Oefentoets Biologie: Ecologie - aanpassing | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Ontdek de digitale toets over de aanpassing van planten en dieren aan hun omgeving, gericht op leerlingen in het voortgezet onderwijs. Deze toets behandelt onderwerpen zoals de levenscyclus van de 17-jaarskever, de eigenschappen van woestijndieren en de cuticula van bladeren in verschillende klimaten. - 7 vragen

Aantal vragen

7

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Aanpassing van planten aan hun omgeving

Plant en omgeving.

Bij onderzoek aan een plant blijkt dat:

1. er een klein aantal huidmondjes per cm2 bladoppervlak aanwezig is;
2. de huidmondjes diep in het blad liggen weggezonken.

Uit welke omgeving is deze plant waarschijnlijk afkomstig?

Uit .

Bladeren plukken in de duinen

Duinen.
Zie figuur B 5174 van de bijlage.

Mieke wandelt door de duinen bij Castricum. Zij plukt onderweg verschillende bladeren, terwijl zij van een kale duintop afdaalt naar een vochtige duinvallei.
Hiernaast zie je dwarsdoorsneden van drie verschillende bladeren.

In welke volgorde heeft Mieke de bladeren geplukt?
In de volgorde .

afbeeldingafbeelding

Levenscyclus van de 17-jaarskever

De 17-jaarskever.

De 17-jaarskever heeft een vreemde levenscyclus. De larven leven 17 jaar ondergronds, waarna ze allemaal tegelijk verpoppen en uitkomen. Een van de vragen daarbij is: "Waardoor een cyclus van -nota bene- 17 jaar?"
Enkele uitspraken hierover zijn:

1. Deze cyclus ligt vast in het erfelijk materiaal van de kevers.
2. Deze cyclus wordt van ouders op jongen via een leerproces doorgegeven.
3. Deze cyclus is evolutionair gezien gunstig, want de kans dat een predator specialiseert en dezelfde cyclus krijgt, is minimaal.
4. Alle 17-jaarskevers hebben waarschijnlijk een gemeenschappelijke voorouder.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

Dikke cuticula van bladeren in verschillende klimaten

Cuticula.

Planten waarvan de bladeren een dikke cuticula hebben, komen vooral voor in

Carnivore woestijndieren en hun kenmerken

Dier in de woestijn.

Welke van de volgende serie kenmerken hoort bij een carnivore, homoiotherme woestijnbewoner?

Eigenschappen van de pissebed

Pissebed.

De pissebed is is een kreeftje dat zich met succes aan het landleven heeft aangepast.

Welke van de volgende uitspraken is niet juist?

Functie van pyjamicine bij de blauwe papegaaivis

1/2 Pyjamicine.
Zie figuur B 5316 van de bijlage.

De blauwe papegaaivis (Scarus vetula) maakt 's nachts een slijmnest. Daarbinnen brengt hij onbeweeglijk de nacht door. Hanneke en John Videler ontdekten dat dit slijm bestond uit een eiwit, dat zij pyjamicine doopten. Dit eiwit bleek de groei van bacteriƫn op de huid van deze vis af te remmen.

Leg uit dat het vormen van dit eiwit in de nacht functioneel is voor de vis.

afbeeldingafbeelding