Oefentoets Biologie: Celleer | VWO 5/VWO 6 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Celleer

Organellen.
Zie figuur B 1304 van de bijlage.

In de afbeelding is een elektronenmicroscopische opname van een deel van een cel weergegeven. Een organel is met P aangegeven.
Vier processen zijn:

1. vorming van glucose uit CO2 en H2 O.
2. vorming van melkzuur uit pyrodruivenzuur.
3. afbraak van glucose tot pyrodruivenzuur.
4. afbraak van pyrodruivenzuur tot CO2 en H2 O.

Welke van deze processen vindt plaats in organel P?

afbeeldingafbeelding

Celleer

Organellen.

Een onderzoeker bekijkt een preparaat van een cel met behulp van een elektronenmicroscoop bij een vergroting van 5000x. Hij ziet onder andere de volgende organellen:

1. endoplasmatisch reticulum,
2. mitochondrium,
3. plastiden.

Op grond van de aanwezigheid van welk of welke van deze organellen kan hij met zekerheid zeggen dat hij een plantencel bekijkt?

Celleer

Organellen.
Zie figuur B 1265 van de bijlage.

In de afbeelding is een elektronenmicroscopische foto weergegeven van een deel van een cel van een dier.
Met P wordt een bepaald type organel aangegeven.
Over het type organel dat met P is aangegeven, worden twee beweringen gedaan:

I. Dit type organel komt niet voor bij planten met bladgroen.
II. Dit type organel komt bij dieren voor in alle lichaamscellen.

afbeeldingafbeelding

Celleer

Een cel.
Zie figuur B 1331 van de bijlage.

De foto in de afbeelding geeft een gedeelte van een zoogdiercel weer.
Vier plaatsen zijn aangegeven met cijfers.

Op welke van de aangegeven plaatsen is de hoeveelheid zuurstof in de levende cel het laagst?

afbeeldingafbeelding

Celleer

Functie celorganel.
Zie figuur A 4 van de bijlage.

De foto toont een elektronenmicroscopische opname van een organel (P).

Wat is de belangrijkste functie van dit organel?

afbeeldingafbeelding

Celleer

Celorganel.
Zie figuur A 4 van de bijlage.

De foto is een elektronenmicroscopische opname van een organel (P).

Wat is de belangrijkste functie van dit organel?

afbeeldingafbeelding

Celleer

Definitie organel.

Een organel is een deel van een cel met een bepaalde functie.

Is een darmvlok volgens deze definitie een organel?
En een trilhaar in de wand van de luchtpijp?

afbeeldingafbeelding

Celleer

Enzymen in organellen.

Cellen van het vulweefsel van het blad van een plant bevatten onder andere de volgende organellen: bladgroenkorrels, celmembranen, kernen en mitochondriën. Organellen kunnen enzymen bevatten, doordat deze zich in het organel of op de oppervlakte daarvan bevinden.

Welke van deze organellen bevatten enzymen?

Celleer

Organellen.

Organellen worden als volgt gedefinieerd: "Een organel is een deel van een cel met een bepaalde functie".
Bij een plant komen voor:

1. celmembraan;
2. celwand;
3. cuticula;
4. houtvat.

Welk van deze onderdelen is volgens de bovenstaande definitie een organel?

Celleer

Een mitochondrium.
Zie figuur A 51 van de bijlage.

De foto geeft een gedeelte van een cel weer.

Met welk cijfer is een mitochondrium aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Celleer

Organellen.

Chloroplasten en mitochondriën worden met elkaar vergeleken met betrekking tot de reacties die in deze organellen kunnen plaatsvinden. Hierover worden drie beweringen gedaan:

1. In beide typen organellen vinden reacties plaats, waarbij elektronen worden overgedragen;
2. In beide typen organellen wordt waterstof gebonden aan een co-enzym;
3. In beide typen organellen wordt ATP gevormd uit ADP en Pi .

Welke beweringen zijn juist?

Celleer

Een lysosoom.
Zie figuur B 1362 van de bijlage.

De afbeelding is een elektronenmicroscopische foto van een deel van een cel.

Met welk nummer is een lysosoom aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Celleer

Een organel.
Zie figuur B 1357 van de bijlage.

Van welk organel is de afbeelding een foto?

afbeeldingafbeelding

Celleer

Aërobe dissimilatie.

In welke van de hieronder genoemde organellen ontstaat bij aërobe dissimilatie kooldioxide?

Celleer

Amyloplasten.

Amyloplasten zijn

Celleer

Plastiden.

De plastiden die voorkomen in peentjes zijn

Celleer

Plastiden.

De volgende overgang vindt nooit plaats:

Celleer

Bloemkleur waterlelie.

De witte bloemkleur van een waterlelie wordt veroorzaakt door

Celleer

Plastiden.

Als bananen worden geplukt zijn ze groen. Als ze verkocht worden zijn ze meestal geel.

Welke verandering in de plastiden is hiervan de oorzaak?

Celleer

Plastiden.

Als een deel van een groeiende aardappel boven de grond uitkomt, kleurt dit deel groen.

Welke verandering in de plastiden is hiervan de oorzaak?