Oefentoets Biologie: Ziekten | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 7

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ziekten

Syndroom van Goodpasture.

Bij een aantal patiënten met nieraandoeningen zijn antilichamen (antistoffen) gevonden die gericht zijn tegen het basaalmembraan van de glomeruli. Deze antilichamen worden in het lichaam van de nierpatiënt gevormd. Als gevolg van de immunologische reactie treedt ernstige beschadiging van de glomeruli op. Het ziektebeeld dat hierdoor ontstaat wordt het syndroom van Goodpasture genoemd.
Over een patiënt die aan het syndroom van Goodpasture lijdt, worden de volgende beweringen gedaan:

1. Het basaalmembraan van de glomeruli heeft een werking als antigeen.
2. De antilichamen worden in het basaalmembraan van de glomeruli gevormd.
3. De vorming van de antilichamen kan na transplantatie van beide nieren tot stilstand komen.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Ziekten

Griepprik.
Zie figuur B 5507 van de bijlage.

Het Nederlands Huisartsen Genootschap verstrekt jaarlijks middels de folder "De Griepprik" informatie over de inenting tegen griep.
Een deel van deze informatie is in onderstaande tekst opgenomen.

"Elk jaar krijgt één op de tien mensen griep (influenza). Deze "echte"griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Het is een besmettelijk virus dat zich snel kan verspreiden.
Als u een griepprik heeft gehad, is de kans dat u griep krijgt veel kleiner.
Als u een griepprik krijgt, reageert uw lichaam door afweerstoffen te maken tegen het virus…"


Bij de griepprik wordt door een verpleegkundige een hoeveelheid entstof in het lichaam ingespoten wat bestaat uit één deel of bepaalde delen van het influenzavirus.
Als entstof kun je kiezen voor:

1. manteleiwit
2. RNA

Welke van deze twee stoffen komt alleen of in combinatie als entstof in aanmerking?




-

afbeeldingafbeelding

Ziekten

Neusverkoudheid.

Een neusverkoudheid is vervelend, al is het maar vanwege het herhaald neussnuiten dat daar een gevolg van is. En de verleiding is vaak groot de neus te snuiten met geweld, te horen aan het lawaai dat daarbij geproduceerd kan worden. Toch is het hard snuiten niet zonder gevaar. De verhoogde druk kan bijvoorbeeld het neusslijmvlies beschadigen.

Noteer het nummer van de complicatie die nog meer is te verwachten of de nummers van de complicaties die nog meer zijn te verwachten als gevolg van het harde snuiten.

1. middenoorontsteking
2. kaakbijholtenontsteking
3. netvliesbeschadiging

Ziekten

1/6 Onderzoek naar deficiëntie en infectie.

Lees onderstaande tekst.

In 1898 werd J. Eijkman de eerste hoogleraar microbiologie aan de Utrechtse universiteit. In 1924 kreeg hij de Nobelprijs voor zijn ontdekking dat vitamine-B-deficiëntie oorzaak was van de ziekte beri-beri. Het onderzoek daarnaar deed Eijkman in Nederlands Indië (het huidige Indonesië) waar hij als militair arts-bacterioloog was aangesteld bij het leger. Hij meende – in navolging van Louis Pasteur – een bacterie te kunnen isoleren die de beri-beri zou veroorzaken. Het bleek echter dat zijn proefdieren – kippen die aan deze zenuwaandoening leden – weer gezond werden als ze ongepelde rijst als voer kregen. In het zilvervliesje rond de rijstkorrel bevindt zich blijkbaar een stof die noodzakelijk is voor een normale ontwikkeling. Deze stof werd vitamine B genoemd.

Na de ontdekking in 1928 door A. Fleming in Londen van een stof die door een culture van de schimmel Penicillium werd geproduceerd en de groei van bacteriën remde, zijn vele van deze antibiotica-producerende micro-organismen geïsoleerd. Maar in de medische praktijk bleek ook spoedig dat bacteriën makkelijk resistentie kunnen ontwikkelen tegen afweerstoffen. Berucht is inmiddels de MRSA-infectie die vooral ziekenhuispatiënten kunnen oplopen. Deze meticilline-resistente stam van Staphylococcus aureus kan bij mensen met verminderde weerstand tot ontwikkeling komen als zijn concurrentiepositie gunstiger wordt door gebruik van antibiotica. Deze Staphylococcus hoort namelijk tot de normale flora van de menselijke huid en slijmvliezen. De bacterie is meestal onschadelijk maar veroorzaakt soms kleine ontstekingen of een steenpuist.

Als bij een verzwakte zieke deze bacterie een grotere infectie vormt, is bestrijding noodzakelijk. Soms blijkt de bacterie een resistentie te hebben tegen alle gangbare antibiotica. Zelfs een van de laatste redmiddelen het antibioticum meticilline helpt niet. Voor een bacterioloog zijn er dan nog twee laatste redmiddelen maar die worden alleen in uiterste nood toegepast. Immers zou ook tegen deze middelen resistentie ontwikkeld worden door bacteriën dan is er geen bestrijding meer mogelijk. Indien MRSA-infectie in een ziekenhuis wordt geconstateerd dan sluit men de betreffende afdeling en ontsmet men het betrokken personeel volledig. De patiënten worden geïsoleerd.

Bacteriologen typeren een S. aureus-stam door op de bacterieculture een testbatterij los te laten van bacteriofagen (bacterievirussen) die ieder een voorkeur hebben voor een bepaalde stam van de bacterie (en zich daarin dan vermenigvuldigen ten koste van die bacterie). De typering levert namen op als faagtype e, of T of III-29. Deze laatste heeft de afgelopen zes jaar in zeventien ziekenhuizen epidemietjes veroorzaakt. Het identificeren van een MRSA is van belang om de besmettingsroute te kunnen achterhalen. Zo is nu faagtype Z-115 in opkomst. Z-115 is waarschijnlijk afkomstig uit Frankrijk.

Zie volgende scherm

Ziekten

4/6 Onderzoek naar deficiëntie en infectie.

Kruis het nummer aan van de juiste uitspraak of de nummers van de juiste uitspraken naar aanleiding van de ziekte beri-beri en van vitamine B.

1. Bacteriën die kippen infecteren, kunnen geen mensen infecteren.
2. Beri-beri is een gebreksziekte.
3. Vitamine B wordt een vitamine genoemd omdat het in kleine hoeveelheden voorkomt in plantendelen die de mens kan eten.
4. Beri-beri komt vooral voor in de tropen doordat bacteriën zich in die gebieden sneller kunnen voortplanten.

Ziekten

5/6 Onderzoek naar deficiëntie en infectie.

Kruis het nummer van de juiste uitspraak of de nummers van de juiste uitspraken aan over een Mrsa-infectie.

1. Als gevolg van mutaties kunnen nog resistentere Mrsa-stammen ontstaan.
2. Mrsa-infecties ontstaan alleen wanneer bacteriën van de soort Staphylococcus aureus in het ziekenhuis meer voorkomen dan bacteriën van andere soorten.
3. Mrsa-infecties zijn het uiteindelijke gevolg van een genetisch selectieproces.
4. Zieke en gezonde personen zijn niet instaat antistoffen te maken tegen bacteriën die de Mrsa-infecties veroorzaken.

Ziekten

6/6 Onderzoek naar deficiëntie en infectie.

In een testbatterij wordt van drie patiënten P, Q en R een Staphylococcus aureus-cultuur getypeerd door gebruik te maken van de bacteriofagen typen e, T, III-29 en Z-115.
De werkwijze bij de test is dat reageerbuizen met een voedingsoplossing worden beënt met de S.aureus-cultuur. Na 12 uur bebroeden zijn de bacteriën voldoende ontwikkeld en worden ze beënt met de genoemde faag. Enkele uren later is het onderstaande resultaat af te lezen.
afbeeldingafbeelding

Welk van onderstaande conclusies met betrekking tot deze drie patiënten is of welke zijn juist?

1. Patiënt P bezit een S.aureus van zowel faagtype T als van faagtype e.
2. Patiënt R is in het bezit van S.aureus-faagtype e.
3. Van patiënt Q is op grond van deze gegevens geen typering mogelijk.
4. Van patiënt P is op grond van deze gegevens geen typering mogelijk.

Ziekten

Verkoudheidsvirus tegen kanker.

Het adenovirus, een betrekkelijk gewoon virus dat infecties van de luchtwegen veroorzaakt, zou ingezet kunnen worden bij de behandeling van kanker. Als het virus een beetje verminkt wordt, kan het zich vermenigvuldigen in lichaamscellen die tot kankercellen geworden zijn en die kankercellen daardoor vernietigen. Adenovirussen bestaan uit een streng DNA met een omhulsel. Ze dringen cellen binnen om zich daar te vermenigvuldigen. Ze nemen de kopieermachine van de cel over en dwingen de cel tot verdubbeling van DNA. Niet alleen het eigen DNA, maar ook dat van het virus wordt hierbij verdubbeld.
Het belangrijkste wapen dat een cel heeft tegen de aanval van virussen is het p53-gen. Dat zorgt ervoor dat een cel zich niet deelt wanneer het DNA beschadigd is, of wanneer er vreemd DNA in de cel zit. Het adenovirus heeft hiertegen een simpele tegenzet: het legt het p53-gen lam met een bepaald eiwit: het E1B-eiwit. In tumorcellen is de werking van het p53-gen uitgeschakeld. Daardoor kunnen ze zich ongeremd delen. Tegen deze tumorcellen worden nu gemuteerde adenovirussen ingezet die het E1B-eiwit missen.
bron: Het Parool

Twee beweringen over de werking van een 'middel' tegen kanker dat besproken wordt in dit artikel, zijn:
1. Het gemuteerde adenovirus infecteert gezonde cellen niet en kankercellen wel.
2. De gemuteerde adenovirussen kunnen kankercellen infecteren en zich daarin vermenigvuldigen, doordat het p53-gen in kankercellen is uitgeschakeld.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Ziekten

Diabetes.
Zie figuur B 5509 van de bijlage.

De hoeveelheid glucose die per minuut in de voorurine terechtkomt, is onder meer afhankelijk van het glucosegehalte van het bloed. Dit verband is in de afbeelding hiernaast weergegeven.
Bij een bepaalde patiënt met diabetes bedraagt het glucosegehalte van het bloed 3 mg per mL. Per minuut wordt bij deze patiënt 200 mg glucose in de urine doorgelaten.

Hoe groot is de maximale resorptiecapaciteit voor glucose in mg per minuut bij deze patiënt?

Die capaciteit is [invulveld] mg/min.

afbeeldingafbeelding

Ziekten

BSE.

Koeien kunnen BSE (Bovine Spongine Encephalitis) krijgen. Bij deze ziekte verdwijnt hersenweefsel, zodat de hersenen het uiterlijk van een spons krijgen. Volgens Stanley Prusiner kan van bepaalde eiwitten op het oppervlak van de zenuwcel de conformatie (de secundaire structuur) veranderd worden, als ze in contact komen met een ‘fout’ eiwit. Hierdoor ontstaat op zo’n cel een domino-effect, waarbij alle eiwitten in de cel de ‘foute’ conformatie aannemen.
Door het eten van met BSE besmet vlees kunnen ‘foute’ eiwitten (= prionen) tegen ‘goede’ aan komen te liggen en dit domino-effect veroorzaken. Nadat de cellen deze prionen hebben opgenomen in lysosomen, lukt het niet om ze te vernietigen. De prionen hopen zich op en de cel sterft. Deze beschrijving van de besmetting en het ziekteverloop noemt men de Prusiner-hypothese.
De vorm van BSE die bij mensen voorkomt, heet de ziekte van Creutzfeldt-Jacob.
Drie beweringen over het ontstaan van deze vorm van de ziekte van Creutzfeldt-Jacob zijn:
1 Mensen kunnen deze ziekte krijgen als zij worden besmet met alleen DNA uit hersenweefsel van een koe met BSE.
2 Mensen kunnen deze ziekte krijgen als zij worden besmet met alleen eiwit uit hersenweefsel van een koe met BSE.
3 Mensen kunnen deze ziekte krijgen als zij worden besmet met de combinatie van DNA en eiwit uit hersenweefsel van een koe met BSE.

Welk van deze beweringen is of welke zijn juist?

Ziekten

Oude wijsheid.
Zie figuur B 5510 van de bijlage.

Pieter van Foreest uit Alkmaar (1521-1597) wordt wel de Hollandse Hippocrates genoemd. Hij was een zeer kundig arts die vooral vanuit de praktijk werkte. Van Hippocrates nam hij de drie ‘therapeutische instrumenten’ over: leefregel, medicijnen en chirurgie.
Zo behandelde hij in de zomer van 1574 Willem van Oranje voor een zware koorts vooral via het eerste instrument: de leefregel. Hij stelde de volgende drie maatregelen voor:

1. Vervang het drinken van Rijnse wijn door kaneelwater;
2. Beperk de toeloop van mensen in de ziekenkamer;
3. Besprenkel de vloer in de warme kamer met koud water.

Bij welke van deze drie maatregelen wordt verdere besmetting met de (toen nog onbekende) micro-organismen voorkomen?

afbeeldingafbeelding

Ziekten

Komt een vrouw bij de dokter.

Een vrouw bezoekt haar dokter nadat zij verschillende veranderingen in haar lichaam heeft waargenomen in een periode van 6 maanden. Ze heeft gemerkt dat ze is afgevallen, problemen heeft met veranderingen in temperatuur, onregelmatig menstrueert en lijdt aan slapeloosheid en algehele zwakheid.

Wat zal de dokter bij haar onderzoeken naar aanleiding van deze symptomen?

Ziekten

Prionziektes.

Prionziektes worden gekenmerkt door

Ziekten

Ziekteverwekkende bacteriën.

De meeste ziekteverwekkende bacteriën veroorzaken geen ziekte als ze worden ingeslikt, doordat