Oefentoets Biologie: Genetica - dihybried | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 1

Deze oefentoets bevat 18 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

18

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetica

Tweelingen.

Twee eeneiige tweelingbroers Peter en Robert trouwen met twee eeneiige tweelingzussen Thea en Suzan.
Peter heeft rood haar (veroorzaakt door een autosomaal recessief gen r). Zijn schoonzus Suzan heeft blond haar en bloedgroep B. Haar man Robert heeft bloedgroep A.
Peter en Thea hebben twee kinderen. Abel heeft rood haar en bloedgroep AB. Christien is kleurenblind, net als haar moeder.
Robert en Suzan hebben één kind, Bart. Hij heeft rood haar en bloedgroep O.

Geef de volledige genotypen voor drie kenmerken van Peter, Robert, Thea en Suzan.

Genetica

Grasparkieten.
Zie figuur B 5427 van de bijlage.

De verenkleur van grasparkieten wordt bepaald door twee genen. Vogels met Y.B. zijn groen, vogels met yyB. zijn blauw en vogels met yybb zijn wit.
Twee blauwe parkieten werden gekruist. Zij produceerden in totaal 22 jongen, waarvan vijf witte.

Wat zijn de meest waarschijnlijke genotypen van de ouders?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Twee ziekten.

Stel er zijn twee ziekten A en B, die beide recessief overerven. Men weet uit onderzoek dat het allel dat bij ziekte A betrokken is, op het zelfde chromosoom ligt als het gen dat zorgt voor kleurenziend of kleurenblind. Van ziekte B weet men dat het allel dat daarbij betrokken is, op het chromosoom ligt dat betrokken is bij het syndroom van Down.
Een aantal vrouwen in verwachting vraagt om een vruchtwaterpunctie, sommige omdat ze bang zijn dat hun kind ziekte A heeft en anderen met angst voor ziekte B.

Hoe zal de betrokken specialist handelen?

Genetica

2/4 Fruitvliegjes.

In 1922 had de onderzoeker Thomas Hunt Morgan 2000 genen ontdekt op de 4 verschillende chromosomen van het fruitvliegje.

Hoe groot is de kans dat twee van die genen toevallig op hetzelfde chromosoom liggen en dus gekoppeld zijn? Ga ervan uit dat de chromosomen allemaal even lang zijn.

Genetica

1/2 Labradors.
Zie figuur B 5447 van de bijlage.

Twee verschillende genen bepalen de vachtkleur bij Labradorhonden (zie afbeelding hiernaast). Het ene gen zorgt ervoor dat de basiskleur van de vacht zwart of bruin wordt, waarbij zwart domineert over bruin. Het andere gen zorgt voor een 'verbleking' van de vacht, waardoor deze geel wordt. Als een Labrador homozygoot recessief is voor dit tweede gen, wordt de vacht van de hond geel, ongeacht de zwarte of bruine basiskleur.
De kleur van de snuit van Labradors hangt alleen af van het gen voor de basiskleur.
Vijf voor alle beschreven kleuren homozygote zwarte teven worden gedekt door gele reuen die allen homozygoot zijn voor bruin.
De jongen die hieruit ontstaan, worden onderling gekruist.
Van de nakomelingen heeft x/16 een gele vacht.

Hoe groot is x?
x = ...

[invulveld]

afbeeldingafbeelding

Genetica

2/2 Druiven.

Door onderlinge bestuiving van twee planten met witte druiven ontstaan uitsluitend planten met blauwe druiven (tweede generatie). Men kweekt deze planten met blauwe druiven verder door middel van zelfbestuiving.

Hoe groot is de kans op planten met blauwe druiven als uit willekeurige planten met witte druiven uit de laatste generatie door zelfbestuiving nieuwe planten gekweekt worden?
... %

Genetica

1/3 Ziekte van Tay-Sachs en korte vingers.

De ziekte van Tay-Sachs wordt veroorzaakt door een autosomaal (=niet geslachtschromosoom gekoppeld), recessief gen dat gelokaliseerd is op chromosoom nummer 15. In homozygote vorm (tt) veroorzaakt dit voortschrijdende afwijkingen in het zenuwstelsel waardoor de patiënt binnen 4 jaar na de geboorte overlijdt. Het dominante allel veroorzaakt een normaal fenotype.
Abnormale korte vingers worden veroorzaakt door het heterozygote genotype: BBL . BL is een letaal allel dat niet is gelokaliseerd op chromosoom 15. Vingers met een normale lengte hebben het genotype BB.

Welke genotypen kun je verwachten onder tieners waarvan beide ouders abnormale korte vingers hebben en beide heterozygoot zijn voor de ziekte van Tay-Sachs?

Genetica

Pompoenen.

Pompoenen kunnen drie kleuren hebben: wit, geel of groen. Deze kleuren worden bepaald door de genen R, r, T en t.
Planten met genotype Rr of RR hebben witte vruchten, ongeacht welke allelen er aanwezig zijn op de andere locus.
Bij planten met genotype rr is de vrucht geel als er een dominant allel T aanwezig is en groen als dit allel niet aanwezig is.
Men kruist twee planten met witte vruchten. Dit levert een F1 op met de volgende verhouding:

· 3/4 planten met witte vruchten;
· 3/16 planten met gele vruchten;
· 1/16 plant met groene vruchten.

Noteer de genotypen van de beide ouderplanten.

Genetica

Pigmentatie.

In 1913 stelde C.B. Davenport dat pigmentatie van de huid bij mensen uit het Caraïbische gebied berust op twee niet gekoppelde allelenparen. De hoeveelheid pigment wordt bepaald door het aantal dominante allelen.
Hij onderscheidde vijf huidskleuren:

- blank,
- lichte mulattenkleur,
- mulattenkleur,
- donkere mulattenkleur,
- zwart.

Hoeveel procent van de nakomelingen van mensen met een lichte mulattenkleur zal twee dominante allelen hebben volgens de theorie van Davenport?
Dat is ... %.

[invulveld]

Genetica

Pseudohermaphroditismus masculinus.

De genetische afwijking Pseudohermaphroditismus masculinus bij de mens houdt in dat een XY-genotype uitgroeit tot een vrouwelijk fenotype.
Van deze afwijking komen twee vormen voor, elk berustend op een autosomaal overervend gen.

Type 1 noemt men wel het 'hairless' syndroom: de betrokken personen hebben wel borstontwikkeling, maar geen secundaire lichaamsbeharing. De afwijking wordt veroorzaakt door een autosomaal dominant allel H, dat zich echter alleen kan uiten bij XY-genotypen.
Type 2 noemt men wel 'pseudovaginale'. Ook deze afwijking uit zich alleen bij XY-genotypen ; zij vertonen geen borstontwikkeling, maar hebben wel een vrouwelijk patroon van lichaamsbeharing. De afwijking wordt veroorzaakt door een autosomaal recessief allel p.

Welke primaire of secundaire1 fenotypische geslachtsverhouding meisje : jongen kun je verwachten bij de kinderen van een volledig heterozygote vrouw (HhPp) en een normale man die drager is van pseudohermaphroditisme (hhPp)?
1 primair = bij de bevruchting; secundair = bij de geboorte

Genetica

Genetica van katten.

Kruist men een rode poes met een zwarte kater, dan heeft 50% van de jongen een lapjespatroon en is 50% rood. Kruist men een zwarte poes met een rode kater, dan heeft 50% van de jongen een lapjespatroon en is 50% zwart.

Welk van de volgende beweringen is of welke zijn van toepassing op deze kruisingen?

Genetica

Chimpansee-genetica.

Bij chimpansees wordt lang haar veroorzaakt door een recessief allel (l) en kort haar door een dominant allel (L). Zwart haar wordt veroorzaakt door het dominante allel B en bruin haar door het recessieve allel b.

Als een heterozygoot kortharig bruin vrouwtje paart met een dubbel heterozygoot kortharig zwart mannetje, wat is dan de verhouding kort : lang haar bij de jongen?
En wat is de verhouding zwart: bruin haar bij de jongen?
Laat de kruisingsschema's zien.

Genetica

Genetica van erwtenplanten.

Bij erwtenplanten is het allel voor gele erwten (G) dominant over dat voor groene erwten (g).
Het allel voor ronde erwten (R) is dominant over dat voor hoekige erwten (r).
Het resultaat van een kruising tussen twee erwtenplanten staat in de tabel hieronder.

afbeeldingafbeelding

Wat waren de genotypen van de ouders?