Oefentoets Biologie: Ecologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 15

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

4/5 Gewone spurrie.

Op drukbezochte zandstranden bestaan de populaties Gewone spurrie uitsluitend uit winterannuellen, terwijl op andere zanderige plaatsen zowel winterannuellen als zomerannuellen van Gewone spurrie voorkomen.

Verklaar waardoor op deze drukbezochte stranden Gewone spurrie alleen als winterannuel voorkomt.

Ecologie

5/5 Gewone spurrie.

Gewone spurrie heeft kenmerken waardoor de zaden geschikt zijn om in tijden van nood graan te vervangen als voedsel voor de mens.

Noem twee van deze kenmerken die Gewone spurrie in verband daarmee kan hebben.
.

Ecologie

1/6 Stuifzand

Tekst:
In de laatste IJstijd bracht de wind veel voedselarm zand naar het gebied dat we nu de Veluwe noemen. Toen het warmer werd, ontstond er een toendralandschap. Als zand ergens bleef liggen en niet door de wind verstoven werd, verschenen er algen. Daarna kwam zandzegge en buntgras op, die beide wortelstelsels hebben die het zand vastleggen. Vervolgens volgden korstmossen (zoals rendiermos en kraakloof), schapengras en struikheide. Zodra struikheide verscheen, kwamen er ook kiemplanten van bomen, zoals zachte berk. Daarna duurde het nog circa 30 jaar voordat er een bos ontstond.
Op een bepaald moment kwamen er ook mensen wonen. Naarmate de bevolkingsomvang toenam, werd er meer hout gekapt en bos verbrand. Er ontstonden kale zandvlakten die steeds omvangrijker werden.
Eind 1900 werd er door de overheid bepaald dat deze zandvlakten qua omvang in toom gehouden moesten worden. Een van de gebieden waar dit gebeurde was het Hulshorsterzand. Men deed dit door hier De Grove den te planten. De Grove den is een van de weinige planten die zich op stuifzand kan handhaven. De Grove den maakt veel zaden die in droge tijd bewaard blijven. In het natte voorjaar lopen ze bliksemsnel uit.
Het zand is extreem voedselarm, het houdt vrijwel geen water vast en de temperaturen boven het zand kunnen oplopen tot boven de 50°C.

bewerkt naar: Natuurmonumenten; Natuurbehoud, februari 1990, pag. 4-7

Zie volgende scherm

Ecologie

2/6 Stuifzand

Geef de naam van het proces waarmee de ontwikkeling van een pioniersvegetatie tot bos wordt aangeduid. [invulveld]
Geef ook de naam van de laatste fase (bos) van deze ontwikkeling. [invulveld]

Ecologie

3/6 Stuifzand

Noem twee kenmerken van de Grove den die karakteristiek zijn voor een pioniersplant.

Ecologie

4/6 Stuifzand
Zie figuur E 30 van de bijlage.

Een leerling doet een voorspelling over het temperatuurverloop in de bovenste centimeter van de bodem op een warme zomerse dag in het gedeelte met kaal stuifzand en in het met gras begroeide gedeelte.

Welke van de diagrammen in de figuur geeft een juiste weergave van dit temperatuurverloop?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

5/6 Stuifzand

Kunnen de organismen, die in voorgaande tekst over stuifzand genoemd zijn, samen een voedselketen vormen?
Geef een verklaring voor je antwoord.

Ecologie

6/6 Stuifzand
Zie figuur E 31 van de bijlage.

Tegenwoordig zijn de inzichten over landschapsbeheer veranderd. Men wil dat het Hulshorsterzand weer een vlakte met stuifzand wordt. Stuifzand is zand dat voortdurend door de wind verplaatst wordt.
Om het terugkrijgen en handhaven van een stuifzandvlakte succesvol te laten verlopen, zijn beheermaatregelen noodzakelijk.
In de afbeelding is de huidige situatie weergegeven en wat men van plan is.

Aan de hand van beide kaartjes kun je zien dat men vooral jonge bomen verwijdert.
Dit gebeurt voornamelijk in het westen en in het oosten van het gebied omdat de wind in Nederland meestal vanuit het westen waait.
Ook zie je dat men in een bijna gesloten ring om het gebied waar stuifzand moet ontstaan, het bos intact laat.

Waarom laat men rond het gebied het bos intact?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/2 Een parasiet.
Zie figuur B 1529 van de bijlage.

De leverbot is een parasitaire platworm waarvan de mens en het schaap gastheer zijn. In de afbeelding is de levenscyclus van de leverbot weergegeven.
De gastheer wordt geïnfecteerd wanneer hij planten eet waarop larven van de leverbot zitten. Deze larven hebben zich ingekapseld in een eiwitkapsel. Infectie van de mens treedt meestal op bij het eten van rauwe, wilde waterkers die langs de slootkant groeit. In het spijsverteringskanaal van de mens komt de larve als gevolg van de werking van spijsverteringsenzymen uit het kapsel vrij. De larve ontwikkelt zich tot een volwassen leverbot die in de galgangen in de lever van de gastheer leeft. De volwassen leverbot legt in de galgangen van mens of schaap eieren die met de ontlasting van de gastheer naar buiten komen.

In welk deel van het spijsverteringskanaal van de mens begint de enzymatische afbraak van het kapsel van de larve?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Een parasiet.

Enkele delen van het spijsverteringskanaal van de mens zijn dikke darm, maag en twaalfvingerige darm.

Welk van deze delen bereikt een ei van een leverbot het eerst op zijn weg naar buiten?

Ecologie

1/4 Bilharzia.
Zie figuur B 2296 van de bijlage.

Bilharzia is een ziekte die in (sub)tropische landen voorkomt. De ziekte wordt veroorzaakt door Schistosoma-wormpjes. Deze wormpjes hebben een levenscyclus met als gastheren de mens en bepaalde zoetwaterslakken. De infectie vindt plaats via het water van rivieren en kanalen. Zie de afbeelding met de toelichting ernaast.
Door aanleg van irrigatiekanalen voor onder andere rijstvelden breidt de ziekte zich uit. Men bestrijdt de ziekte met chemische bestrijdingsmiddelen die slakken doden.

Welke voedselrelatie bestaat er tussen Schistosoma en de mens?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/4 Bilharzia.

Behoren de Schistosoma-wormpjes tot de consumenten, de producenten of de reducenten?

Ecologie

3/4 Bilharzia.

Er zijn maatregelen denkbaar die de verspreiding van de ziekte bilharzia kunnen beperken zonder gebruik te maken van chemische bestrijdingsmiddelen.

Noem twee van dergelijke maatregelen.

Ecologie

4/4 Bilharzia.

In de tekst worden vier groepen van organismen genoemd: Schistosoma, de mens, de zoetwaterslak en rijst.

Geef op basis van de gegevens een schema waarin met behulp van pijlen de voedselrelaties zijn aangegeven tussen deze groepen van organismen.

Ecologie

1/5 Parasieten.

In de 19de eeuw was er maar heel weinig bekend over de leefwijze van parasieten. In de jaren dertig van die eeuw hield Johann Steenstrup zich bezig met leverbotten, een groep wormen die parasitair leeft in schapen, mensen, vogels en vissen. In het water waar bepaalde slakken leefden, vond hij vrijzwemmende diertjes die cercariën worden genoemd. Hij onderzocht een potje slootwater met zulke cercariën en slakken. Hij ontdekte dat de cercariën de slakken binnendrongen en daar veranderden in leverbotten. In de middendarmklier van de slakken bevonden zich nog andere diertjes, die bedekt waren met honderden kleine haartjes.
Steenstrup ontwikkelde het volgens zijn tijdgenoten 'krankzinnige' idee dat al deze vormen stadia waren uit de levenscyclus van één diersoort.

Hoe noemt men zo'n idee als dat van Steenstrup?

Ecologie

2/5 Parasieten.
Zie figuur B 3798 van de bijlage.

In de afbeelding zie je een voorbeeld van een bepaald soort leverbot.

Welke rol speelt het vrijzwemmende stadium in de levenscyclus van deze leverbot?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/5 Parasieten.

Een arts, dr. Küchenmeister, ging ervan uit dat zo'n levenscyclus ook voorkwam bij de lintworm, ook een parasiet van de mens. Hij beweerde dat blaaswormen uit varkensvlees jonge lintwormen waren. Om dat idee te testen vroeg hij in 1854 toestemming om een ter dood veroordeelde moordenaar rauw varkensvlees met blaaswormen te eten te geven. Na diens executie onderzocht Küchenmeister de darmen van de veroordeelde.

Welk resultaat verwachtte Küchenmeister?

Ecologie

4/5 Parasieten.

Bij een onderzoek aan de rondworm Trichinella, die in mensen en varkens voorkomt, is ontdekt dat deze worm zelf zijn weg vindt in zijn gastheer. Als de worm, die in een stuk varkensvlees zit, in het spijsverteringskanaal van een mens terechtkomt, neemt hij op een bepaalde plaats gal waar. Op dat moment verandert zijn gedrag; door slangachtig te bewegen baant hij zich een weg uit de voedselbrij door de wand van het spijsverteringskanaal heen.

Op welke plaats in het spijsverteringskanaal verandert het gedrag van deze rondworm?

Ecologie

5/5 Parasieten.

Welke term wordt in de gedragsleer gebruikt voor een prikkel die een bepaald gedrag opwekt zoals gal dat bij deze rondworm doet?

Met de term [invulveld]

Ecologie

1/3 Rafflesia.
Zie figuur B 3617 van de bijlage.

Op Borneo komt de plantensoort voor met de grootste bloemen ter wereld: Rafflesia arnoldii. De planten van deze soort hebben geen groene bladeren en leven als parasiet met hun wortels in een liaan.
De zware, op de grond liggende bloemen van deze soort verspreiden een geur van rottend vlees. Dit lokt zeer veel vleesvliegen aan. Deze nemen druppeltjes mee uit de bloem, waarin zich stuifmeel bevindt en verzorgen zo bestuiving van deze bloem. De zaden van de plant worden verspreid door de Indische tapir. Dit dier scharrelt tussen de lianen. Als hij op een zaad trapt, blijft dat kleven aan zijn poten. Bij een wandeling door de jungle kan het zaad aan een liaan worden afgeveegd. De cirkel is dan gesloten.

Welke stoffen onttrekt Rafflesia arnoldii aan de liaan?

afbeeldingafbeelding