Oefentoets Biologie: Ademhaling | HAVO 1/HAVO 2/VWO 1/VWO 2 | variant 6

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

De dode ademruimte.
Zie figuur B 132 van de bijlage.

De hoeveelheid lucht die een mens in rust per keer in- en uitademt, wordt het ademvolume in rust genoemd. Dit bedraagt ongeveer een halve liter. Het gedeelte van de luchtweg waarin geen uitwisseling van gassen tussen lucht en bloed kan plaatsvinden, wordt de dode ruimte genoemd. Deze bedraagt ongeveer 150 ml .

Zie figuur B 132 van de bijlage.

Iemand ligt vlak onder de oppervlakte van het water en ademt door een snorkel. Hij is verder in rust.
Zijn O2 -verbruik is hetzelfde als boven water zonder snorkel, onder meer doordat het water warm is. Zijn ademvolume in rust is echter groter.

Wat is de verklaring voor dit grotere ademvolume in rust?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Het strottenklepje.

Waarvoor dient het strottenklepje?

Dit voorkomt, dat er

Ademhaling

Het hoofd.
Zie figuur B 742 van de bijlage.

De tekening stelt een lengtedoorsnede voor van het hoofd en de hals van de mens.
De pijl geeft de richting aan waarin transport plaatsvindt.

Welke van onderstaande gebeurtenissen veroorzaakt dit transport ?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Huig en strotklepje.

Bevindt de huig van de mens zich tussen keelholte en neusholte?
Bevindt het strotklepje zich tussen keelholte en luchtpijp?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

De luchtpijp.

Twee beweringen over de bouw van de luchtpijp van de mens zijn:

I. De luchtpijp bevat kraakbeenstukken die voorkomen dat de luchtpijp bij inademing dichtklapt.
II. De luchtpijp bevat trilharen die slijm met stofdeeltjes naar de keelholte transporteren.

Ademhaling

Kraakbeenringen.

Welk van onderstaande organen van de mens is verstevigd door middel van kraakbeenringen?

Ademhaling

Een weefsel.
Zie figuur B 1940 van de bijlage.

In de afbeelding geeft tekening P schematisch enkele cellen van een weefsel in het lichaam van de mens weer. Tekening Q geeft een doorsnede van een deel van het hoofd van de mens weer.

Op welke van de aangegeven plaatsen in tekening Q komt het weefsel van tekening P voor?

op plaats

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

De neusholte.

In de wand van de neusholte bevinden zich veel kleine bloedvaten.

De ingeademde lucht die langs deze wand stroomt, wordt door de aanwezigheid van die bloedvaten

Ademhaling

De luchtpijp.

Hier volgen twee beweringen over de luchtpijp.

I. Kraakbeen in de wand van de luchtpijp zorgt er voor, dat bij inademing de luchtpijp niet dichtgedrukt wordt.
II. In de luchtpijp wordt de binnenstromende lucht gezuiverd.

Ademhaling

Luchtpijp en slokdarm.

Ligt de luchtpijp of de slokdarm het dichtst bij de wervelkolom?
Welk van deze organen bezit een wand met kraakbeen?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Het strottenklepje.

Twee beweringen over het strottenklepje zijn:

I. Het strottenklepje bevindt zich bij het begin van de luchtpijp.
II. Het strottenklepje voorkomt dat er lucht in de slokdarm komt.

Ademhaling

Het strottenklepje.

Hieronder volgen twee beweringen over het strottenklepje:

I. Het strottenklepje sluit de luchtpijp af bij het slikken.
II. Het strottenklepje sluit de slokdarm af bij de ademhaling.

Ademhaling

Trilharen.

In de luchtpijp van de mens bevinden zich trilharen.

Wat is de belangrijkste functie van deze trilharen?

Ademhaling

Ademspieren.

Bij de ademhaling zijn onder andere spieren van het middenrif en van de buikwand betrokken.

Welke van deze spieren zijn samengetrokken bij diepe inademing en welke bij diepe uitademing?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Luchtdruk in de luchtpijp.

Wat gebeurt er met de luchtdruk in de luchtpijp wanneer de middenrifspieren zich samentrekken?
En wat wanneer de buikspieren zich samentrekken?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Uitademing.

Iemand probeert in één keer zoveel mogelijk lucht uit te ademen.

Trekken de buikwandspieren zich dan samen?
En de middenrifspieren?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Het middenrif.
Zie figuur B 18 van de bijlage.

De afbeelding geeft de stand van het middenrif en van de ribben weer bij zo diep mogelijke inademing en bij zo ver mogelijke uitademing. In de tekeningen 1 en 2 zie je de ribben van voren en in de tekeningen 3 en 4 van opzij.

Welke twee tekeningen is de stand van het middenrif juist weergegeven?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Druk door ademhaling.

Wordt bij de mens bij het begin van de ademhaling door middel van buikademhaling (middenrifademhaling) de druk in de longblaasjes groter of kleiner?
En de druk in de buikholte?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Het middenrif.
Zie figuur B 31 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch de borstkas van een mens voor. Het middenrif is in twee mogelijke standen getekend (p en q). De ribben bevinden zich in beide gevallen in de laagste stand.
Over deze tekening worden twee uitspraken gedaan:

1. bij stand p van het middenrif hebben de middenrifspieren zich meer samengetrokken dan bij stand q;
2. bij stand p van het middenrif is de longinhoud groter dan bij stand q.

Is uitspraak 1 juist?
En uitspraak 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Middenrifspieren.

Als de spieren van het middenrif zich samentrekken