1/6 Stuifzand
Tekst:
In de laatste IJstijd bracht de wind veel voedselarm zand naar het gebied dat we nu de Veluwe noemen. Toen het warmer werd, ontstond er een toendralandschap. Als zand ergens bleef liggen en niet door de wind verstoven werd, verschenen er algen. Daarna kwam zandzegge en buntgras op, die beide wortelstelsels hebben die het zand vastleggen. Vervolgens volgden korstmossen (zoals rendiermos en kraakloof), schapengras en struikheide. Zodra struikheide verscheen, kwamen er ook kiemplanten van bomen, zoals zachte berk. Daarna duurde het nog circa 30 jaar voordat er een bos ontstond.
Op een bepaald moment kwamen er ook mensen wonen. Naarmate de bevolkingsomvang toenam, werd er meer hout gekapt en bos verbrand. Er ontstonden kale zandvlakten die steeds omvangrijker werden.
Eind 1900 werd er door de overheid bepaald dat deze zandvlakten qua omvang in toom gehouden moesten worden. Een van de gebieden waar dit gebeurde was het Hulshorsterzand. Men deed dit door hier De Grove den te planten. De Grove den is een van de weinige planten die zich op stuifzand kan handhaven. De Grove den maakt veel zaden die in droge tijd bewaard blijven. In het natte voorjaar lopen ze bliksemsnel uit.
Het zand is extreem voedselarm, het houdt vrijwel geen water vast en de temperaturen boven het zand kunnen oplopen tot boven de 50°C.
bewerkt naar: Natuurmonumenten; Natuurbehoud, februari 1990, pag. 4-7
Zie volgende scherm