Oefentoets Biologie: Ecologie | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Temperatuur van de omgeving.
Zie figuur B 5285 van de bijlage.

Het diagram hiernaast geeft het verband weer tussen de activiteit van een bepaald organisme en verschillende temperaturen van de omgeving. Een organisme met activiteit 0 is dood.

Bij welke temperaturen kan dit organisme leven?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Gezond met houtskool.

De rode colobusapen van het eiland Zanzibar voor de Oost-Afrikaanse kust zijn overgegaan op het innemen van houtskool. Gemiddeld vijf gram per dag per aap. Ze halen het van platgebrande bossen en stelen het uit keukens. Het ontgift hun darmen.
Ze zijn nu beter in staat nieuwe voedselbronnen aan te boren, zoals giftige mangobladeren. Het gevolg is een bevolkingsexplosie. Nergens komen méér apen voor per vierkante kilometer dan op Zanzibar.
Over de oorzaak van de bevolkingsexplosie van de colobusapen wordt een aantal beweringen gedaan.

Welke van de beweringen zijn hoogst waarschijnlijk juist?

Ecologie

1/3 Sneeuwganzen.

In 'VOGELS' van november 1997 stond een leuk artikel dat wel wat vragen oproept.
De sneeuwgans graast op de kwetsbare toendra's van Noord-Canada, en rukt de vegetatie met wortel en al uit de grond. Het is een prachtig dier en de soort wordt sinds een tiental jaren beschermd, maar....

Welk gevaar levert dit dier op voor de toendrabodem?

Ecologie

2/3 Sneeuwganzen.

Welke gevolgen heeft het uitrukken van de planten door de sneeuwgans voor andere dieren?

Ecologie

3/3 Sneeuwganzen.

Ecologen rekenden uit dat, als er nu niet wordt ingegrepen, het wel 40 jaar kan duren voordat er weer een nieuw evenwicht op de toendra ontstaat.

Zou dat nieuwe evenwicht een evenwicht zijn met meer/evenveel of minder sneeuwganzen dan er nu zijn?
Licht je antwoord toe.

Ecologie

1/4 Kuifeendengebieden onder druk.

Lees de onderstaande tekst.

Het IJsselmeer en Markermeer zijn van vitaal belang voor watervogels uit een gebied dat zich uitstrekt van Groenland tot Oost-Europa en Siberië. Samen met de Waddenzee vormen onze grote meren de top van Nederlands Belangrijke Vogelgebieden. Zelfs internationaal gezien voor zeker twaalf soorten. Per winter worden er 250.000 tot 400.000 watervogels geteld. IJsselmeer en Markermeer zijn in het bijzonder van belang voor toppereenden. Veertig tot vijftig procent van alle Noordwest- Europese toppers verblijft hier gedurende de wintermaanden. Zij hebben gezelschap van vijf tot tien procent van de populaties kuifeenden.
Sinds enige jaren neemt de hoeveelheid driehoeksmosselen af. Dit zou grote gevolgen voor de hele populatie kuifeenden kunnen hebben. Vogelbescherming Nederland maakt zich zorgen over het slinkende aantal overwinterende kuifeenden dat wordt geteld. Het ironische is dat een op zichzelf gunstige ontwikkeling de oorzaak lijkt te zijn: het schoner worden van het IJsselmeerwater. Daardoor groeien er minder algen die het voedsel voor driehoeksmosselen vormen.
Een tweede reden is gelegen in de insluiting van het Markermeer door de Houtribdijk. Daardoor kan bodemslib niet meer afvloeien en hoogt de bodem op. De driehoeksmossel kan in dat milieu niet leven. Een derde negatieve conditie is het schaars worden van rustige watergedeelten in de buurt van mosselbanken. De achteruitgang van de kuifeend op het Markermeer laat zien hoe ingrijpend tamelijk onopvallende veranderingen kunnen uitpakken. In het IJsselmeer houden algen, driehoeksmosselen en duikeenden(kuifeenden) elkaar in evenwicht. Een paar maanden per jaar dobberen honderdduizenden duikeenden op dit meer en eten wel 20% van de mosselen op. Overigens eten deze eenden liever larven, insecten, viskuit en dril, maar dat zoeken ze elders. Vooral ondiep water is geschikt voor de groei van de driehoeksmossel. Deze mossel zorgt voor een natuurlijke waterzuivering.

Zie volgende scherm

Ecologie

2/4 Kuifeendengebieden onder druk.

Waarom blijft het meer helder (= goede waterkwaliteit) door de aanwezigheid van de driehoeksmossel?

Ecologie

3/4 Kuifeendengebieden onder druk.

In welk seizoen zal deze mosselstand het meest teruglopen?
Licht je antwoord toe.

Ecologie

4/4 Kuifeendengebieden onder druk.

Wanneer en waardoor herstelt de driehoeksmosselstand zich weer?
Gebruik in je antwoord de naam van maar één seizoen, geef duidelijke en zo volledig mogelijke argumentatie.

Ecologie

1/2 Duinorganismen.
Zie figuur B 5286 van de bijlage.

Lees onderstaande tekst.

In een bepaald duingebied leven vele soorten planten en dieren. We noemen van de planten: grassen, allerlei kruidachtige planten en de struiken. We noemen van de dieren: muizen, konijnen, vossen en roofvogels. In de figuur hiernaast staat een 'piramide' getekend van de biomassa van de planten en dieren in dit duinterrein.
N.B. Biomassa = totaal aan massa van de stof waaruit organismen bestaan.

Welke van de bovengenoemde organismen horen thuis in vak 1, welke in vak 2 en welke in vak 3?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Duinorganismen.
Zie figuur B 5286 van de bijlage.

Noem twee verschillende oorzaken waardoor de biomassa van onder naar boven steeds kleiner wordt.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/3 Boswachterziekte.

In het tijdschrift "Grasduinen" van juni 1998 stond het volgende artikel:

De ziekte van Lyme krijgt steeds meer aandacht. Deze aandoening staat ook bekend als de 'boswachtersziekte' en is genoemd naar het Amerikaanse plaatsje waar ze voor het eerst werd onderkend. De oorzaak is een bacterie, de Borrelia burgdorfferi, die wordt overgebracht door teken. Vanaf het moment dat een teek begint met het opzuigen van bloed krijgt de bacterie de kans binnen te dringen in de bloedbaan van het slachtoffer en gaat gevoelige organen als lever, ruggenmerg of hersenen aantasten. 'Lyme' openbaart zich aanvankelijk als een rode vlek, later als een rode kring rond de tekenbeet. In dat stadium is effectieve medicatie mogelijk. Sommige jaren duikt de ziekte veel vaker op dan andere. In Amerika is nu ontdekt dat dit verband houdt met goede eikeljaren. Als er veel eikels op de bosbodem liggen, komen daar muizen en herten op af, die dragers zijn van geïnfecteerde teken.
Volgens onderzoeker Clive Jones van het Institute of Ecosystem Studies in Millbrook in New York is het zaak in goede eikeljaren de bossen te mijden of extra op je hoede te zijn. Waarschijnlijk gaat deze Amerikaanse situatie ook voor ons land op.

Naar aanleiding van dit artikel kunnen verschillende voedselketens worden opgesteld.

Welke van de volgende ketens zou juist kunnen zijn?

Ecologie

2/3 Boswachterziekte.

Langs welke route komt de bacterie in de lever terecht?

Ecologie

3/3 Boswachterziekte.

Wat is het biologische verband tussen de toename van het aantal mensen met 'boswachtersziekte' en goede eikeljaren?

Ecologie

Kaalkop-ibissen.

In het mei/juni nummer van het tijdschrift Vogels in 2000 stond het volgende bericht:

De vier jaar geleden gemaakte broedrichels voor de bedreigde kaalkop-ibissen in het Marokkaanse Souss-Massa lijken eindelijk een succes. De eerste drie jaar kwam slechts één paartje op de kunstmatige richels tot broeden, maar vorig jaar vonden ineens zes paartjes de richels de moeite waard. In totaal brachten 62 paartjes 78 jongen groot. Dit hoge aantal - de totale wereldpopulatie haalt de 250 niet - is mede te danken aan de beschermingsmaatregelen van de lokale bevolking. Er is een bewakingssysteem opgezet en de vogels worden uitgebreid gevolgd met een videocamera.

Welke van de volgende beweringen geeft een juiste, uit de gegevens te halen, verklaring van de toename van het aantal, op de speciale richels grootgebrachte, jongen?

Ecologie

Voedselwebben.
Zie figuur B 5287 van de bijlage.

Gebruik bij deze vraag het hiernaast afgebeelde voedselweb.
Het schema (web) gaat over stofstromen in de Waddenzee. Voedselrelaties tussen verschillende organismen zijn aangegeven.
Stel dat door bijvoorbeeld gasboringen een bodemdaling optreedt, waardoor het leefgebied van de kokkel verloren gaat.

Op welke twee diersoorten zal dat dan volgens dit schema vooral invloed hebben?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/2 Maretak.
Zie figuur B 5288 van de bijlage.

Lees de tekst hieronder.
Een maretak (zie de afbeelding hiernaast) is een bijzondere plant die in Nederland in Zuid-Limburg voorkomt. Een maretak leeft op de stam of op de takken van bomen zoals populieren. Aan deze plant met bladgroen komen in de herfst besjes. Een bloem levert maar één besje. De besjes worden gegeten door vogels. De kleverige zaden blijven daarbij aan hun snavels plakken. De vogels proberen ze eraf te krijgen door hun snavel langs takken van bomen te wrijven. De zaden blijven daarbij aan een tak kleven. Bij de ontkieming van een zaad dringt de jonge wortel de tak binnen.

Wat is de belangrijkste functie van de binnendringende worteltjes van de maretak?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Maretak.

Heeft de bloem van de maretak één stamper of meer stampers of valt dit niet op te maken uit de tekst?

Ecologie

Relaties.

Er zijn allerlei vormen van relaties tussen verschillende soorten organismen. Die relaties kunnen stimulerend (+), remmend (-) of neutraal (0) zijn.
Vier relaties tussen soorten zijn:

1. commensalisme
2. mutualisme
3. parasitisme
4. predatie

Hieronder staan zes voorbeelden (a t/m f) van de invloed die verschillende soorten X en Y op elkaar kunnen uitoefenen.

invloed van soort X op soort Y invloed van soort Y op soort
a + +
b + -
c + 0
d 0 0
e 0 -
f - -

Geef aan welke combinatie a t/m f hoort bij de genoemde relaties 1 t/m 4.
Een combinatie kan meer dan één keer voorkomen.

Ecologie

Plantentypen.

Een botanicus bestudeert verschillende typen planten:

type a - cactussen
type b - landplanten in een droog milieu
type c - landplanten in een vochtig milieu
type d - waterplanten

Hij onderscheidde onder andere de volgende kenmerken:

1 - weinig huidmondjes, alleen aan de onderkant van de bladeren
2 - veel huidmondjes en een dunne waslaag om de bladeren
3 - doornvormige bladeren zonder huidmondjes
4 - luchtkanalen in de stengels
5 - wateropslag in de stengels

Welk kenmerk of welke kenmerken horen bij de vier afzonderlijke type planten?
Bij a: [invulveld];
bij b: [invulveld];
bij c: [invulveld];
bij d: [invulveld].