Bloed
Hartslagregeling.
De hartslagfrequentie wordt bij de mens mede bepaald door een regelcentrum in het hart (sinusknoop).
Dit regelcentrum wordt rechtstreeks beïnvloed door
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2
NVON
cc-by-sa-40
Hartslagregeling.
De hartslagfrequentie wordt bij de mens mede bepaald door een regelcentrum in het hart (sinusknoop).
Dit regelcentrum wordt rechtstreeks beïnvloed door
Versnelde hartslag bij het honkballen.
Zie figuur C 12 van de bijlage.
Een honkbalwerper staat klaar voor het aangooien van de bal. Hij bekijkt goed welke slagman tegenover hem staat en welke tekens de achtervanger (catcher) hem geeft. Aan de hand van deze gegevens beslist hij hoe hij de bal zal gooien.
Vervolgens gooit hij de bal met een mooie boog naar de catcher. De slagman mist de bal voor de derde keer en is uit!
Ondanks de geringe lichamelijke inspanning merkt de werper dat zijn hartslagfrequentie sterk is toegenomen.
Waardoor is de hartslagfrequentie van de werper na de worp sterk toegenomen?
afbeelding
Een doorsnede door de borstholte.
Zie figuur B 898 van de bijlage.
De afbeelding stelt een doorsnede door de borstholte van de mens voor, ter hoogte van het hart, van bovenaf gezien.
In welk van de aangegeven delen bevindt zich uitsluitend zuurstofrijk bloed?
afbeelding
Zuurstof en de hartspier.
De hartspier krijgt zuurstof vanuit
De kransslagaders.
Zie figuur B 699 van de bijlage.
De tekening stelt het hart van een mens met aansluitende bloedvaten voor.
Van welk bloedvat zijn de kransslagaders vertakkingen?
afbeelding
Het hart en het zenuwstelsel.
Het hart is in staat zich onafhankelijk van het zenuwstelsel samen te trekken.
Waaruit kan de conclusie getrokken worden dat er toch een direct contact bestaat tussen het hart en het zenuwstelsel?
Uit het feit dat
Bloed in de hartkamer.
Zie figuur B 2397 van de bijlage.
Het diagram geeft weer hoeveel zich op verschillende tijdstippen in een hartkamer van een mens bevindt.
Bevindt zich op tijdstip P of op tijdstip Q het meeste bloed in deze kamer?
Hebben de spieren in de wand van deze kamer zich tussen tijdstip P en tijdstip Q samengetrokken?
afbeelding
afbeelding
Bloed in de hartkamer.
Zie figuur B 792 van de bijlage.
Het diagram geeft weer hoeveel bloed zich op verschillende tijdstippen in een hartkamer van de mens bevindt.
Worden tussen de tijdstippen P en Q de spieren in de wand van de kamers samengetrokken?
En de spieren in de wand van de boezems?
afbeelding
afbeelding
De wand van de hartkamers.
Bij zoogdieren is de wand van de linker hartkamer dikker dan die van de rechter.
Dit is een eigenschap, die samenhangt met het feit dat de linker hartkamer
1/5 Hartritme.
In de wand van de rechter hartboezem bevindt zich de zogenaamde sinusknoop. Deze sinusknoop geeft impulsen af die door uitlopers van zenuwcellen over de hartspier geleid worden. Door deze impulsen trekt het hart samen: eerst de boezems, dan de kamers. Het aantal malen dat het hart per minuut samentrekt wordt het hartritme genoemd.
Worden de impulsen uit de sinusknoop over het hart geleid door uitlopers van bewegingszenuwcellen, van gevoelszenuwcellen of van schakelcellen?
2/5 Hartritme.
In rust trekt het hart 60 tot 70 keer per minuut samen. Tijdens inspanning neemt het hartritme toe. Deze toename wordt onder andere veroorzaakt door stijging van de hoeveelheid koolstofdioxide in het bloed.
Geef de naam van het proces waarbij koolstofdioxide ontstaat.
3/5 Hartritme.
Het hartritme wordt ook beïnvloed door de hoeveelheid adrenaline in het bloed. Als je bijvoorbeeld schrikt, wordt er meer adrenaline aan het bloed afgegeven. Hierdoor gaat het hart sneller kloppen.
Door welke klier of klieren wordt adrenaline gemaakt?
4/5 Hartritme.
Door verschillende oorzaken kan het hartritme zijn verstoord. Men spreekt dan van een hartritmestoornis. Zo ontstaan soms impulsen op een andere plaats in de hartwand dan in de sinusknoop. Als gevolg hiervan kan het hart dan onregelmatig en sneller gaan kloppen. De tijd tussen de hartslagen is dan te kort om het hart weer goed vol te laten lopen met bloed. Hierdoor pompen de kamers te weinig bloed de slagaders in. Dit kan leiden tot duizeligheid en zelfs bewusteloosheid.
Leg uit waardoor duizeligheid ontstaat als er te weinig bloed in de slagaders wordt gepompt.
5/5 Hartritme.
Zie figuur B 3318 van de bijlage.
Soms wordt bij patiënten met een hartritmestoornis een zogenaamde defibrillator ingebracht. Dit is een apparaatje dat door middel van elektrische prikkels een eind maakt aan een verstoord hartritme. Het wordt tijdens een operatie meestal onder het sleutelbeen geplaatst. Aan de defibrillator bevindt zich een elektrode die via een holle ader tot in de punt van de rechterkamer wordt geschoven.
In de afbeelding, zie figuur B 3318, staat een schematische afbeelding van het hart.
Teken met een lijn de weg waarlangs de elektrode het hart wordt ingeschoven tot in de punt van de rechterkamer.
afbeelding
1/2 Hartwerking.
Zie figuur B 3373 van de bijlage.
In de afbeelding is een doorsnede van het hart weergegeven.
Welk weefsel komt in de wand van het hart het meest voor?
afbeelding
2/2 Hartwerking.
Zie figuur B 3373 van de bijlage.
In de afbeelding zijn twee bepaalde kleppen aangegeven met de letter P.
Wat is de functie van deze kleppen?
afbeelding
1/2 Twee hartslagen.
Zie figuur B 1488 van de bijlage.
Het diagram in de afbeelding geeft het verloop van de bloeddruk weer op drie verschillende plaatsen in het bloedvatenstelsel van de mens. Deze drie plaatsen zijn: het begin van de aorta, de linkerboezem en de linkerkamer van het hart. De tekening van de afbeelding geeft schematisch een doorsnede weer van de linker harthelft op een bepaald moment van de hartslag.
Welk drukverloop wordt door grafiek Q weergegeven?
afbeelding
2/2 Twee hartslagen.
Zie figuur B 1488 van de bijlage.
Gedurende welke periode in het diagram wordt de situatie gevonden die in de tekening van de afbeelding is weergegeven?
afbeelding
1/3 Het hart van de mens.
Het hart van de mens zorgt voor het stromen van het bloed. De vragen gaan over het hart van een volwassen mens.
Stroomt het bloed rechtstreeks van de linker harthelft in de rechter harthelft?
Wordt de linker harthelft gevuld met bloed uit de longaders?
afbeelding
2/3 Het hart van de mens.
Is een kransader een aftakking van een longader?
Komt bloed het hart binnen in de kamers en stroomt het dan in de boezems?
afbeelding