Oefentoets Biologie: Gedrag - Algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 - variant 5

Deze digitale toets over het meten van gedragstijd bij muizen, varkens en andere dieren is gericht op leerlingen in het voortgezet onderwijs en biedt een diepgaande analyse van ethogrammen, cirkeldiagrammen en onderzoeksverbeteringen. Ontdek de verschillende gedragingen en de invloed van hormonen op het gedrag van dieren. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedragstijd van een muis meten

1/3 Een ethogram.

Jan en Jet onderzoeken hoeveel tijd een muis besteedt aan lopen, slapen en eten. Ze zetten een muis in een grote glazen bak met een voerplek en een slaapholletje. Ze bekijken het gedrag van de muis en maken een ethogram. Daarvoor noteren ze elke twee minuten wat de muis doet. Hieronder is het ethogram weergegeven.
afbeeldingafbeelding

Vul hieronder in hoeveel procent van de meetmomenten wordt besteed aan lopen, aan slapen en aan eten (hele getallen).

lopen: [invulveld] %
slapen: [invulveld] %
eten: [invulveld] %

Invullen van een cirkeldiagram

2/3 Een ethogram.

Hiernaast staat een lege cirkel weergegeven.

Zet deze percentages uit in het cirkeldiagram.

afbeeldingafbeelding

Verbeteringen voor betrouwbaar onderzoek

3/3 Een ethogram.

Om het onderzoek te verbeteren herhalen Jan en Jet hun waarnemingen op drie achtereenvolgende dagen.

Noem nog een andere verbetering van het onderzoek waardoor de resultaten betrouwbaarder worden.

Gedrag van Dieren: Juist of Onjuist?

Dedrag: 7 x juist of onjuist.
Zie figuur B 3644 en figuur B 3649 van de bijlage.

1. Hormonen kunnen voortplantingsgedrag veroorzaken.

2. Het gedrag van de kat in de afbeelding B 3644 heet overspronggedrag.

3. Door het vormen van een territorium stelt een dier voldoende voedsel veilig om nakomelingen te kunnen voeden.

4. Territoriumgedrag komt alleen voor bij dieren, niet bij mensen.

5. Leerprocessen spelen bij dieren een veel belangrijkere rol dan bij mensen.

6. De hond rechts in de afbeelding B 3649 vertoont onderdanigheidsgedrag.

7. Een koekoek legt een ei in het nest van een rietzanger. De rietzanger voert het koekoeksjong vaker dan een eigen jong. Hier is sprake van een supranormale prikkel.
De supranormale prikkel is afkomstig van het koekoeksjong.

-

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Gedrag en hormonen bij dieren

Dedrag: 7 x juist of onjuist.
Zie figuur B 3640 en figuur B 3641 van de bijlage.

1. Hormonen kunnen de bereidheid tot het verrichten van bepaald gedrag veroorzaken.

2. Werkbijen bevruchten de koningin.

3. Een man die met zijn vuist op tafel slaat vertoont overspronggedrag.

4. Bij dieren bepalen leerprocessen sterker het gedrag dan bij mensen.

5. Een mannetjespauw zet de staartveren op bij het zien van een vrouwtje (zie de afbeelding B 3640).
Dit gedrag van de mannetjespauw is territoriumgedrag.

6. Jan laat zijn hond regelmatig uit. Tijdens de wandeling plast de hond een klein beetje tegen bijna elke lantaarnpaal die ze tegenkomen.
Het plasgedrag van de hond behoort tot de balts.

7. De afbeelding B 3641 komt uit de strip ‘Jan, Jans en de kinderen'. Het jongetje heet Jeroen, het meisje Catootje.
Het gedrag van Jeroen komt overeen met het traditionele man-vrouwrolpatroon.

-

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Sleutelprikkel voor speelgedrag bij welpen

1/2 Leeuwengedrag.
Zie figuur A 583 van de bijlage.

In de afbeelding is een leeuw weergegeven in een karakteristieke houding die alleen aangenomen wordt tegenover welpen. In vrijwel alle gevallen wordt dit gedrag gevolgd door speelgedrag, waarbij de leeuw de welp met ingetrokken klauwen slaat.

Wat is de sleutelprikkel voor de welp tot het speelgedrag?

afbeeldingafbeelding

Percentage bijtgedrag bij vechtende varkens

1/3 Vechtende varkens.

Wilde varkens leven in groepen. Binnen die groepen bestaat een bepaalde rangorde. Deze rangorde wordt onder andere bepaald door te vechten, waarbij veel gebeten en geduwd wordt. Zulk gedrag komt ook voor bij tamme varkens als ze in een groep bij elkaar gezet worden.
Om dit gedrag te onderzoeken, zet een wetenschapper twee varkens bij elkaar.
Hij noteert gedurende enkele uren welke gedragingen de dieren vertonen. Naar aanleiding hiervan bepaalt hij welk dier het hoogst in de rangorde staat. Dit dier noemt hij de ‘winnaar', het andere varken de ‘verliezer'.
In de tabel is een deel van de resultaten weergegeven.

afbeeldingafbeelding

Uit de resultaten blijkt dat het vechten voor een groot deel uit bijtgedrag bestond. Hierbij is het vooral de ‘winnaar' die in een oor van de ‘verliezer' bijt.

Voor hoeveel procent bestaat het bijtgedrag van de 'winnaar' uit het gedragselement ob? Leg je antwoord uit met een berekening.

Rangorde van varkensgedrag bepalen

2/3 Vechtende varkens.

De wetenschapper herhaalt dit experiment met verschillende andere varkens.
De resultaten komen overeen met die van het eerste experiment. Uit de resultaten trekt hij conclusies over de rol die de verschillende gedragselementen spelen bij het bepalen van de rangorde.
Drie van de gedragselementen worden vervolgens onderzocht bij vier even oude varkens die voor het eerst bij elkaar gezet worden. De wetenschapper noteert gedurende enkele uren hoe vaak elk varken deze drie gedragselementen vertoont (zie de onderstaande tabel).

afbeeldingafbeelding

Bepaal met behulp van de informatie wat de rangorde van deze vier varkens is. Schrijf de letters in de juiste volgorde op. Begin met het meest dominante dier.

Rangorde:

Onderzoek naar vechtgedrag bij varkens

3/3 Vechtende varkens.

Het vechtgedrag van varkens in een fokkerij levert regelmatig problemen op. Men vermoedt dat door een verandering van de leefomgeving, bijvoorbeeld door veel stro in de hokken te leggen, het vechtgedrag zou kunnen verminderen.

Schrijf een werkplan op waarmee dit onderzocht kan worden.

Communicatiegedrag bij duiven

1/2 Duiven.
Zie figuur B 3647 van de bijlage.

In de afbeelding is gedrag van duiven weergegeven. Het mannetje buigt en maakt een koerend geluid. Het vrouwtje reageert hierop.

Hoe noemen we zo'n handeling die als prikkel werkt voor een soortgenoot? een [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Opeenvolging van Handelingen bij Duiven

2/2 Duiven.

Bij het gedrag van duiven volgen de handelingen elkaar in een bepaalde volgorde op.

Hoe noemen we een opeenvolging van handelingen, waarbij het effect van de ene handeling leidt tot een volgende handeling? een [invulveld]

Gedrag van konijnen en eekhoorns vergelijken

1/3 Een gedragsonderzoek.
Zie figuur B 4440 van de bijlage.

Gedurende 24 uur wordt het gedrag van een konijn en van een eekhoorn bestudeerd. Er wordt onder andere genoteerd hoe lang de dieren rusten of actief zijn.
De resultaten zijn in de afbeelding weergegeven.

Naar aanleiding van de gegevens in het diagram worden twee uitspraken gedaan. Geef bij elke uitspraak aan of deze juist of onjuist is.

Tijdens het onderzoek had het konijn meer perioden van activiteit dan de eekhoorn.
Tussen 16 uur en 20 uur nam het konijn langere tijd rust dan de eekhoorn.

afbeeldingafbeelding

Gedragsonderzoek met Ethogram en Protocol

2/3 Een gedragsonderzoek.

Tijdens het onderzoek wordt van het gedrag van één van beide dieren een protocol gemaakt met behulp van een ethogram. Hieronder is een deel van het ethogram en een deel van het protocol weergegeven.
afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Gedrag van konijn of eekhoorn?

3/3 Een gedragsonderzoek.

Is in dit protocol het gedrag beschreven van het konijn of van de eekhoorn? Leg je antwoord uit.

Broedzorg bij Berberapen

1/2 Berberapen.

Hieronder is een artikel uit een tijdschrift weergegeven.

Tekst:
Berberapen leven in groepen in Noord-Afrika, op 1000 tot 2000 meter hoogte waar het in de winter zeer koud is. Deze zoogdieren eten gras, vruchten en andere planten, maar ook wel insecten en spinnen. Bij berberapen krijgt een vrouwtje meestal één jong per jaar. De baby's zijn in de groep erg belangrijk. Al vrij snel na de geboorte in het voorjaar nemen de volwassen mannetjes de baby's regelmatig van de vrouwtjes
over, dragen ze op hun rug en beschermen ze.
Een mannetje neemt een baby soms ook mee bij het benaderen van een ander mannetje. Het lijkt erop dat daardoor het andere mannetje minder agressief is.

In de tekst wordt gedrag genoemd dat broedzorg heet.

Citeer de twee eerste en de twee laatste woorden van de zin waarin dit gedrag wordt beschreven.

Prikkel voor agressieonderdrukking bij berberapen

2/2 Berberapen.

Wat is volgens de tekst de mogelijke prikkel voor het onderdrukken van de agressie bij de mannetjesapen van deze soort?

Broedzorg bij de koekoek

1/5 De koekoek.
Zie figuur B 4339 van de bijlage.

In een artikel staat de volgende informatie over de koekoek. De koekoek is een vogel die in Nederland voorkomt. Een ‘vreemde vogel' kun je wel zeggen. Zo heeft de koekoek een voorkeur voor harige rupsen die door bijna geen andere vogelsoort worden gegeten. Ook maakt de koekoek nooit zelf een nest, maar legt het vrouwtje de eieren in de nesten van een andere vogelsoort. Er wordt één ei per nest gelegd. Het uitbroeden en voeren van de jonge koekoek wordt aan de ‘pleegouders' overgelaten.
Als de jonge koekoek gevoerd wordt, komen de echte ouders af en toe kijken. Als het jong het nest verlaat, geven ze het vliegles, en daar houdt hun zorg mee op.

In de bovenstaande informatie worden voorbeelden van broedzorg genoemd.

Noem twee vormen van broedzorg die bij de koekoek ontbreken.

afbeeldingafbeelding

Koekoek: Erfelijk of Aangeleerd Gedrag?

2/5 De koekoek.

Is het leggen van een ei in het nest van een andere vogelsoort erfelijk gedrag of is het aangeleerd gedrag? Leg je antwoord uit.

Functies van het geluid van de koekoek

3/5 De koekoek.

Het koekoeksmannetje roept zijn eigen naam. Met dat geluid wordt in de paartijd een vrouwtje gelokt.

Noem een andere functie van het maken van geluid door de koekoek.

Sleutelprikkels en gedrag bij vogels

4/5 De koekoek.

Een koekoeksjong probeert direct na het uitkomen uit zijn ei alle andere eieren uit het nest te duwen. Als dat niet lukt, moet het koekoeksjong het nest soms delen met een andere vogel. Toch krijgt het koekoeksjong het meeste voedsel, doordat het een veel grotere oranjerode bek heeft dan het andere vogeltje.

Deze kleur van de bek is een uitwendige prikkel voor de ouder om te voeren.

Hoe wordt zo'n extra sterke sleutelprikkel genoemd? Een [invulveld] prikkel