Oefentoets Biologie: Uitscheiding - nier_algemeen | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 1

Deze oefentoets bevat 14 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

14

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Uitscheiding

1/3 Vloeistofverplaatsing.
Zie figuur C 1 van de bijlage.

In de linker afbeelding is een schematische doorsnede van een nierkapsel en bijbehorende haarvaten uit een nier van de mens weergegeven.
In de rechter afbeelding is dat nierkapsel, met één van de haarvaten gestrekt, onder de horizontale as van het diagram getekend. Drie plaatsen in het nierkapsel en in het haarvat zijn in de afbeeldingen en aangegeven met P, Q en R.
Grafiek 1 geeft de buitenwaarts gerichte kracht in het haarvat weer. Door deze kracht wordt vloeistof uit het haarvat in het nierkapsel gedreven.
Grafiek 2 geeft de binnenwaarts gerichte kracht weer. Door deze kracht keert vloeistof uit het nierkapsel in het haarvat terug.
De uiteindelijke netto-vloeistofverplaatsing wordt veroorzaakt door de plaatselijke verschillen tussen deze buitenwaarts en binnenwaarts gerichte krachten.

Waardoor is de binnenwaarts gerichte kracht bij P kleiner dan bij Q?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/3 Vloeistofverplaatsing.

Is er voorbij punt R een netto-verplaatsing van vloeistof uit het haarvat het nierkapsel in?
Zo ja, waaruit bestaat deze vloeistof?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

3/3 Vloeistofverplaatsing.
Zie figuur B 374 van de bijlage.

Bij een haarvat S-T in een voet heersen ook een buitenwaarts en een binnenwaarts gerichte kracht. In de afbeelding zijn drie diagrammen getekend. Op de horizontale as zijn de plaatsen in het haarvat aangegeven.
Het bloed stroomt van S naar T. Op de verticale as is de buitenwaarts gerichte kracht uitgezet.

In welk van deze diagrammen is het verloop van de buitenwaarts gerichte kracht schematisch juist weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

1/4 Emily Dickinson.
Zie figuur B 5737 van de bijlage.

Bij de beroemde Amerikaanse dichteres Emily Dickinson (1830-1886) was waarschijnlijk sprake van een ontsteking aan de urinewegen die haar vrijwel haar hele leven aan huis kluisterde: glomerulonephritis of pyelonephritis.
Bij glomerulonephritis lekken bloedcellen en eiwitten door de nierkapsels naar de urineleider.

Leg uit dat hierdoor oedeem kan ontstaan.

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/4 Emily Dickinson.

Bij pyelonephritis is er sprake van nierbekkenontsteking, vaak als gevolg van herhaalde blaasontstekingen.

Leg uit dat blaasontstekingen meer bij vrouwen dan bij mannen voorkomen.

Uitscheiding

3/4 Emily Dickinson.

Emily Dickinson had altijd sterk geurende bosjes bloemen in haar nabijheid, vermoedelijk om een scherpe lichaamsgeur te camoufleren. Die geur kan het gevolg zijn van de afbraak van ureum door bacteriën in haar urinewegen.

Welke scherp geurende stof ontstaat er dan?

Dat is [invulveld]

Uitscheiding

4/4 Emily Dickinson.

Tegenwoordig kunnen blaasontstekingen veel beter bestreden worden dan in de tijd van Dickinson.

Met behulp van welk type medicijnen gebeurt dat?

Met [invulveld]

Uitscheiding

1/4 Urine.

Het menselijk lichaam scheidt via de nieren urine uit. Urine ontstaat doordat de nieren overtollige stoffen en afvalstoffen uit het bloed halen. Op deze manier zuiveren de nieren het bloed. Urine is meestal helder en geel van kleur. Doordat de samenstelling van urine varieert, kunnen kleur en helderheid per keer verschillen.

Per etmaal produceren de nieren van een mens gemiddeld 1,5 l urine.

Bereken hoeveel ml urine per minuut door een mens gemiddeld wordt geproduceerd.

Uitscheiding

3/4 Urine.

In bepaalde gevallen kan urine een rode kleur hebben. Dit kan het gevolg zijn van het eten van bepaalde voedingsmiddelen. In dat geval kleurt een rode kleurstof uit bijvoorbeeld rode bietjes de urine rood.
Het is ook mogelijk dat hemoglobine uit kapotte rode bloedcellen voor roodkleuring zorgt, terwijl de eiwitten uit het bloedplasma en het hemoglobine-eiwitdeel een verhoging van het eiwitgehalte in de urine veroorzaken. Dit heet hemoglobinurie. Hemoglobinurie kan optreden als de rode bloedcellen in de urine gezeten hebben, maar zijn stukgegaan, bijvoorbeeld door osmose als de urine sterk verdund is. Het is echter ook mogelijk dat rode bloedcellen al in de bloedbaan kapot zijn gegaan (hemolyse), zodat vrij hemoglobine (als eiwit) door de nier wordt uitgescheiden. Rode bloedcellen kunnen kapot gaan door mechanische beschadiging. Bijvoorbeeld door het lopen of marcheren van zeer grote afstanden, vooral op harde weg en of met hard schoeisel (dit heet marshemoglobinurie omdat het nogal vaak voorkomt bij marsen van soldaten). Bij hemoglobinurie zijn er met de microscoop geen rode bloedcellen in de urine te zien, terwijl er wel hemoglobine in de urine zit, die kleurt dus wel rood.
Ernstiger is het als de urine door rode bloedcellen gekleurd is, want dat kan duiden op nierstenen die de urinewegen of nieren hebben beschadigd. Bij bloedverlies in de urinewegen kunnen rode bloedcellen in de urine voorkomen, dit heet hematurie. Je ziet in dat geval onder de microscoop duidelijke cellen, die je kunt vergelijken met rode bloedcellen uit een standaard microscopisch bloedpreparaat om zeker te zijn dat het om rode bloedcellen gaat en niet om andere cellen die in urine kunnen voorkomen, zoals gistcellen of bacteriën.

Zie volgende scherm

Uitscheiding

Phloridzine.

Het glycoside phloridzine dat voorkomt in appelschillen, kan de opname van glucose in de nierkanaaltjes tegengaan.

Een muis die phloridzine krijgt toegediend, zal