Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Uitscheiding
Afgifte van stoffen.
Organismen geven stoffen aan hun milieu af. Enkele stoffen zijn: koolstofdioxide, melkzuur en water.
Welke van deze stoffen kunnen zowel door planten met bladgroen als door een mens aan het externe milieu worden afgegeven?
Uitscheiding
Organen in de buikholte. Zie figuur A 177 van de bijlage.
De afbeelding geeft een deel van het darmkanaal van de mens weer met onder andere een deel van de alvleesklier, een nier en verscheidene vaten.
Met welk cijfer is een urineleider aangegeven?
afbeelding
Uitscheiding
Een orgaan. Zie figuur B 360 van de bijlage.
In de tekening is een deel van de bloedsomloop van de mens weergegeven. De temperatuur van bloed in bloedvat 1 wordt vergeleken met die van bloed in bloedvat 2. Hetzelfde gebeurt met het kooldioxidegehalte.
Waar is de temperatuur het hoogst? En waar het kooldioxidegehalte?
afbeelding
afbeelding
Uitscheiding
Urine.
Per liter bevat urine, vergeleken met voorurine
Uitscheiding
Processen.
In de nieren van zoogdieren vinden onder andere de volgende processen plaats:
1. er wordt glucose verbruikt; 2. er wordt glucose geresorbeerd; 3. er worden zouten geresorbeerd.
Welk van deze processen kan of welke kunnen plaatsvinden in de nierkapsels?
Uitscheiding
Nieronderzoek. Zie figuur A 108 van de bijlage.
Op drie plaatsen P, Q en R in een nier van een mens onderzoekt men de samenstelling van de aanwezige vloeistof. Hieronder staan de resultaten van dit onderzoek vermeld in gram per 100 ml vloeistof. afbeelding Waar in onderstaand schema zullen de plaatsen P, Q en R zich bevinden?
afbeelding
afbeelding
Uitscheiding
Een vloeistof.
In een nierbekken van een mens verzamelt zich vloeistof.
Hoe heet deze vloeistof en wat gebeurt er mee?
Deze vloeistof is
Uitscheiding
Voorurine.
Waar in de nieren vindt de vorming van urine uit voorurine plaats. Waardoor wordt de benodigde energie voor dit proces geleverd?
afbeelding
Uitscheiding
De nieren. Zie figuur B 1107 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch de bouw van een nier van de mens weer. Eén niereenheid is vergroot afgebeeld. Een nier produceert urine. Urine van de mens bestaat uit water met daarin opgeloste stoffen. In urine kunnen cellen worden aangetroffen die afkomstig zijn van de nieren. In de nieren bevinden zich onder andere de volgende typen cellen:
1. dekweefselcellen van de bloedvaten in de nierkapsels, 2. dekweefselcellen van de nierkanaaltjes, 3. rode bloedcellen.
Welke van de genoemde typen cellen kunnen in de urine van een gezonde persoon worden aangetroffen?
afbeelding
Uitscheiding
Urinevorming. Zie figuur A 169 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een deel van een nier van de mens weer.
Op welke van de aangegeven plaatsen wordt urine uit voorurine gevormd?
afbeelding
Uitscheiding
Zuurstofverbruik. Zie figuur B 604 van de bijlage.
De tekening stelt een deel van een nier voor.
Bij welke van de aangegeven plaatsen is het zuurstofverbruik het hoogst?
afbeelding
Uitscheiding
Urineleiderontsteking.
Bij een bepaalde vrouw bevinden zich ziekteverwekkende bacteriën in de urineleiders. De patiënte neemt via de mond een geneesmiddel in dat de bacteriegroei remt. De concentratie van dit geneesmiddel in het bloed mag niet te hoog worden, omdat het geneesmiddel anders voor de patiënte zelf schadelijk wordt. Een te lage concentratie in de urineleiders heeft echter onvoldoende effect op de bacteriën.
Welke van de onderstaande eigenschappen moet het geneesmiddel hebben om, gezien de genoemde gegevens, zo effectief mogelijk te werken?
Uitscheiding
Productie van voorurine. Zie figuur B 1702 van de bijlage.
In de figuur staat schematisch weergegeven een doorsnede door een nier.
De productie van voorurine vindt plaats in
afbeelding
Uitscheiding
Resorptie van water. Zie figuur B 568 van de bijlage.
In de tekening staat schematisch een dwarsdoorsnede van een nierkanaaltje van de mens.
Wat gebeurt er met het grootste deel van het water dat door de wandcellen vanuit P wordt geresorbeerd uit de voorurine?
afbeelding
Uitscheiding
In een nier. Zie figuur A 195 van de bijlage.
Het schema stelt een deel van een nier van een mens voor. Over de inhoud op plaats P en over die op plaats Q worden de volgende uitspraken gedaan:
1. op plaats P bevindt zich voorurine en op plaats Q urine; 2. op plaats P is de concentratie van glucose groter dan op plaats Q; 3. op plaats P is de concentratie van ureum kleiner dan op plaats Q.
Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?
afbeelding
Uitscheiding
Eiwit in een nier. Zie figuur B 639 van de bijlage.
De tekening stelt een niereenheid van de mens voor. Een zeer groot eiwitmolecuul komt via de nierslagader in de nier terecht.
Via welke van de aangegeven plaatsen kan dit eiwitmolecuul de nier verlaten?
afbeelding
Uitscheiding
Uitscheiding. Zie figuur A 283 van de bijlage.
Uitscheiding wordt als volgt gedefinieerd: 'Uitscheiding is het verwijderen van overtollige en/of schadelijke stoffen uit het inwendige milieu.'
Zie figuur A 283 van de bijlage.
Delen van de urinewegen van de mens zijn het begin van de urineleiders, de urineblaas, de nierbekkens en de nierkapseltjes.
In welke van deze plaatsen verlaten overtollige en schadelijke stoffen het inwendige milieu?
afbeelding
Uitscheiding
Nierwerking.
Bij de mens kan de werking van de nieren worden onderzocht met behulp van de zogenoemde 'clearance-proef. De clearance van een bepaalde stof is de hoeveelheid van die stof die per minuut door de nieren uit het bloed wordt verwijderd en in de urine terecht komt.
Vier stoffen die in de nieren worden gefiltreerd zijn: glucose, keukenzout, ureum en water.
Welke van deze stoffen heeft bij een gezonde persoon een clearance van 0 mg per minuut?
Uitscheiding
Regulatie.
De samenstelling van het bloed van de mens wordt zo goed mogelijk constant gehouden. Wanneer deze samenstelling dreigt te veranderen kan dat worden tegengegaan doordat:
1. er meer water uit de voorurine wordt gehaald dan normaal; 2. er minder water uit de voorurine wordt gehaald dan normaal; 3. er meer zouten uit de voorurine worden gehaald dan normaal; 4. er minder zouten uit de voorurine worden gehaald dan normaal.
Welke van deze mogelijke reacties gaan het hoger worden van de concentratie opgeloste stoffen in het bloed tegen?
Uitscheiding
Uitscheiding.
Het is mogelijk dat bij een persoon die normale hoeveelheden koolhydraten eet, toch glucose in de urine aanwezig is.