Deze oefentoets bevat 28 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Hieronder staan drie antwoorden op de vraag, waarom veel veeteelt in Nederland in intensieve veehouderijen plaatsvindt.
1. Omdat er in de intensieve veehouderij veel dieren op weinig grond kunnen worden gehouden. 2. Omdat een bedrijf voor intensieve veehouderij veel oplevert (vlees, melk of eieren). 3. Omdat door intensieve veehouderij het beste rekening kan worden gehouden met het welzijn van de dieren.
Welk(e) van deze antwoorden is (zijn) juist?
Mens en Milieu
Monocultuur.
De meeste akkerbouwers zetten bij voorkeur één soort gewas op een groot stuk grond. Men noemt dat een monocultuur. Monoculturen treffen we overal in de landbouw aan. Er zijn vooral economische voordelen aan verbonden. Er kleven echter ook nadelen aan, vooral voor het milieu.
Noem twee biologische nadelen die monoculturen kunnen hebben voor het milieu.
Mens en Milieu
Afvalverwerking.
Welke van de onderstaande manieren van afvalverwerking is of welke zijn voorbeelden van recycling?
1. Het verwerken van oud papier in een kartonfabriek. 2. Het aanleggen van een skihelling op een oude vuilnisbelt. 3. Het inzamelen en verbranden van schadelijke chemische oplosmiddelen. 4. Het verbranden van huisvuil in een installatie die elektriciteit opwekt.
Mens en Milieu
1/2 Afvalscheiding.
De overheid heeft de gemeenten in 1995 verplicht om het afval van de huishoudens gescheiden op te halen. Dat wil zeggen dat het groente-, fruit- en tuinafval (= GFT-afval) gescheiden wordt van het restafval. Men gaat er overigens al van uit dat het afval dat te recyclen is, niet in de gewone vuilnisbak terecht komt.
Noem drie andere, verschillende groepen afval die geschikt zijn voor recycling.
Mens en Milieu
2/2 Afvalscheiding.
Geef twee redenen waarom de overheid wil dat afval in de huishoudens in soorten gescheiden wordt.
Mens en Milieu
Floravervalsing.
Bij floravervalsing (floravervuiling)
Mens en Milieu
Floravervalsing.
De problemen door floravervalsing ontstaan doordat
Mens en Milieu
Natuurlijke materialen.
In een bepaalde winkel in een grote stad willen mensen kleren kopen die alleen gemaakt zijn van natuurlijke materialen. Zij willen geen kunststoffen. Een klant van deze winkel wil ook nog alleen truien dragen die geen materialen bevatten die afkomstig zijn van dieren. "Geen probleem", vindt de verkoper. "U kunt dan kiezen uit alle truien van dit rek."
Noem een materiaal waarvan de truien in het aangewezen rek kunnen zijn gemaakt.
Dit kan zijn [invulveld]
Mens en Milieu
Zure regen.
Ten behoeve van een beter milieu heeft de overheid maatregelen genomen die de uitstoot van zwaveldioxide tegen moeten gaan.
Welke van de volgende maatregelen is vooral met dit doel genomen?
Mens en Milieu
100 kilometer.
Men overweegt een maatregel dat auto's op de snelwegen overdag niet harder mogen rijden dan 100 km per uur. Naast minder ongelukken op de wegen streeft men ook positieve effecten voor het milieu na.
Welk van de volgende effecten voor het milieu zal met de genoemde maatregel vooral nagestreefd worden?
Mens en Milieu
Zure regen.
Ten behoeve van een beter milieu heeft de overheid maatregelen genomen die de uitstoot van stikstofoxiden tegen moeten gaan.
Welke van de volgende maatregelen is vooral met dit doel genomen?
Mens en Milieu
Waterbloei.
Wasmiddelen bevatten vroeger veel fosfaat. Dit fosfaat kwam met het waswater in het slootwater terecht. Door de toevloed van fosfaat nam het aantal algen in het slootwater sterk toe. Hierdoor kreeg het water een blauwgroene kleur. Men noemt dit verschijnsel waterbloei. De algen sterven massaal na korte tijd. Zij zakken naar de bodem. Hun resten worden afgebroken door de vele bacteriën. De hoge activiteit van de bacteriën heeft invloed op de vissen in de sloot.
Wat is de invloed van de bacteriën op de vissen?
Mens en Milieu
Algen.
De aanwezigheid van teveel fosfaat in een sloot wordt beschouwd als een milieuprobleem. Als er veel fosfaat in een sloot terecht komt, vermeerderen algen zich snel. Het water wordt hierdoor helemaal groen. Na verloop van tijd sterven veel algen in de sloot. De resten daarvan worden onder andere door bacteriën afgebroken. In een klas wordt de vraag gesteld of het probleem van het teveel aan fosfaat in deze sloot is opgelost door het vermeerderen en afsterven van de algen. Drie leerlingen geven op deze vraag een antwoord:
Leerling 1 zegt: "Ja, want de algen hebben het fosfaat opgenomen. Wanneer de algen sterven, verdwijnt ook het fosfaat." Leerling 2 zegt: "Ja, want bacteriën nemen na het sterven van de algen fosfaat weg uit de kringloop." Leerling 3 zegt: "Nee, want bacteriën maken door het afbreken van de gestorven algen weer fosfaat vrij."
Welke van deze leerlingen geeft het goede antwoord?
Mens en Milieu
Waterbloei.
Drie bedreigingen voor de kwaliteit van het water in sloten en plassen zijn het gebruik van bestrijdingsmiddelen, van kunstmest en van stalmest in de landbouw.
Welke van deze drie bedreigingen kunnen bijdragen aan het optreden van waterbloei?
Mens en Milieu
Waterbloei.
Door waterbloei wordt het water troebel.
Welke gevolgen heeft dit voor het aantal snoeken (een roofvis) in de sloot? En welke gevolgen voor het aantal brasems (een witvissoort).
Mens en Milieu
Waterbloei.
In een meertje is het water helemaal groen en troebel. Dit verschijnsel heet waterbloei. Een van de gevolgen is dat veel soorten waterplanten zich minder goed ontwikkelen en sterven. Dit geldt vooral voor waterplanten die zich geheel onder water bevinden.
Leg uit waardoor deze waterplanten zich minder goed ontwikkelen en sterven.
Mens en Milieu
1/4 Gebrek aan kalk.
Leerlingen lezen in een krant het volgende bericht:
"Veel koolmezen die leven in bossen met verzuurde grond, hebben gebrek aan kalk. Als gevolg van uitspoeling door zuur water verdwijnt de kalk steeds meer uit de bodem. Daardoor krijgen de vogels met hun voedsel minder kalk binnen en zijn de schalen van hun eieren te dun. Sommige mezen in zo'n bos blijken stukjes schalen van kippeneieren te eten. Deze mezen leggen wel goede eieren. De mezen vinden eierschalen op picknickplaatsen en bij boerderijen."
De leerlingen willen nagaan of door strooien van eierschalen op picknickplaatsen het aantal uitgekomen eieren in nesten van koolmezen in een verzuurd bos weer kan toenemen. Zij hebben voor dit onderzoek het volgende werkplan opgesteld:
stap 1: Eierschalen op de grond strooien in de buurt van de nesten van mezen in een verzuurd bos. stap 2: Na een tijdje tellen hoeveel jonge mezen er in de nesten komen.
De lerares zegt dat zij een belangrijke stap vergeten zijn op te nemen in het werkplan. Deze stap is wel noodzakelijk om een goede conclusie te kunnen trekken.
Welke stap zijn de leerlingen in hun werkplan vergeten?
-
Mens en Milieu
2/4 Gebrek aan kalk.
Mezen eten in bossen onder andere rupsen van nachtvlinders. De samenstelling van die rupsen komt overeen met de samenstelling van biefstuk.
Welke stof, behalve water, krijgen de koolmezen bij het eten van die rupsen vooral binnen?
Mens en Milieu
3/4 Gebrek aan kalk. Zie figuur B 2565 van de bijlage.
De vorm van de snavel van een mees is geschikt voor de manier waarop hij insectenvoedsel verzamelt. In de afbeelding zijn drie snavels van vogels schematisch getekend.
Welke tekening geeft een snavel van een koolmees weer?
afbeelding
Mens en Milieu
4/4 Gebrek aan kalk.
Door welke van de volgende menselijke activiteiten neemt de kans op verzuring van de bodem van de bossen vooral toe?
1. autorijden, 2. gebruik van spuitbussen met drijfgas, 3. verspreiden van dierlijke mest over de akkers.
Mens en Milieu
Natuurgebieden sluiten.
Vooral in het voorjaar zijn veel natuurgebieden gesloten voor recreanten.
Welk gevolg zou recreatie juist in deze periode hebben voor de omvang van een populatie vogels in zo'n natuurgebied? Geef een verklaring voor je antwoord.
Mens en Milieu
1/2 Milieubeleid van de overheid.
De overheid vraagt veehouders in Oost-Nederland niet teveel mest te verspreiden over hun weilanden. Teveel mest geeft ongewenste effecten voor mens en dier.
Welk ongewenst effect is dat vooral?
Door veel mest te verspreiden
Mens en Milieu
2/2 Milieubeleid van de overheid.
De overheid wil het bouwen van moderne windmolenparken bevorderen. Door de windmolens in die parken wordt elektriciteit opgewekt.
Wat wil de overheid vooral bereiken door het stimuleren van de windmolenparken?
Mens en Milieu
Koolstofdioxide in oceanen.
Onderzoekers hebben berekend dat tot 1780 de productie van koolstofdioxide gelijk was aan de koolstofdioxide-opname door de oceanen. Tegenwoordig wordt er meer koolstofdioxide geproduceerd dan de oceanen aankunnen.
Noem twee voorbeelden van menselijke activiteit waardoor de productie van koolstofdioxide tegenwoordig groter is.
Mens en Milieu
Aquarium.
Ankie heeft een aquarium met twee goudvissen gekocht. De aquariumlamp brandt 12 uur per dag. Ankie geeft de vissen goed te eten en toch gaan ze na een paar dagen dood.
Ankie wil nieuwe vissen kopen. Ze wil nu graag tropische vissen hebben. Een vriendin van Ankie zegt dat ze toch beter weer goudvissen kan nemen. "Dan heb je geen verwarming nodig. Dat kost je minder geld en het is nog beter voor het milieu ook."
Leg met twee verschillende argumenten uit wat de vriendin bedoelt met de opmerking: "Het is nog beter voor het milieu ook."
Mens en Milieu
Slangenplaag op Guam.
Op het eiland Guam is het biologisch evenwicht danig verstoord. Biologisch evenwicht wil zeggen dat het aantal individuen van elke populatie ongeveer hetzelfde blijft in vergelijkbare seizoenen.
Door welke ingreep kan de mens ervoor zorgen dat het biologisch evenwicht op het eiland Guam weer wordt hersteld?
Mens en Milieu
De Waddenzee.
Informatie Zeehondenopvang Soms worden jonge of zieke zeehonden die mensen aan de kust vinden, opgehaald en verzorgd. Als ze weer gezond zijn, worden ze teruggezet in hun natuurlijke omgeving. Dit wordt gedaan door speciale opvangcentra. Er bestaat veel discussie over zeehondenopvang. Is het nog nodig? Waarvoor doen we het? Wordt de zeehondenpopulatie er sterker van of juist zwakker?
Bij deze discussie worden onder andere de volgende argumenten gebruikt.
1. Door het opvangen van zieke zeehonden kan er meer bekend worden over de oorzaken van ziektes, zoals het PDV-virus. 2. De populatie zeehonden kan zichzelf goed in stand houden zonder ingrijpen van de mens. 3. Als zieke en zwakke zeehonden sterven, ontstaat er door natuurlijke selectie een sterkere populatie. 4. Door dieren na de opvang terug te zetten in de natuur wordt de kans op verspreiding van ziektes groter. 5. Door menselijke activiteiten is het natuurlijke leefgebied van de zeehond sterk aangetast.
Bij deze discussie worden onder andere de volgende argumenten gebruikt.
In de informatie worden argumenten genoemd die gebruikt worden in discussies over zeehondenopvang.
Welke twee cijfers geven argumenten aan van een voorstander van zeehondenopvang? De cijfers [invulveld] en [invulveld]
-
Mens en Milieu
Kool en zuurkool. Zie figuur B 2446 van de bijlage.
In de afbeelding is een veld met koolplanten weergegeven.
Hoe noemt men deze manier van verbouwen, waarbij op een grote akker maar één gewas staat?