Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 1

Deze oefentoets bevat 17 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

17

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie en plantenfysiologie

6/17 Jakobskruiskruid.

In een plantengids staat de volgende informatie over jakobskruiskruid.
Jakobskruiskruid is een tweejarige plant.
De zaadjes kiemen in het najaar en de plant vormt dan een rozet van bladeren.
In het tweede jaar groeit uit de rozet een lange stengel met bloemen, een bloeistengel. De kleine, gele bloemetjes staan heel dicht bij elkaar in een bloemhoofdje.
Als de plant door maaien wordt afgesneden of door insecten wordt kaal gevreten, kan de wortel weer uitgroeien tot een volledige plant. De plant sterft na de zaadvorming af.
Jakobskruiskruid komt vooral voor op plekken waar weinig andere plantensoorten groeien.
Uit de eigenschappen van de bloemen van jakobskruiskruid kan afgeleid worden dat ze bestoven worden door insecten.

Noem twee van zulke eigenschappen uit de informatie.

Plantenanatomie en plantenfysiologie

7/17 Jakobskruiskruid.
Zie figuur B 4661 van de bijlage.

In de afbeelding is een levercel weergegeven.
In de informatie staat dat levercellen worden beschadigd door de giftige stof die in het lichaam uit de PA's ontstaat.

Welke letter geeft het deel van de cel aan dat dan wordt beschadigd?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en plantenfysiologie

8/17 Jakobskruiskruid.
Zie figuur B 4659 van de bijlage.

Een paard eet jakobskruiskruid. Het gif dat in zijn lichaam ontstaat uit de PA's in de plant, komt onder andere in de uitgeademde lucht terecht (zie informatie 3).

Informatie 3Giftig
Jakobskruiskruid is zeer giftig voor veel zoogdieren. De plant bevat bepaalde stoffen die PA's worden genoemd. Als een dier jakobskruiskruid eet, worden de PA's in de dunne darm omgezet in een giftige stof. Dit gif komt met het bloed onder andere in de lever terecht en kan daar cellen beschadigen. Het meeste gif wordt uitgescheiden. Ook kan het gif vanuit het bloed in de longen terechtkomen en zo in de uitgeademde lucht.
In de afbeelding wordt schematisch de bloedsomloop van een paard weergegeven.
Het gif wordt van de plaats waar het ontstaat via de kortste weg met het bloed naar de longen gevoerd.

Stroomt het bloed met het gif dan door de grote bloedsomloop?
En stroomt het dan door de kleine bloedsomloop?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en plantenfysiologie

9/17 Jakobskruiskruid.

Een grazend paard herkent het jakobskruiskruid en laat het meestal staan (zie informatie 4). Er zijn dan vanuit zintuigen impulsen naar het centraal zenuwstelsel geleid. Deze impulsen zijn in een deel van de hersenen verwerkt tot bewuste waarnemingen.

Informatie 4Paarden en jakobskruiskruid
Paarden kunnen door rennen en spelen in de wei de begroeiing wegtrappen. Op die plaatsen kan jakobskruiskruid gaan groeien. Alleen bij gebrek aan ander voedsel eten paarden jakobskruiskruid. Paarden tasten met hun lippen de planten af. Met hun bovenlip kunnen ze goed voelen. Ze hebben ook tastharen op hun snuit en een goed smaakvermogen. Zo herkennen ze het jakobskruiskruid.
Wanneer jakobskruiskruid in hooi terechtkomt en verdroogt, kan een paard het niet meer herkennen. Als een paard 1% van zijn lichaamsgewicht aan gedroogd jakobskruiskruid eet, kan het al dodelijk zijn.

Via welke zenuwcellen zijn deze impulsen naar het centraal zenuwstelsel geleid?
En in welk deel van de hersenen zijn ze dan verwerkt tot bewuste waarnemingen?

Plantenanatomie en plantenfysiologie

10/17 Jakobskruiskruid.
Zie figuur B 4660 van de bijlage.

In de afbeelding wordt het verteringsstelsel van een paard weergegeven. De organen hebben dezelfde namen als de overeenkomstige organen van de mens.

Welke letter geeft het orgaan aan waarin volgens de informatie PA's worden omgezet in een giftige stof?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en plantenfysiologie

11/17 Jakobskruiskruid.

Een flinke stengel jakobskruiskruid weegt na drogen twintig gram.
Een bepaald paard is 500 kilogram zwaar.

Informatie 4Paarden en jakobskruiskruid
Paarden kunnen door rennen en spelen in de wei de begroeiing wegtrappen. Op die plaatsen kan jakobskruiskruid gaan groeien. Alleen bij gebrek aan ander voedsel eten paarden jakobskruiskruid. Paarden tasten met hun lippen de planten af. Met hun bovenlip kunnen ze goed voelen. Ze hebben ook tastharen op hun snuit en een goed smaakvermogen. Zo herkennen ze het jakobskruiskruid.
Wanneer jakobskruiskruid in hooi terechtkomt en verdroogt, kan een paard het niet meer herkennen. Als een paard 1% van zijn lichaamsgewicht aan gedroogd jakobskruiskruid eet, kan het al dodelijk zijn.

Hoeveel kilogram gedroogd jakobskruiskruid is volgens informatie 4 al dodelijk voor dit paard? [invulveld] kg
En uit hoeveel droge stengels van twintig gram bestaat deze hoeveelheid jakobskruiskruid? [invulveld] stuks

Plantenanatomie en plantenfysiologie

12/17 Jakobskruiskruid.

Marieke ziet dat in de wei waar haar paard staat, jakobskruiskruid groeit. Ze snijdt de planten tot de grond toe af.

Leg uit waardoor er na verloop van tijd toch weer jakobskruiskruid groeit in de wei.

Plantenanatomie en plantenfysiologie

13/17 Jakobskruiskruid.
Zie figuur A 1029 van de bijlage.

In de laatste periode van het rupsstadium van de sint-jakobsvlinder eet de rups niets meer. In het diagram van informatie 5 is te zien dat zijn gewicht dan afneemt.

Leg uit waardoor het gewicht van de rups afneemt, als hij niet meer eet.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en plantenfysiologie

14/17 Jakobskruiskruid.
Zie figuur A 1029 van de bijlage.

Na 26 dagen is de rups een pop geworden.

Hoeveel milligram is het gewicht dan volgens de informatie? [invulveld] mg

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en plantenfysiologie

15/17 Jakobskruiskruid.

Als er in een jaar erg veel rupsen zijn, worden er naar verhouding weinig poppen gevormd.

Leg uit waardoor dit wordt veroorzaakt.

Plantenanatomie en plantenfysiologie

16/17 Jakobskruiskruid.

Informatie 5.1
Het jakobskruiskruid is het voornaamste voedsel voor de rupsen van de sint-jakobsvlinder. Als zich op een plant veel rupsen bevinden, kunnen die de hele plant kaalvreten. Dit kan leiden tot voedselgebrek voor de rupsen. De PA's uit de plant zijn niet schadelijk voor de rupsen. De stoffen worden opgeslagen in het lichaam van de rupsen en dit heeft tot gevolg, dat ze niet gegeten worden door andere dieren. Als een jonge vogel zo'n rups probeert te eten, leert hij door de vieze smaak al snel om de zwart-geel gekleurde rupsen met rust te laten.
In de afbeelding wordt de levenscyclus van de sint-jakobsvlinder weergegeven. In de laatste periode van het rupsstadium eet de rups niet meer en verandert hij in een pop.

In informatie 5.1 staat dat jonge vogels leren om de rupsen van de sint-jakobsvlinder niet te eten.

Hoe wordt deze vorm van leren genoemd?

Plantenanatomie en plantenfysiologie

17/17 Jakobskruiskruid.

Jakobskruiskruid is in de negentiende eeuw per ongeluk vanuit Europa in Australië terechtgekomen. Door het ontbreken van natuurlijke vijanden heeft de plant zich daar snel uitgebreid tot een plaag. Men probeert de plant te bestrijden door natuurlijke vijanden uit Europa in Australië uit te zetten.

Informatie 5Natuurlijke vijanden

De sint-jakobsvlinder
Het jakobskruiskruid is het voornaamste voedsel voor de rupsen van de sint-jakobsvlinder. Als zich op een plant veel rupsen bevinden, kunnen die de hele plant kaalvreten. Dit kan leiden tot voedselgebrek voor de rupsen. De PA's uit de plant zijn niet schadelijk voor de rupsen. De stoffen worden opgeslagen in het lichaam van de rupsen en dit heeft tot gevolg, dat ze niet gegeten worden door andere dieren. Als een jonge vogel zo'n rups probeert te eten, leert hij door de vieze smaak al snel om de zwart-geel gekleurde rupsen met rust te laten.
In de afbeelding wordt de levenscyclus van de sint-jakobsvlinder weergegeven. In de laatste periode van het rupsstadium eet de rups niet meer en verandert hij in een pop.

De jakobskruidaardvlo
Dit kleine kevertje eet als het volwassen is van de bladeren van de rozet. De larven van de aardvlo knagen vooral aan de wortels. Deze raken hierdoor ernstig beschadigd en sterven vaak af voordat uit de rozet een volledige plant kan opgroeien.

In informatie 5 worden twee natuurlijke vijanden van de plant genoemd. Beide soorten insecten kunnen in Australië goed overleven.

Welke van deze twee soorten is het meest nadelig voor jakobskruiskruid? Leg je antwoord uit en gebruik daarbij de informatie.

Ecologie

1/3 De iep.

De iep is een boomsoort die goed tegen luchtverontreiniging kan. De iep is dan ook in veel steden aangeplant. De boom komt ook veel in de kuststreken voor, omdat hij goed bestand is tegen de zoute zeewind.
De iep bloeit in het voorjaar. De bloemblaadjes zijn groen en onopvallend. De bloem heeft vier tot tien meeldraden. De stamper heeft twee lange, veervormige stempels en een vruchtbeginsel met één zaadbeginsel. Enkele weken na de bestuiving komen er gevleugelde vruchtjes aan de boom.
De iepenziekte vormt een ernstige bedreiging voor iepen. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een schimmel die verspreid wordt door de iepenspintkever. Deze kever legt zijn eitjes in zieke iepen. Als de kever volwassen is, kruipt hij uit het hout van de zieke boom. Hij vliegt naar een andere iep om te eten van de
jonge takken. Zo kan de kever schimmelsporen naar een gezonde boom overbrengen.

Worden de bloemen van de iep bestoven door de wind of door insecten? Noem twee in de tekst genoemde kenmerken van de bloemen waaruit je dat kunt afleiden.

Plantenfysiologie

Prei en onkruid.

Leg uit dat de opbrengst aan prei slecht is als er veel onkruid tussen de preiplanten groeit.

Plantenfysiologie

Bestrijding van plagen.

Een groot probleem waar veel mensen in de wereld mee kampen, is het gebrek aan voedsel. En het feit dat één derde van de oogsten door plagen wordt aangetast, doet daar geen goed aan. Ook belemmeren andere planten de groei van gewassen. Jarenlang hebben mensen grote hoeveelheden chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt om plagen en andere planten te bestrijden.

Noem twee oorzaken waardoor andere planten de groei van voedingsgewassen bemoeilijken.

Plantenfysiologie

2/2 Vleesetende planten.

Voor de opbouw van welke voedingsstoffen gebruikt een plant nitraten?

Plantenfysiologie

Maïs.

Niet alleen kiemplanten van maïs zijn gevoelig voor kou. Wanneer begin september nachtvorst optreedt valt de opbrengst bij de oogst vaak tegen.

Geef voor deze tegenvallende opbrengst een verklaring.