Gedrag
1/4 Onderzoek bij eidereenden.
De tekst hieronder geeft een beschrijving van een bepaald biologisch onderzoek.
Tekst:
Swennen deed onderzoek naar de manier waarop eidereenden hun eieren tegen predatoren beschermen.
Swennen merkt op dat de meeste soorten eenden hun nest vrij van uitwerpselen houden, maar dat de eidereend hierop een uitzondering vormt: vooral bij verontrusting bevuilen eiders nogal eens hun eigen nest.
Dit feit, gevoegd bij het gegeven dat roofdieren als steenmarter, bunzing en vos (die op zijn tijd graag vogeleieren eet) een scherpe neus hebben, roept de vraag op hoe eidereenden het zich kunnen veroorloven de plaats van hun nesten zo duidelijk voor de predator te markeren. Swennen heeft echter een vermoeden in welke richting de oplossing gezocht moet worden: misschien hebben de uitwerpselen wel een afstotende werking. Swennen weet nu dat hij gegevens moet verzamelen, die antwoord op deze vraag geven. Hij besluit in gevangenschap levende ratten en fretten (albino-bunzings) voedsel te verstrekken dat besmeurd is met de uitwerpselen van broedende eidereenden. Dit besmeurde voedsel wordt geweigerd. Pas na een dag wordt ervan gegeten. Hij doet dezelfde proef met uitwerpselen van niet-broedende eidereenden. Ditmaal laten de ratten en fretten zich niet weerhouden maar eten het voedsel direct op. Swennen vindt hierin een bevestiging van zijn vermoeden.
naar. H.P. Callagher, Gids voor vogelonderzoek, deel 1
Noem een vraagstelling uit het onderzoek van Swennen.


