Oefentoets Biologie: Genetica - geslachtsgebonden | HAVO 4/HAVO 5 | variant 1

Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

19

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetica

3/4 Hemofilie.

In welke skeletten moet het DNA in de mitochondriën gelijk zijn aan dat van prins Philip?

Genetica

4/4 Hemofilie.

Prinses Alice (1843-1878) is de overgrootmoeder van prins Philip.

Bereken de kans dat de oudste zuster van prins Philip van Engeland draagster is van het allel dat hemofilie veroorzaakt, ervan uitgaand dat de aangetrouwde familie geen hemofilie-allel heeft ingebracht.

Genetica

1/5 Hemofilie en de talmoed.
Zie figuur B 3721 van de bijlage.

In de afbeelding staat een stamboom van een familie waarin hemofilie (= bloederziekte) voorkomt. Het gen voor hemofilie is X-chromosomaal.
Joodse jongens worden vlak na de geboorte besneden. Hierbij treedt enig bloedverlies op, maar als een jongetje lijdt aan hemofilie kan dit bloedverlies zo ernstig zijn dat het kind hieraan overlijdt. De talmoed is een belangrijk religieus wetboek met veel voorschriften. De talmoed schrijft voor dat de zonen (17 en 18) van een ouderpaar (6 en 7) waarvan al twee zonen (12 en 15) door bloedverlies na de besnijdenis overleden zijn, niet besneden mogen worden. Ook de zonen (10 en 11) mogen in dat geval niet meer besneden worden.
Voor de zonen (19 en 20) die vader (7) bij een tweede vrouw (8) heeft, geldt de ontheffing van de besnijdenis niet.
Deze voorschriften tonen aan dat er al lang geleden, in de tijd dat de talmoed geschreven werd, een gedetailleerde kennis over de erfelijkheid van hemofilie bestond.

Leg met behulp van de stamboom uit dat het gen voor hemofilie recessief is.

afbeeldingafbeelding

Genetica

2/5 Hemofilie en de talmoed.
Zie figuur B 3721 van de bijlage.

Leg met behulp van een kruisingsschema uit hoe groot de kans is dat zoon 17 aan hemofilie lijdt.

afbeeldingafbeelding

Genetica

3/5 Hemofilie en de talmoed.
Zie figuur B 3721 van de bijlage.

Is de kans dat zoon 19 aan hemofilie lijdt groter dan, gelijk aan of kleiner dan de kans dat zoon 17 aan hemofilie lijdt? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Genetica

4/5 Hemofilie en de talmoed.

Om na te gaan of een bepaald gen dominant of recessief en X-chromosomaal of niet X-chromosomaal is, stelt men vaak een hypothese op die men vervolgens tracht te bevestigen of te weerleggen.
Leerlingen bedenken twee uitgangspunten die zij kunnen gebruiken bij het opstellen van een hypothese.
Uitgangspunt 1: Een bepaald gen dat X-chromosomaal en dominant is, komt over het algemeen vaker tot uiting in het fenotype bij vrouwen dan bij mannen.
Uitgangspunt 2: Een bepaald gen dat X-chromosomaal en recessief is, komt over het algemeen vaker tot uiting in het fenotype bij mannen dan bij vrouwen.

Welk uitgangspunt is of welke uitgangspunten zijn juist?

Genetica

5/5 Hemofilie en de talmoed.

Bij hemofiliepatiënten is er sprake van problemen bij de bloedstolling. Er ontbreekt een bepaald eiwit in het bloedplasma. Vroeger werd dit eiwit uit bloed van donoren gehaald door een zuiveringsproces, tegenwoordig echter meestal uit bacteriën die genetisch zijn gemodificeerd.

Geef een medische reden waarom men dit eiwit beter uit bacteriën kan halen dan uit bloed van menselijke donoren, ook al is dit beschikbaar.

Genetica

1/3 Kleurenblindheid.

Meinard is kleurenblind. Hij is de kleinzoon van een kleurenblinde grootmoeder. In 1965 veroorzaakte hij bijna een ernstig ongeluk door als dienstplichtig militair de startbaan te kruisen waar net een straaljager daalde. De onderste lamp op de startbaan brandde en Meinard had het rode licht als groen geïnterpreteerd.
Ongeveer 8% van de mannen in Nederland heeft een afwijking in het kleuren zien, tegen 0,4% van de vrouwen.
In vrijwel alle gevallen gaat het om problemen bij het onderscheiden van rood en groen. De genen die hiermee te maken hebben zijn X-chromosomaal. Afwijkingen in het blauw zien komen zowel bij mannen als vrouwen slechts bij 0,01% voor.

Heeft Meinard het gen voor kleurenblindheid van zijn grootmoeder via zijn vader of via zijn moeder geërfd?

Genetica

2/3 Kleurenblindheid.

Welk gegeven uit de tekst maakt het onwaarschijnlijk dat kleurenblindheid voor blauw X-chromosomaal is?

Genetica

3/3 Kleurenblindheid.

Een roodgroen-kleurenziende man en een vrouw die draagster is van een gen voor roodgroen-kleurenblindheid vormen een paar. Dit paar verwacht een kind.

Hoe groot is de kans dat dit kind een zoon is en dat deze zoon roodgroen-kleurenblind zal zijn?
Hoe groot is de kans dat dit kind een dochter is en dat deze dochter roodgroen-kleurenziend zal zijn?

afbeeldingafbeelding

Genetica

1/3 Schildpadkatten.
Zie figuur B 445 van de bijlage.

Bij katten zijn de allelen voor rode en zwarte vachtkleur X-chromosomaal. Zogenaamde schildpadkatten hebben rode en zwarte vlekken en deze schildpadkatten zijn bijna altijd vrouwtjes.
Een kruising van een zwarte kater met een rode poes levert normaal gesproken alleen schildpadpoesjes en rode katertjes op.
Een rode kater paart met een zwarte poes (kruising 1).

Hoe groot is de kans dat de mannelijke nakomelingen uit deze kruising 1 allemaal dezelfde vachtkleur hebben?

afbeeldingafbeelding

Genetica

2/3 Schildpadkatten.

Een zwarte kater paart met een schildpadpoes (kruising 2).

Hoe groot is de kans dat het eerstgeboren jong uit kruising 2 een zwarte vacht heeft?

Genetica

3/3 Schildpadkatten.

Hoogst zelden komen schildpadkaters voor.
Deze katers blijken een afwijking in het aantal geslachtschromosomen van hun cellen te bezitten.

Welke combinatie van geslachtschromosomen bezitten deze schildpadkaters in hun lichaamscellen?

Genetica

Kleurenblind.

Vader en moeder zijn geen van beide kleurenblind, maar Guusje wel.

Wat kun je hieruit afleiden over Guusje?

Genetica

Hemofilie.

Er zijn weinig vrouwen die lijden aan hemofilie (bloederziekte).

Dat komt doordat

Genetica

Kleurenblindheid.

Een bepaalde vorm van kleurenblindheid berust op het voorkomen van een recessief allel op het X-chromosoom. Een echtpaar van wie man en vrouw beiden kleuren kunnen zien, heeft een dochter die kleurenblind is.

Dit is mogelijk als

Genetica

Erfelijkheidsonderzoek vóór de geboorte.

In een bepaalde familie komt een erfelijke afwijking voor die wordt veroorzaakt door een X-chromosomaal gen.
Een vrouw uit deze familie heeft dit gen, maar vertoont de afwijking niet. Ook haar man vertoont de afwijking niet. De vrouw is in verwachting. Het embryo wordt vóór de geboorte onderzocht. Het blijkt een meisje te zijn.

Hoe groot is de kans dat dit meisje na de geboorte de bedoelde afwijking vertoont als wordt aangenomen dat geen mutaties zijn opgetreden?