Deze oefentoets bevat 8 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
1/4 Kaspische slijkgarnaal in de Rijn. Zie figuur B 5151 van de bijlage.
In 1987 werd voor het eerst een Kaspische slijkgarnaal in de Rijn aangetroffen. Het aantal is sindsdien enorm toegenomen; soms zijn er nu wel 100.000 per m2
. Ze hechten zich vast aan stenen en bedekken die dan met een laag slijm. Andere dieren die zich graag op stenen vestigen, zoals de driehoeksmossel, zijn daardoor in aantal hard achteruit gegaan. Zowel driehoeksmosselen als slijkgarnalen voeden zich met algen, die ze uit het water zeven. Doordat er zoveel meststoffen in het water zitten, zijn er meer dan genoeg algen. Slijkgarnalen worden weinig gegeten door andere dieren. Driehoeksmosselen worden gegeten door eenden, vissen en krabben.
Stel een voedselweb samen met behulp van de gegevens uit de tekst.
afbeelding
Ecologie
Een onderzoek in de sloot. Zie figuur B 5276 van de bijlage.
Amber, Bjorn, Marwin en Tanja doen een onderzoek naar de helderheid van slootwater. Ze laten een meetlat in het water zakken. Op die meetlat staan zwarte en witte strepen van elk 10 centimeter. Onder aan de meetlat zit een zwartwitte schijf. Hoe dieper je de schijf kunt zien, des te helderder is het water. De vier leerlingen doen een voorstel om de meting nauwkeuriger te maken.
Wie doet een juist voorstel?
afbeelding
Ecologie
Striptekeningen. Zie figuur B 5725 van de bijlage.
Wat maakt de maker van de strip hiernaast duidelijk?