Voortplanting
Bouw van een bloem.
Bloemen bestaan van buiten naar binnen veelal uit achtereenvolgens:
Deze oefentoets bevat 31 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
31
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Bouw van een bloem.
Bloemen bestaan van buiten naar binnen veelal uit achtereenvolgens:
Gepelde pinda's.
Welke plantendelen eet iemand die gepelde pinda's eet?
Planten met zowel vrouwelijke als mannelijke bloemen.
Zie figuur B 610 van de bijlage.
Er zijn planten waarop zowel vrouwelijke als mannelijke bloemen voorkomen.
Eén van deze typen bloemen is schematisch weergegeven in figuur P.
Hoe ziet het andere type bloem eruit?
afbeelding
Een bloemdiagram.
Zie figuur A 188 van de bijlage.
In tekening P zijn de delen van een bloem schematisch weergegeven. Zo'n tekening heet een bloemdiagram. De bloem die in tekening P is weergegeven, is tweeslachtig. Bij deze soort komen ook éénslachtige bloemen voor.
Welke van de gegeven tekeningen is het diagram van een mannelijke bloem van deze soort?
afbeelding
Een doorsnede van een helmknop.
Zie figuur B 305 van de bijlage.
De tekening is een doorsnede van een helmknop.
Gegeven is dat de kernen in de bladcellen van de plant waaraan deze helmknop voorkomt, ieder 20 chromosomen bevatten.
Hoeveel chromosomen bevatten de kernen in de cellen bij 1 (de wand van het helmhokje), 2 (stuifmeelmoedercel) en 3 (stuifmeelkorrel) bij deze plant dan?
afbeelding
afbeelding
Het aantal chromosomen bij het voortplantingproces van een bloem.
Van een bedektzadige plant bevat een kern in een bladcel 16 chromosomen.
Hoeveel chromosomen kan men bij deze plant verwachten in de hieronder genoemde kernen?
afbeelding
Het aantal chromosomen in rijpe stuifmeelkorrels.
Uit een stuifmeelmoedercel, met in de kern 20 chromosomen, ontstaan vier stuifmeelkorrels.
Hoeveel chromosomen bevatten rijpe stuifmeelkorrels per kern?
Allelen in de zaadhuid en in de zaadlobben.
Een bepaalde plant bezit voor een eigenschap twee recessieve allelen (rr).
Bloemen van deze plant worden bestoven met stuifmeel van een plant die voor deze eigenschap twee dominante allelen bezit (RR). Er ontstaan hierdoor zaden.
Welke allelen kunnen worden aangetroffen in een kern van een cel van de zaadhuid en welke in een kern van een cel van de zaadlobben?
afbeelding
Het aantal chromosomen na een een fout bij de meiose.
Een plant heeft in een wortelcel 18 chromosomen.
Door een fout bij de meiose (reductiedeling) ontstaan stuifmeelkorrels met 1 chromosoom minder dan normaal. Eén van deze stuifmeelkorrels bevrucht een normale eicel. Tengevolge daarvan wordt een zaad gevormd.
Hoe groot is het aantal chromosomen in een cel van een kiemworteltje in dat zaad?
Bestuiving bij sleutelbloemen.
Zie figuur B 446 van de bijlage.
Bij een sleutelbloemsoort komen twee typen planten voor. De bloemen van planten van type 1 hebben andere stempels, een andere stijl en andere stuifmeelkorrels dan de bloemen van type 2.
De stempels en stuifmeelkorrels zijn sterk vergroot schematisch weergegeven. Het verschil in bouw van de bloemen heeft invloed op de bestuiving. De kleine stuifmeelkorrels van type 2 passen tussen de uitsteeksels van de stempels van type 1 en 2, de grote stuifmeelkorrels van type 1 passen alleen tussen de uitsteeksels van een stempel van type 2.
De kernen in de cellen van de kroonbladeren van deze planten bevatten ieder 22 chromosomen.
Hoeveel chromosomen bevat een kern van een stuifmeelkorrel en een kern van een cel van de stempel?
afbeelding
afbeelding
Het aantal chromosomen in een kern van een stuifmeelbuis.
Voor een bepaalde zaadplant geldt: 2n = 36.
Hoeveel chromosomen bevinden zich in een kern in een stuifmeelbuis van deze plant?
De reductie van het aantal chromosomen bij vorming van eicellen.
Zie figuur A 452 van de bijlage.
In de afbeelding staan schematisch aangegeven de ontwikkelingsstadia van de eicel in de zaadknop.
De reductie van het aantal chromosomen treedt op tussen de stadia
afbeelding
Chromosomen in de cellen van een helmhokje.
Zie figuur B 651 van de bijlage.
In de figuur staat een foto van één afzonderlijk helmhokje.
Het chromosomenbezit van de losliggende cellen in het helmhokje is
afbeelding
Meiotische deling bij de lelie.
De eicel ontwikkelt zich bij zaadplanten uit een diploïde (2n) embryozakmoedercel. Er treedt een meiotische deling op van de embryozakmoedercel. Drie van de vier kernen vormen samen één nieuwe kern. Er zijn nu twee kernen. Daarna ondergaan beide kernen een mitose. De hierbij gevormde kernen ondergaan eveneens een mitose.
Hoeveel kernen zijn er nu en hoeveel chromosomen heeft elke kern?
Chromosomen van een vrouwelijke voortplantingscel van een plant.
Het aantal chromosomen in de kern van een mannelijke voortplantingscel van een organisme is 4.
Bij deze organismen vindt de geslachtsbepaling plaats op dezelfde wijze als bij de mens.
Hoe groot is het aantal chromosomen in de kern van een vrouwelijke voortplantingscel van een organisme van dezelfde soort?
Chromosomen in een rijpe stuifmeelkorrel.
Zie figuur B 646 van de bijlage.
De tekening stelt een dwarsdoorsnede van het bovenste deel van een meeldraad (de helmknop) voor.
De cellen bij P hebben kernen met 26 chromosomen.
Hoeveel chromosomen komen voor in een kern van een rijpe stuifmeelkorrel?
En hoeveel in de cel aangegeven met Q?
afbeelding
afbeelding
Reductiedelingen bij een zaadplant.
In welke organen van een zaadplant kunnen reductiedelingen optreden?
Mitose en meiose in zaadplanten.
Enkele delen van zaadplanten zijn:
1. helmknoppen,
2. stuifmeelbuizen,
3. zaadbeginsels,
4. zaadlobben.
In welke van deze delen kunnen zowel mitose als meiose optreden?
Een ontkiemende stuifmeelkorrel.
Zie figuur B 527 van de bijlage.
In het schema is het ontstaan en de ontkieming van een stuifmeelkorrel weergegeven.
De verschillende stadia zijn met letters aangegeven.
Vindt meiose plaats tussen de stadia P en R of tussen de stadia S en U?
Hoeveel eicellen kan de ontkiemende stuifmeelkorrel bevruchten?
afbeelding
afbeelding
Ontwikkeling van een zaadbeginsel.
Zie figuur B 517 van de bijlage.
In het schema is de ontwikkeling weergegeven van een zaadbeginsel van een plant.
Tussen welke stadia treedt meiose-I op?
afbeelding
Mitotische en meiotische delingen in een zaadplant.
In een zaadplant komen mitotische en meiotische delingen voor.
Welke delingen kunnen in helmknoppen voorkomen?
En welke in stampers?
afbeelding
Een stamper met een stuifmeelbuis.
Zie figuur B 2359 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch een doorsnede voor van een stamper met een stuifmeelbuis van een diploïde plant.
In welke van de aangegeven delen kunnen haploïde kernen voorkomen?
afbeelding
Een afbeelding.
Zie figuur B 420 van de bijlage.
Aan vier leerlingen wordt gevraagd wat de afbeelding voorstelt.
Leerling 1 zegt: de afbeelding stelt een helmhokje van een zaadplant voor.
Leerling 2 zegt: de afbeelding stelt een ovarium van een vrouw voor.
Leerling 3 zegt: de afbeelding stelt een zaadbeginsel van een zaadplant voor.
Leerling 4 zegt: de afbeelding stelt een embryo in de baarmoeder van een vrouw voor.
Welke leerling geeft het juiste antwoord?
afbeelding
De levenscyclus van een mos.
Zie figuur B 599 van de bijlage.
Het schema stelt de levenscyclus van een mos voor.
Waar in dit schema vindt meiose plaats?
afbeelding
Zaadverspreiding.
Zie figuur B 2805 van de bijlage.
De afbeelding geeft op verschillende schaal getekend de vruchten weer van iep, linde, paardenbloem en tandzaad zoals deze van de plant vrijkomen.
Bij welke van deze planten spelen dieren de belangrijkste rol bij de verspreiding van zaden?
afbeelding
1/3 Plantenveredeling.
Bij de geelbloemige kool (Brassica oleracea) duurt het lang en is het moeilijk om via kruisingen planten te krijgen die homozygoot zijn voor resistentie tegen ziekten. Onderzoekers zijn daarom op zoek gegaan naar andere methoden. Ze zijn erin geslaagd om homozygote koolplanten op te kweken uit alleen stuifmeelkorrels.
Door welke van de onderstaande combinaties van eigenschappen duurt het lang en is het moeilijk om via kruisingen homozygote planten te krijgen?
2/3 Plantenveredeling.
Bij het kweken van planten uit stuifmeelkorrels worden de stuifmeelkorrels opgekweekt in een vloeibaar voedingsmedium. Ze delen zich na een dag of twee en groeien dan uit tot embryo's die kunstmatig diploïd worden gemaakt. Deze worden overgebracht in een vast medium en ontwikkelen zich daarna tot volledige planten.
Is de eerste deling van zo'n stuifmeelkorrel een meiose?
Zo ja, waarom?
3/3 Plantenveredeling.
Kool is verwant met Zwarte mosterd (Brassica nigra).
Vindt de bestuiving van Zwarte mosterd in de natuur vooral plaats door insecten of vooral door de wind? Geef aan uit welk gegeven uit de flora je dit afleidt.
Brazilië.
In Brazilië heeft een verontruste wetenschapper zich ingezet voor het behoud van het regenwoud. Hij heeft zich ontwikkeld tot zakenman en allerlei initiatieven genomen om de export van andere woudproducten dan tropisch hardhout te bevorderen. "Als zakenlieden en de industrie de mogelijkheden van het woud zien, zullen veel mensen, vooral in Brazilië zelf, zich realiseren dat kappen en afbranden dwaas is". De zakenman heeft onder andere capuacu-ijsjes op de markt gebracht. De capuacu is de zoete vrucht van een palmboom.
Leg uit welke betekenis zo'n zoete, lekker smakende vrucht voor de palmboomsoort heeft.
Langer plezier van nieuwe rozen.
Verschillende soorten snijbloemen hebben een verschillende houdbaarheid. Veel snijrozen verwelken al wanneer ze pas een paar dagen in de vaas staan. Dit gebeurt doordat de vaten in de stengels, terwijl ze in het water staan, verstopt raken met uitscheidingsproducten van bacteriën. Hierdoor wordt het watertransport belemmerd.
In de toekomst wordt het toevoegen van bacteriedodende stoffen misschien overbodig. Er wordt onderzoek gedaan om bij rozen via genetische manipulatie 'genen met een antibacteriële werking' in te bouwen. De aandacht richt zich daarbij vooral op bepaalde eiwitten, die cecropines worden genoemd.
Langer houdbare variëteiten zijn ook te verkrijgen door klassieke veredeling via kruisingen van rozenrassen die relatief weinig last hebben van verstoppingen in de vaten.
Welk van de volgende processen is of welke zijn van belang voor deze veredeling, vanaf het moment dat twee planten van verschillende rozenrassen worden gekruist?
Zaden.
Zaden kunnen na verspreiding kiemen.
Bij sommige zaden zijn energierijke stoffen niet alleen in het endosperm of de zaadlobben aanwezig, maar ook buiten de beschermende zaadhuid.
Deze stoffen buiten de zaadhuid bevorderen het verspreiden van de zaden.
Op welke wijze worden deze zaden waarschijnlijk verspreid? Leg het verband tussen de verspreidingswijze en de energierijke stoffen uit.