Oefentoets Biologie: Gedrag - Algemeen | VWO 3/VWO 4/VWO 5 - variant 7

Ontdek de digitale toets over het experiment met bijen en voedselbronnen, gericht op leerlingen in de biologie, waarin ze hun kennis over bijengedrag en onderzoeksopzetten kunnen toetsen. Deze toets behandelt ook het voortplantingsgedrag van stekelbaarsjes en de invloed van agressie op hun voortplantingssucces. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 3, VWO 4, VWO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Experiment met bijen en voedselbronnen

5/5 Bijen.

Over de manier waarop een bij - die een voedselbron heeft ontdekt - de afstand van de voedselbron tot de kast bepaalt, formuleert een onderzoeker de volgende onderzoekshypothese:

De inspanning die de honingbij verricht bij het vliegen van de kast naar een voedselbron, is voor de bij maatgevend voor de afgelegde afstand.

Om dit te onderzoeken heeft hij de beschikking over zogeheten voedertafels en een groot aantal gemerkte bijen van het ras Apis melliferalamarckii die getraind zijn op het verzamelen van voedsel op speciale voedertafels. De bijenkast staat op een helling. De helling omhoog vliegen kost een bij meer inspanning dan de helling omlaag vliegen. In de bijenkast kan de onderzoeker de bijendans waarnemen.

Beschrijf de opzet van een experiment waarmee hij zijn onderzoekshypothese kan toetsen. Beschrijf een mogelijk resultaat dat zijn hypothese bevestigt.

Waaiergedrag van stekelbaarsjes tijdens broedzorg

1/3 Stekelbaarsjes.
Zie figuur B 1598 van de bijlage.

De afbeelding toont het zogenoemde 'waaiergedrag' van een mannelijk stekelbaarsje. Dit waaieren treedt vooral op wanneer het mannetje een nest met bevruchte eieren verzorgt. Het blijkt dat de eieren na korte tijd sterven als het mannetje wordt weggevangen.
Wanneer de eieren echter uit het nest worden gehaald en in stromend water worden gelegd, kunnen ze zich normaal ontwikkelen zonder aanwezigheid van een waaierend mannetje. Door het waaieren wordt onder andere de CO2 -concentratie van het water rondom de eieren verminderd. Naarmate de eieren zich ontwikkelen, neemt de tijd die per uur aan het waaieren wordt besteed (T), toe. Eén dag voordat de eieren uitkomen, bereikt T een maximum. De prikkel die het waaieren opwekt, is de CO2 -concentratie van het water.

Leg uit dat de waaiertijd T toeneemt gedurende de periode dat de eieren zich ontwikkelen.

afbeeldingafbeelding

Agressie en voortplantingssucces bij stekelbaarsjes

2/3 Stekelbaarsjes.

Bij stekelbaarsjes is er een verband tussen het voortplantingssucces en de mate van agressie van het mannetje. Voortplantingssucces wordt gedefinieerd als: het aantal volwassen nakomelingen dat een paar voortbrengt. In een onderzoek naar agressie wordt een grote groep stekelbaarsjes gekweekt. Vervolgens worden de visjes gedurende drie generaties op agressie geselecteerd: er wordt een groep verder gekweekt met de meest agressieve mannetjes en een groep met de minst agressieve mannetjes.
De meest agressieve en de minst agressieve mannetjes worden als volgt uit een generatie geselecteerd:

- twee mannetjes worden samen in een aquarium gestopt dat juist groot genoeg is om er één territorium in te vestigen;
- in het gevecht dat ontstaat om het bezit van het territorium, wint één van beide mannetjes;
- het winnende mannetje wordt in een volgende ronde met een andere winnaar in één aquarium gestopt;
- met de winnaar van de uiteindelijke finale wordt verder gekweekt;

Ook alle verliezers worden steeds in achtereenvolgende ronden tegen elkaar uitgebracht en met de uiteindelijke verliezer wordt verder gekweekt.
Als partners worden zusters van de winnaar respectievelijk van de verliezer gebruikt. In de volgende generaties wordt de selectieprocedure herhaald.
Per generatie wordt het kweken moeilijker; tenslotte wordt het verder kweken op deze wijze bijna onmogelijk. De meest agressieve mannetjes jagen de vrouwtjes weg voordat zij eieren hebben kunnen leggen. De nakomelingen van de minst agressieve mannetjes komen op den duur zelfs niet meer tot het vestigen van een territorium.

Teken een diagram waarin het verband tussen de mate van agressie en het voortplantingssucces van een mannelijk stekelbaarsje op grond van de resultaten van het onderzoek juist is weergegeven.

-

Selectie van Agressief Gedrag bij Stekelbaarsjes

3/3 Stekelbaarsjes.

Waardoor verloopt de selectie op agressief gedrag sneller wanneer de winnaars met hun zusters worden gekruist dan wanneer zij met willekeurige, niet verwante, vrouwtjes worden gekruist?

Groepen handelingen in voortplantingsgedrag vogels

1/3 Voortplantingsgedrag.

Bij het voortplantingsgedrag van vogels kunnen diverse groepen handelingen worden onderscheiden.

Noem drie van deze groepen handelingen.

Voortplantingsgedrag bij Vrouwtjeskanaries

2/3 Voortplantingsgedrag.
Zie figuur B 2426 van de bijlage.

De afbeelding geeft een kanarie weer. Over het voortplantingsgedrag bij vrouwtjeskanaries is het volgende bekend:

1. het voortplantingsgedrag is het gevolg van de toename van de daglengte,
2. het optreden van het voortplantingsgedrag wordt gestimuleerd door de aanwezigheid van mannetjes,
3. het voortplantingsgedrag kan worden opgewekt door het injecteren van gonadotrope hormonen (FSH en LH).

Wordt de daglengteverandering geregistreerd door het centrale zenuwstelsel, door de hypofyse of door de ogen?

afbeeldingafbeelding

Regulatie van voortplantingsgedrag bij kanaries

3/3 Voortplantingsgedrag.
Zie figuur C 83 van de bijlage.

Ga ervan uit dat bij de kanarie dezelfde hormonen worden gevormd als bij de mens, zodat je de informatie uit de figuur kunt gebruiken. Neem aan dat het voortplantingsgedrag direct afhankelijk is van de activiteit van de ovaria.

Teken een terugkoppelingsschema dat de regulatie van het voortplantingsgedrag bij een vrouwelijke kanarie weergeeft. Geef in het schema een plaats aan:

- de hypothalamus
- hormonen uit de hypothalamus
- de hypofyse
- de ovaria
- voortplantingsgedrag
- oestrogenen
- FSH
- progesteron
- LH

-

afbeeldingafbeelding

Aanpassing van uilen aan voedselschaarste

Uilen.
Zie figuur B 5318 van de bijlage.

Uilen beginnen met broeden als het eerste ei gelegd is. Dit heeft tot gevolg dat de uilskuikens na elkaar uit het ei komen. Het jongste kuiken kan wel enkele weken later uitkomen dan het oudste. Alle kuikens bedelen, maar bij voedselschaarste voert het ouderpaar vooral het actiefste en grootste kuiken, dat daardoor veel sneller groeit dan de anderen.

Waaraan is het gedrag van de ouders (legstrategie en voedergedrag) een aanpassing?

afbeeldingafbeelding

Leervormen bij Dieren

Leren bij dieren.

Zet de vijf leervoorbeelden in de rechter kolom bij de juiste leervormen in de linkerkolom.

  • Een inktvis stopt met het aanvallen van een prooi in een stopfles als die prooi steeds naar de bodem van de fles wordt bewogen.

  • Als de kop van een regenworm steeds wordt aangetikt, worden de spierbewegingen waarmee de kop wordt teruggetrokken steeds minder sterk.

  • Een met de fles grootgebracht weeslammetje volgt zijn verzorger, zelfs nadat het bij de kudde is gezet.

  • Als een chimpansee wordt geconfronteerd met dozen en bananen die te hoog zijn om er bij te kunnen, stapelen ze de dozen op om de bananen te bereiken.

  • Vinken die als ze geïsoleerd opgroeien, slechts flarden van het vinkenlied kennen, verbeteren hun lied als ze in contact worden gebracht met soortgenoten.

  • conditioneren

  • gewenning

  • inprenting

  • inzicht

  • imitatie

Paringsgedrag van de mannelijke stekelbaars

Stekelbaars.

Wat doet de mannelijke stekelbaars om het vrouwtje zo ver te krijgen dat ze in zijn nest kruipt?
Hij gaat .

Zangactiviteit van de roodborst gedurende het jaar

Zingende roodborst.
Zie figuur B 5319 van de bijlage.

In nevenstaande grafiek is de zangactiviteit van een mannelijke roodborst gedurende het jaar te zien.

Waardoor wisselt die activiteit gedurende het jaar?

afbeeldingafbeelding

Ritualisatie bij de kleine mantelmeeuw

Kleine mantelmeeuw.

Bij de kleine mantelmeeuw komt het 'klikslikken' voor, een beweging die naast haar oorspronkelijke functie bij het voedingsgedrag ook een functie heeft bij de paarvorming. Een paartje wordt het, samen 'klikslikkend',eens over de plaats waar het nest gaat komen.

Hoe noemt men in de ethologie een dergelijke handeling?

Gedrag van het kogelgordeldier

Gordeldier.

Het kogelgordeldier of armadillo (Tolypeutes mataco) neemt soms een merkwaardige positie in, waarbij het dier zich als een bal oprolt. Voeten en neus worden ingetrokken, waardoor de huidplaten van lichaam en kop precies tegen elkaar passen.

In welke situatie vertoont de armadillo dit gedrag?

Alarmroep van mussen en overlevingsstrategieën

Een zwerm mussen.

Een zwerm mussen eet van een voedertafel in de tuin. Plotseling geeft een van hen een alarmroep. Alle mussen vliegen op en verbergen zich. Een seconde later vliegt een havik voorbij.

Hoe kun je verklaren dat het geven van de alarmroep door een mus een grotere fitness oplevert dan het stil wegvliegen van deze vogel?

Vaste reacties bij diergedrag

Een vaste reactie.

Bij diergedrag kan een sleutelprikkel een vaste reactie opleveren.

Welke van onderstaande gedragingen is geen vaste reactie?

Optimale hoogte voor kraaien bij schelpdieren

Kraaien en schelpdieren.

Sommige kraaien eten schelpdieren. Zij grijpen hun prooi en vliegen ermee omhoog voordat ze die op de rotsen laten vallen zodat de schelp breekt.
Als de schelp bij de eerste poging niet breekt, pikt de kraai hem op en laat hem opnieuw van hoogte vallen, net zolang tot hij breekt.
In een experiment vonden onderzoekers het onderstaande verband tussen de hoogte van het laten vallen en het aantal malen dat nodig is om de schelp te laten breken.
afbeeldingafbeelding

Als je mag uitgaan van een optimale voedingsstrategie, wat is dan waarschijnlijk de hoogte die kraaien kiezen om de schelp te laten vallen?
m.

Olifantenconflict: Plaats de juiste afbeeldingen

Olifantenconflict.
Zie figuur A 1179 van de bijlage.
Zie figuur B 5320 van de bijlage.

Een olifant met de neiging tot vechten of tot vluchten toont dat met de kop.
Op de plaatsen 1, 2, 3 en 4 in figuur A 1179 missen vier afbeeldingen. Deze staan in figuur B 5320 in willekeurige volgorde I, II, III en IV.

Zet de vier missende afbeeldingen I t/m IV uit de kolom rechts bij de juiste posities 1 t/m 4 in de linker kolom.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding
  • I

  • IV

  • II

  • III

  • 1

  • 2

  • 3

  • 4

Ritualisatie bij Thomson's gazelle

Thomson's gazelle.

Bij het paringsgedrag van de Thomson's gazelle komt een beweging voor die 'Laufschlag' wordt genoemd. Deze slaande beweging komt ook voor bij vechtende mannetjes. Bij de paring wordt echter niet echt geslagen. Het mannetje houdt in en streelt het bovenbeen van het vrouwtje, dat hierna vaak tot paring bereid is.

Hoe noemt men in de gedragsleer de beweging van het mannetje?
Een ................................

Voordelen van pikorde in groepen

Pikorde.

Wat is het voordeel of wat zijn de voordelen van de pikorde?

Gedrag van regenwormen

Regenwormen.

Regenwormen komen 's nachts naar de oppervlakte, maar als ze worden aangeraakt gaan ze snel terug in hun onderaardse gangen.

Van welk type gedrag is hier sprake?
Van