Oefentoets Biologie: Sport - Sport | VO | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VO

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Sport

1/3 Zadelproblemen.
Zie figuur B 4423 van de bijlage.

Uit een onderzoek bij een groep mannelijke mountainbikers die veel en vaak fietsen, blijkt dat 96 procent afwijkingen heeft aan de balzak. Bij mannen die niet zo vaak fietsen is dat 16 procent.

In de afbeelding is een aantal organen van een man weergegeven.

Is in de afbeelding de balzak getekend?
Zo ja, welke letter geeft de balzak aan?

afbeeldingafbeelding

Sport

2/3 Zadelproblemen.
Zie figuur B 4424 van de bijlage.

De afwijkingen bij mountainbikers zijn waarschijnlijk het gevolg van de trillingen van het zadel. Door de voortdurende wrijving kan er ook een pijnlijke steenpuist ontstaan. Een steenpuist is een ontsteking in de huid, bijvoorbeeld in een talgklier, en wordt veroorzaakt door bacteriën.

In de afbeelding is onder andere een deel van de huid schematisch weergegeven.

Welke letter geeft een talgklier aan?

afbeeldingafbeelding

Sport

3/3 Zadelproblemen.

Op de plaats van de steenpuist bevinden zich veel witte bloedcellen.

Leg uit waarvoor zich daar veel witte bloedcellen bevinden.

Sport

1/3 Tennisarm.

Soms krijgen tennisspelers last van een tennisarm. Een tennisarm ontstaat door een langdurige zware belasting van een armspier. Daardoor ontstaat er een pijnlijke plek in de verbinding tussen een pees en één van de armbeenderen. De pijn is vooral te voelen als er kracht door de arm wordt uitgeoefend.

Is een tennisarm een ontwrichting?
En een kneuzing?

afbeeldingafbeelding

Sport

2/3 Tennisarm.
Zie figuur A 385 van de bijlage.

In een krantenartikel over een tennisarm stonden twee tekeningen die zijn weergegeven in de afbeelding.
Een tennisspeler heeft in zijn linkerarm last gekregen van een tennisarm. Tijdens een onderzoek door een arts moet de tennisspeler de linkerhand naar boven toe bewegen. De onderarm wordt daarbij door de arts tegengehouden. In tekening 1 van de afbeelding is dat weergegeven.

Spier P in tekening 2 zit aan de linkerkant door middel van pees R vast aan één van de beenderen.

Wat is de naam van dat been?

afbeeldingafbeelding

Sport

3/3 Tennisarm.

Spier P van tekening 2 is aan de rechterkant, buiten de afbeelding, verbonden met de hand.

Wordt spier P, tijdens het naar boven bewegen van de hand, korter of langer of blijft ze ongeveer even lang?
En pees R?

afbeeldingafbeelding

Sport

1/2 Sportblessures.

Tijdens sportwedstrijden kunnen onder andere de volgende blessures ontstaan: kneuzingen, ontwrichtingen en spierscheuringen. Mathilde glijdt tijdens het tennissen uit en voelt een scherpe stekende pijn in haar kuit. Ook na een uur is lopen haast onmogelijk voor haar. Aan haar been is dan nog nauwelijks iets te zien. Op grond van deze gegevens kun je bepalen welke blessure Mathilde waarschijnlijk heeft opgelopen.

Welke van de genoemde blessures heeft zij opgelopen?

Sport

2/2 Sportblessures.

Jos en Walter voetballen. Jos schopt over de bal heen tegen het scheenbeen van Walter. Walter valt krimpend van de pijn op de grasmat. De verzorger behandelt de blessure met een spons met ijskoud water. Deze behandeling met ijskoud water vermindert de nare gevolgen van de blessure.

Noem twee gevolgen van de blessure die door de behandeling verminderen.

Sport

1/5 Voorkómen van sportblessures.
Zie figuur B 1391 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

De tekst en de tekeningen in de figuur zijn afkomstig uit de Postbus 51-brochure "Blessures, maak er geen sport van".

Tekst:
Warming-up.
Koude spieren in rusttoestand moeten niet plotseling zwaar belast worden. Want dan kunnen ze scheuren. Vandaar de warming-up voor de wedstrijd of de training, al dan niet vergezeld van een massage. De warming-up moet twee dingen doen: de spiertemperatuur opvoeren en de lichaamsfuncties op actieniveau brengen. (zie bovenste mannetje van de figuur).

Cooling-down.
Bij het trainen of sporten gebruik je je spieren intensief. Daardoor hopen zich in de spieren afvalstoffen op. Die stoffen veroorzaken spierpijn en moeten er dus uit. Daarvoor is een behoorlijke bloedsomloop nodig. Vandaar dat je na het sporten niet moet neerploffen, maar nog wat moet uitlopen en/of rustige oefeningen moet doen. Daar zitten ook wat strek- (stretch-)oefeningen bij, om de spieren weer naar de normale spanning terug te brengen (zie onderste mannetje in de figuur).

Zie volgende scherm

Sport

2/5 Voorkómen van sportblessures.
Zie figuur C 83 van de bijlage.

De invloed van warming-up op de volgende factoren in het lichaam worden bestudeerd:

1. de intensiteit van de dissimilatie met zuurstof,
2. de hartslagfrequentie,
3. de hoeveelheid adrenaline die per tijdseenheid wordt afgegeven.

Welke van deze factoren neemt of welke nemen toe tijdens de warming-up?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Sport

3/5 Voorkómen van sportblessures.
Zie figuur C 91 van de bijlage.

Van welk deel of van welke delen van het autonome zenuwstelsel neemt de activiteit tijdens de warming-up toe?

afbeeldingafbeelding

Sport

4/5 Voorkómen van sportblessures.

In de brochure staat dat door cooling-down afvalstoffen uit de spieren worden verwijderd.

Welke 'afvalstof' ontstaat in spieren bij dissimilatie zonder zuurstof?

Sport

5/5 Voorkómen van sportblessures.

Ondanks de adviezen over warming-up, krijgt iemand een blessure waarbij een spier scheurt. De blessure wordt door de verzorger direct met ijs gekoeld.

Beïnvloedt dit koelen de frequentie van impulsen vanuit de gescheurde spier naar de hersenen?
Zo ja, is deze impulsfrequentie lager of hoger dan zonder koeling?

Sport

1/2 Sportletsel.
Zie figuur B 2313 van de bijlage.

De afbeelding is afkomstig uit een boek over sportletsels.
Bij plaats P is een letsel bij een jonge sporter gevonden.

Schrijf zo nauwkeurig mogelijk op welk letsel dit is.

afbeeldingafbeelding

Sport

2/2 Sportletsel.

Samentrekking van spier R veroorzaakt een beweging van het voorste deel van de voet.

Welke beweging is dat?

afbeeldingafbeelding

Sport

1/3 Sport.

In het algemeen is het onverstandig om tijdens het sporten te eten. Dit geldt met name als de duur van de inspanning korter is dan twee uur. In de spieren en in de lever is dan voldoende glycogeen aanwezig zodat aanvulling tijdens de inspanning niet nodig is. Als de inspanning echter langer duurt dan twee uur, kan extra koolhydraatopname tijdens de inspanning de prestatie verbeteren.
Als verklaring waarom men beter niet tegelijkertijd kan eten en sporten, worden twee beweringen gedaan:

1. Tijdens het sporten vindt in het autonome zenuwstelsel vooral impulsoverdracht plaats in het orthosympathische deel, waardoor minder bloed naar de verteringsorganen stroomt.
2. Tijdens het sporten vindt vooral impulsoverdracht plaats in het animale zenuwstelsel, terwijl er nauwelijks impulsoverdracht plaatsvindt in het autonome zenuwstelsel.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Sport

2/3 Sport.
Zie figuur C 83 van de bijlage.

Drie hormonen zijn: adrenaline, glucagon en insuline.

Onder invloed van welke van deze hormonen wordt glycogeen omgezet in glucose?

afbeeldingafbeelding

Sport

3/3 Sport.

Tijdens inspanning worden behalve glycogeen ook andere energierijke stoffen verbruikt.
Drie energiebronnen in een lichaamscel zijn: eiwit, melkzuur en vet.

Welke van deze energiebronnen levert per gram de meeste energie?

Sport

1/17 Sporten en gewicht.
Zie figuur B 2251 van de bijlage.


Sporten en ideaalgewicht.
1. Kennismaken met Mariet.

afbeeldingafbeelding
Mariet is 20 jaar, 1,76 meter lang en ze weegt 64 kg. Zij is al jaren actief lid van een handbalclub. Zij speelt wedstrijden op landelijk niveau. Daarvoor volgt zij een intensief trainingsschema.

2. Gewichtsproblemen.
Sporters krijgen soms gewichtsproblemen als zij wel veel blijven eten en niet trainen na het oplopen van een blessure. Als iemand na een rustperiode weer veel wil gaan trainen om grote prestaties te kunnen leveren, moeten eerst de overtollige kilo's er af.

3. Sporten en afvallen.
Een sporter die te zwaar is, moet niet proberen in een paar weken tijd vijf kilo of meer kwijt te raken. Bij te snel afvallen verzwakt hij. Hij verliest dan veel vocht en soms zelfs spierweefsel.
Wil een sporter afvallen dan kan hij beter geen energierijke voedingsmiddelen met veel suiker en vet gebruiken.

Zie volgende scherm



-

Sport

2/17 Sporten en gewicht.

4a. Lunch van Mariet.
afbeeldingafbeelding

4b. Voeding van Mariet per dag.
afbeeldingafbeelding

5. Energiebehoefte.
Bij een mens is de energiebehoefte van het lichaam afhankelijk van de activiteit. Bij zeer geringe activiteit heeft een vrouw zoals Mariet 121 kJ per kg lichaamsgewicht per dag nodig. Bij grote activiteit overdag heeft zij 161 kJ per kg lichaamsgewicht per dag nodig.

6. Samenstelling van melk en melkproducten per 100 g.
afbeeldingafbeelding