. Na een bepaalde tijd vangt men uit deze populatie 50 dieren, waarvan er 4 gemerkt zijn.

Hoe groot is de populatie?

dieren.

Relatie tussen parasiet en gastheer

Parasiet en gastheer.

Wat geldt meestal bij de relatie parasiet-gastheer?

Groep met grootste biomassa in voedselweb

Biomassa.

In welke groep vindt men de grootste biomassa in een voedselweb?

In de groep van de .

Groei van moerasandijvie in de Flevopolder

Moerasandijvie.
Zie figuur B 5167 van de bijlage.

Toen de Oostelijke Flevopolder werd drooggelegd, ontstond er een plotselinge en massale groei van moerasandijvie.

Waarvan is deze groei een voorbeeld?

Van .

afbeeldingafbeelding

Relaties tussen zuigvissen en haaien

Zuigvissen.
Zie figuur B 5168 van de bijlage.

Zuigvissen zitten, zonder schade aan te richten, aan de bek van een haai om voedselresten te bemachtigen.

Van welke relatie is hier sprake?

Van .

afbeeldingafbeelding

Successiestadium van varens en mossen

Varens en mossen op een muur.

Waarvan is het verschijnen van varens en mossen op een met korstmossen begroeide en verweerde muur een voorbeeld?

Van een .

Vogelsoorten: Habitat en Niche vergelijken

Twee vogels.

Grutto en tureluur komen beide in weilanden voor.

Wat kun je hieruit concluderen over deze vogelsoorten?

Energiebronnen in een ecosysteem

Ecosysteem.

Welke energiebron zorgt voor een constante kringloop en recycling van materialen in een ecosysteem?