Oefentoets Biologie: Gedrag - Agressie | HAVO 3/HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 6 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

6

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 3, HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag

2/2 Leeuwengedrag.

Samenhangende handelingen van een dier worden ondergebracht in gedragssystemen, bijvoorbeeld baltsgedrag, conflictgedrag, sociaal gedrag of territoriumgedrag.

Tot welk van de genoemde gedragssystemen behoort dit speelgedrag?

Gedrag

1/2 Vlaamse gaai.
Zie figuur B 1587 en figuur B 1588 van de bijlage.

Tussen twee Vlaamse gaaien in gevangenschap ontstaat een vaste dominantie-verhouding: de dominante gaai zal altijd het eerst gaan eten en door middel van dreighoudingen de ondergeschikte gaai van de voerbak weghouden (zie de afbeelding B 1587). Onderdeel van de dreighoudingen is het dreigend aankijken van de ander. Bij dit dreigend aankijken worden onderscheiden: dreigen met één oog (E) en dreigen met twee ogen (T). Dit kan gebeuren op kleine afstand (K) van de ander en op grotere afstand (G).

In de afbeelding B 1588 is weergegeven in gemiddeld hoeveel procent van de gevallen een ondergeschikte gaai weghipt als gevolg van de verschillende manieren van dreigen door een dominante gaai. Naar aanleiding van deze gegevens worden twee beweringen gedaan over het succes van het dreiggedrag:

1. Dreigen met twee ogen heeft bij een bepaalde afstand tussen de twee gaaien meer invloed dan dreigen met één oog.
2. Het aantal ogen waarmee wordt gedreigd heeft meer invloed dan de afstand tussen de twee gaaien.

Welke van deze beweringen is of zijn juist?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Gedrag

2/2 Vlaamse gaai.
Zie figuur A 320 van de bijlage.

Soms valt de dominante gaai aan, nadat hij een tijdje heeft gedreigd. De kans dat de dominante gaai aanvalt, hangt onder meer af van het gedrag van de ondergeschikte gaai. In de afbeelding A 320 is weergegeven in welk percentage van de gevallen de dominante gaai aanvalt als reactie op een bepaalde gedraging van de ondergeschikte gaai, na op een bepaalde manier te hebben gedreigd.
Uit het diagram van de afbeelding worden twee conclusies getrokken:

1. Het gaan eten door de ondergeschikte gaai veroorzaakt altijd een sterkere aanvalsneiging bij de dominante gaai dan het wegdraaien van de kop door de ondergeschikte gaai.
2. Een dominante gaai die op een bepaalde afstand met twee ogen dreigt, heeft een grotere motivatie om aan te vallen dan een gaai die met slechts één oog op die afstand dreigt.

Welke conclusie is of welke conclusies zijn in overeenstemming met de gegevens?

afbeeldingafbeelding



-

afbeeldingafbeelding

Gedrag

1/2 Vliegen maakt krekel agressief.

Chinese vechtkrekels die een duel hebben verloren, kunnen weer agressief worden gemaakt door ze een paar keer in de lucht te gooien of eventjes te laten vliegen. Deze oude Chinese wijsheid is onderzocht door twee biologen.
Een krekelgevecht begint ermee dat twee mannetjes een partijtje schermen met hun voelsprieten. Vervolgens worden de kaken ontbloot, tegen elkaar aan gezet en dan begint er een worstelwedstrijd. Die eindigt zodra een van beide partijen zich terugtrekt.
Een verslagen krekel is normaal gesproken een etmaal lang niet te porren voor een nieuw gevecht. In China wordt veel geld ingezet op krekelgevechten. Om de dieren snel weer klaar te stomen voor een nieuwe confrontatie, worden verliezers geschud en een paar maal in de lucht gegooid. Dan hebben de dieren in ruim de helft van de gevallen (56 procent) hernieuwde vechtbereidheid. Het is nog effectiever, de dieren even te laten vliegen. Tachtig procent wil dan wel weer de arena in voor een nieuw robbertje.
Iemand stelt een protocol (een lijst met gedragselementen) op om een analyse te kunnen maken van het vechtgedrag van deze Chinese vechtkrekel.

Noem drie gedragselementen die in zo'n protocol kunnen voorkomen op grond van de gegevens in de inleiding.

Gedrag

2/2 Vliegen maakt krekel agressief.

Chinese vechtkrekels vechten altijd op dezelfde manier. Een onderzoeker formuleert de hypothese dat dit vechtgedrag erfelijk bepaald is en niet aangeleerd wordt.

Beschrijf een werkplan voor een experiment waarmee je dat kunt onderzoeken en geef aan bij welk resultaat deze hypothese wordt bevestigd.

Gedrag

Het vrouwtje van Bakkum.
Zie figuur C 310 van de bijlage.

De grote bonte specht is, anders dan zijn naam doet vermoeden, veel kleiner dan de groene en de zwarte specht.

Leg aan de hand van de afbeelding uit waardoor de zwarte specht bij de slaapboom wel agressief gedrag vertoont ten opzichte van de groene specht maar niet ten opzichte van de grote bonte specht, als die gelijktijdig bij de slaapboom aankomt.

afbeeldingafbeelding