Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel - zenuwwerking | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 28 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

28

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

Prikkels boven en onder de de drempelwaarde.

Een zenuwcel wordt geprikkeld:

- in situatie 1 door een prikkel boven de drempelwaarde,
- in situatie 2 door een prikkel onder de drempelwaarde.

In welke van deze situaties verbruikt deze zenuwcel energie?

Zenuwstelsel

Impulsen in een zintuigcel.
Zie figuur B 2356 van de bijlage.

Een zintuigcel van een mens wordt geprikkeld. Als gevolg hiervan worden impulsen in een sensorische zenuwcel opgewekt.
Het verband tussen de prikkelsterkte en de frequentie van de opgewekte impulsen wordt weergegeven in één van de diagrammen van de afbeelding.

In welk diagram kan dit verband juist zijn weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een zenuwcel verbonden met spiervezels.
Zie figuur A 163 van de bijlage.

In de afbeelding geeft tekening 1 schematisch een zenuwcel van de mens weer die is verbonden met spiervezels.
Tekening 2 in de afbeelding is een schema van een aantal verbindingen in het ruggenmerg.
In dit schema is een aantal zenuwcellichamen en uitlopers aangegeven met letters.
Zenuwceluitloper T wordt onderbroken door een beschadiging.

Wordt daardoor een motorische of een sensorische zenuwceluitloper onderbroken of is dat niet uit de afbeelding op te maken?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een schakeling tussen drie zenuwcellen.
Zie figuur B 537 van de bijlage.

De afbeelding geeft een traject PQ weer waarin schematisch de schakeling tussen drie zenuwcellen is weergegeven. De pijl geeft de richting aan waarin impulsen worden doorgegeven.
Enkele delen van het lichaam van de mens zijn:

1. een buigspier van een arm,
2. de grijze stof van het ruggenmerg,
3. de witte stof van het ruggenmerg.

Binnen welk of binnen welke van de delen l, 2 en 3 kunnen impulsen zo'n traject PQ in zijn geheel doorlopen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Prikkelsterkte en impulsfrequentie.
Zie de figuren B 614 en C 7 van de bijlage.

Door kunstmatige prikkeling van een zenuwceluitloper kunnen impulsen worden opgewekt. Het diagram geeft voor een bepaalde zenuwceluitloper het verband weer tussen de prikkelsterkte en de impulsfrequentie.
Voor vier andere zenuwceluitlopers wordt dit verband eveneens bepaald.

Zie figuur C 7 van de bijlage.

In welk van de diagrammen A t/m D is het verband tussen de prikkelsterkte en de impulsfrequentie juist weergegeven voor een zenuwceluitloper met een lagere drempelwaarde?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Geblokkeerde impulsgeleiding in het ruggenmerg.

Bij een bepaalde patiënt is ter hoogte van de tiende borstwervel impulsgeleiding in de witte en in de grijze stof van het ruggenmerg niet mogelijk. Onderzocht wordt of de patiënt:

1. de kniepeesreflex nog kan vertonen;
2. prikkeling van koudezintuigcellen in de voet nog kan waarnemen;
3. zijn kuitspieren nog bewust kan samentrekken.

Wat kan de patiënt nog?

Zenuwstelsel

Sensorische zenuwcel & impulsen.

Een sensorische zenuwcel geleidt impulsen.

Deze impulsen verlopen van

Zenuwstelsel

Impulsenin een sensorische zenuwcel.
Zie figuur B 2323 van de bijlage.

De afbeelding stelt onder andere een sensorische zenuwcel van de mens voor. Twee uitlopers daarvan zijn aangeduid met S en T.

Deze zenuwcel geleidt impulsen van de huid naar het centrale zenuwstelsel.

In welke richting verlopen de impulsen dan in de uitlopers S en T?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsgeleiding.
Zie figuur A 48 de bijlage.

Tekening 1 geeft de ligging weer van een zenuw die bij de mens het ruggenmerg met een hand verbindt.
Tekening 2 geeft de bouw van deze zenuw weer ter hoogte van P.
Op de doorsnede zijn vele uitlopers van zenuwcellen zichtbaar. Deze uitlopers geleiden onder normale omstandigheden vele impulsen.

Wat is te zeggen over de richting waarin deze impulsen met betrekking tot het betreffende cellichaam verlopen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Handelingen kan leiden tot contractie.

Men kan door prikkeling van een zenuw een spier laten samentrekken.
Hieronder staan drie mogelijkheden om de zenuwcellen van een zenuw te prikkelen.

Dit kan gebeuren door

1. bepaalde stoffen op het celmembraan van de zenuwcel te laten inwerken.
2. de zenuwcel elektrisch te prikkelen.
3. het celmembraan van de zenuwcel mechanisch te prikkelen.

Welke van de bovenstaande handelingen kan leiden tot contractie van de spier?

Zenuwstelsel

Prikkels van toenemende sterkte.

Een zenuwcel krijgt prikkels van toenemende sterkte. Als tengevolge hiervan impulsen ontstaan, wordt de sterkte van deze impulsen gemeten.

Uit de metingen zal blijken dat bij toenemende prikkelsterkte de sterkte van de impuls

Zenuwstelsel

Over de werking van een zenuwcel.
Zie figuur B 329 van de bijlage.

Over de werking van een zenuwcel van een mens wordt het volgende beweerd.

Nadat een impuls punt P gepasseerd is

1. neemt de impulssterkte af;
2. neemt de geleidingssnelheid af;
3. neemt de prikkelbaarheid bij P toe.

Welke van deze beweringen is (zijn) juist?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een in sterkte toenemende prikkel.
Zie figuur B 337 van de bijlage.

Een zenuwcel krijgt een in sterkte toenemende prikkel boven de drempelwaarde toegediend.

Zal de impulssterkte in het axon gelijk blijven of toenemen?
En de impulsfrequentie?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsgeleiding & maximale impulsfrequentie.

Voor een bepaalde zenuwcel duren de actiefasen 1/500 sec.
Ook de herstelfasen duren 1/500 sec.

Hoe groot is de maximale impulsfrequentie in deze zenuwcel?

Zenuwstelsel

Impulsgeleiding & actiefasen en herstelfasen.

Bij impulsgeleiding worden actiefasen en herstelfasen onderscheiden.

Is de duur van de actiefase van één impuls afhankelijk van de prikkelsterkte?
En de duur van de herstelfase?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Typen zenuwcellen in een zenuwuitloper.

Drie typen zenuwcellen bij de mens zijn: motorische zenuwcellen, sensorische zenuwcellen en schakelcellen.

In een zenuw in een arm worden gewoonlijk impulsen in twee richtingen voortgeleid.

Van welke typen zenuwcellen komen er uitlopers in deze zenuw voor?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/6 Pijnbestrijding.

NIEUWE INZICHTEN EN TECHNIEKEN MAKEN BETERE BESTRIJDING MOGELIJK.

Pijn is het belangrijkste verschijnsel in de geneeskunde. Met toenemend succes zoeken medische wetenschap, industrie en overheid naar betere methoden om pijn te bestrijden of tenminste tot een leefbaar niveau terug te brengen. Toch is pijn belangrijk voor het leven. Het is een belangrijk signaal dat het lichaam gevaar loopt. Wee degene die geen pijn voelt.

Nooit meer pijn? De gedachte alleen al doet Ben Crul van het Academisch Ziekenhuis Nijmegen - een man die nota bene van pijnbestrijding zijn levenswerk heeft gemaakt, gruwen. "Pijn is leven," zegt hij, "het belangrijkste signaal dat het lichaam gevaar loopt, dat er maatregelen genomen moeten worden. Wee degene die geen pijn voelt, hem of haar is geen lang leven beschoren". Crul verwacht én hoopt dus niet dat het ooit mogelijk wordt een zo belangrijke lichaamsfunctie helemaal uit te bannen. Dat gezegd hebbende steekt hij enthousiast van wal over de nieuwe tijden die zijn aangebroken in de eeuwenoude geschiedenis van de pijn.
Tijden waarin de hoofdrol die pijn speelt eindelijk door de geneeskunde wordt erkend: "Pijn is eeuwenlang door medici beschouwd als niet meer dan één van de vele signalen naast hoest, koorts, bobbels, opgezette organen en dergelijke, dat er iets niet in orde is in het lichaam." Het móest dus een oorzaak hebben, en als die niet was te vinden, trok de arts zijn handen van de patiënt af en verwees hem naar de pastoor of dominee. Want dan was de pijn, het lijden, blijkbaar geen zaak meer van het lichaam maar van de ziel. "Die manier van denken, die onverschilligheid tegenover de pijn zèlf, los van de mogelijke oorzaak, kom je nog steeds vaak tegen in de geneeskunde. Hoe valt anders te verklaren dat er in de medische opleiding nauwelijks aandacht wordt besteed aan pijn en pijnbestrijding, en in de medische praktijk zeer veel mensen nodeloos pijn lijden?"
Twee groepen wil hij met name noemen: kankerpatiënten en mensen die een operatie hebben ondergaan.(...) Te veel kankerpatiënten in de laatste fase lijden even onnodige als ondraaglijke pijn omdat ze door de medische stand aan hun lot worden overgelaten. In een tijd waarin de angst voor pijn bij deze patiënten vaak groter was dan de angst voor de dood moet het mogelijk zijn om negen van de tien kankerpatiënten pijnvrij te houden.(...) De angst voor en onbekendheid met morfine is, volgens Peer Neeleman, hoofd pijnbestrijding van het Academisch Ziekenhuis Rotterdam, nog steeds het grootste obstakel in de behandeling van kankerpatiënten. (...)De revolutionaire ontdekking in de jaren tachtig dat morfine bij pijnpatiënten niet tot gewenning of verslaving leidt en evenmin tot de gevreesde ademnood en dus langdurig en ruimschoots mag worden voorgeschreven, dringt slechts moeizaam tot de medische stand door.
"Ik noem het de morfine-angst," zegt Neeleman, die tien jaar geleden in Groningen begon te experimenteren met morfinepompen buiten tegen het lichaam aan ('een zegen!') en nu enthousiast vertelt hoe hij zijn jongere patiënten voorziet van een onderhuids en op afstand bedienbaar morfinereservoir waardoor zij alles kunnen blijven doen. "Vrijen, zwemmen, zweten in de disco! Niemand hoeft meer te weten dat hij of zij een dodelijke ziekte onder de leden heeft." Het einde van de pijn is voor kankerpatiënten in zicht.(...)
Het is nog slechts een kwestie van tijd of pijn en kanker zijn, in negen van de tien gevallen, van elkaar losgekoppeld.(..)
Na eerst de gebrekkige pijnbestrijding bij kankerpatiënten aan de kaak te hebben gesteld, is Ben Crul uit Nijmegen zich vervolgens druk gaan maken over de onnodige pijn die patiënten na een operatie lijden. Hij heeft het in zijn ziekenhuis voor elkaar gekregen dat alle operatiepatiënten behandeld worden volgens een vast pijnbestrijdingsschema. "Net als overal elders heerst hier de opvatting dat pijn na een operatie erbij hoort en geen kwaad kan. "Kom mevrouw, even de tanden op elkaar, over drie dagen is het over!" Maar pijn lijden kan wel kwaad.(...)
Bij ons worden dus niet alleen om de paar uur temperatuur, bloeddruk en hartslag van een postoperatieve patiënt gemeten, maar ook de intensiteit van de pijn. "Pijn hoort er niet meer bij!"

Zie volgende scherm

Zenuwstelsel

2/6 Pijnbestrijding.

In het artikel wordt gesteld dat morfine geen gewenning of verslaving teweeg brengt.

Leg uit wat met gewenning wordt bedoeld.

Zenuwstelsel

3/6 Pijnbestrijding.

Leg uit wat met verslaving wordt bedoeld.

Zenuwstelsel

4/6 Pijnbestrijding.

In welk deel van de hersenen heeft morfine waarschijnlijk zijn uitwerking?

Zenuwstelsel

5/6 Pijnbestrijding.

Bij suikerpatiënten gebruikt men tegenwoordig ook pompen om het medicijn met kleine hoeveelheden heel regelmatig aan de patiënt toe te dienen.

Om welk medicijn gaat het bij suikerpatiënten?

Om [invulveld]

Zenuwstelsel

6/6 Pijnbestrijding.

In welk onderdeel van het lichaam worden de stoffen uit de pompen direct gebracht?

In de/het [invulveld]

Zenuwstelsel

Een zintuigcel.

Het aantal impulsen dat een zintuigcel afgeeft aan een sensibel neuron is afhankelijk van

Zenuwstelsel

Een zenuwvezel.

Een zenuwvezel geleidt een impuls.

De snelheid van de impulsgeleiding

Zenuwstelsel

Geneesmiddelen testen.

Waarop zal een geneesmiddel tegen hoofdpijn met name effect hebben?

Zenuwstelsel

Is de mens een wateraap?

Alle landzoogdieren hebben het verschijnsel van tranen als reactie op kou of irritatie van de ogen. Vergeleken met alle landzoogdiersoorten is de mens de enige soort die echt kan huilen: tranen die onmiddellijk na een moment van grote vreugde of intens verdriet 'over de wangen biggelen'. Wanneer bepaalde zenuwen (de nervus trigeminus), die van de hersenen naar de traanklieren lopen, worden geblokkeerd, stopt het verschijnsel van tranen als reactie op kou of irritatie, terwijl het echte huilen kan blijven doorgaan.

Een leerling trekt uit bovenstaande informatie de conclusie dat het echte huilen niet door het zenuwstelsel, maar door hormonen wordt geregeld.

Is dat op grond van bovenstaande informatie een juiste conclusie? Leg je antwoord uit.

Zenuwstelsel

Behandeling van prostaatklachten.

Sommige oudere mannen hebben plasproblemen. Deze problemen worden dikwijls veroorzaakt door een vergrote prostaat. Operatief verwijderen van (een deel van) de prostaat was tot voor kort in zo'n geval de enige oplossing.
Er bestaan tegenwoordig andere behandelingsmethoden. Eén daarvan is thermotherapie. Met thermotherapie wordt prostaatweefsel verhit via een in de urinebuis gebrachte katheter die microgolven uitzendt.

Thermotherapie gebeurt onder plaatselijke verdoving. Bij plaatselijke verdoving wordt een stof ingespoten die de activiteit van een bepaald type cellen beïnvloedt, waardoor een deel van het lichaam verdoofd wordt.

Op welk type cellen werkt deze stof in?

Zenuwstelsel

De chemie van de liefde.
Zie figuur B 4669 van de bijlage.

Bij verliefdheid spreekt men vaak over ‘vlinders in je buik'. Men heeft ontdekt dat dit ‘kriebelige' gevoel van euforie en opwinding ontstaat door een stof: PEA (phenylethylamine). Deze stof komt bij verliefdheid vrij in de hersenen. In de afbeelding zijn schematisch twee zenuwcellen in de hersenen weergegeven.

Op welke plaats heeft deze stof effect?

afbeeldingafbeelding