Oefentoets Biologie: Gedrag - Algemeen | VWO 3/VWO 4/VWO 5 - variant 8

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 3, VWO 4, VWO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag bij dieren

Jaguars en cheeta's.

Jaguars deponeren hun uitwerpselen en cheeta's hun urine om

Gedrag bij dieren

Relatievormen bij de heggenmus.
Zie figuur A 1180 van de bijlage.

Een bekende vogel van de Britse eilanden is de heggenmus.
Ieder van de vrouwtjes van deze soort verdedigt een territorium dat in de figuur hiernaast wordt aangegeven door een rechthoek met ononderbroken lijn. Hierin kunnen ze bijgestaan worden door één of twee (alfa en beta) mannetjes, waar ze geen vaste relatie mee hebben. De getallen in de figuur geven aan hoeveel jongen er per mannetje en per vrouwtje in een seizoen zijn grootgebracht. Merk op dat er verschillende mannetje-vrouwtje combinaties mogelijk zijn. De pijlen (I, II, III en IV) in de figuur geven de richting aan van mogelijke veranderingen in het bestaande voortplantingsgedrag.

Bepaal met behulp van de figuur welk mannetje/vrouwtje een verandering van het paringssysteem in de richting van de pijl poogt te krijgen.
Zet de juiste vogels bij de pijlen I t/m IV.
I = [invulveld]
II = [invulveld]
III = [invulveld]
IV = [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

Krekels.
Zie figuur B 5322 van de bijlage.

Vijf krekels (Gryllus domesticus, (afbeelding 1) die gemerkt zijn met kleuren, werden twee aan twee op een proefveldje gezet.
Hun agressiegedrag werd genoteerd om de rangorde vast te stellen. In het schema hieronder zie je de resultaten van alle proeven.
afbeeldingafbeelding

Welk van de onderstaande beweringen is of welke zijn juist?

I. Krekel D staat onderaan in de rangorde.
II. Krekel E staat bovenaan in de rangorde.
III. De hiërarchie verloopt lineair in de volgorde: C --> E --> A --> B --> D.
IV. Sommige krekels wonnen een gevecht van een hoger geplaatst dier.

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

Melkkoe.

Een melkkoe graast vredig in de wei. 's Avonds volgt ze de kudde gedwee naar de stal om gemolken te worden.

Hoe komt het dat koeien zo gemakkelijk naar de stal gaan?

Gedrag bij dieren

Ethologie in de kunst.
Zie figuur B 5323 van de bijlage.

De Duitse kunstenaar Günther Grass maakte deze ets.

Door welk principe uit de ethologie heeft hij zich laten inspireren?

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

Sergeant-majoorvis.

De sergeant-majoorvis (Abudefduf saxatilis L.) is m.b.v. speciale cellen in de huid in staat om zeer snel van kleur te veranderen.

- Hoe heten die speciale cellen?
- En wat is de functie van de verandering?

Gedrag bij dieren

Ganzen en een karretje.
Zie figuur B 5324 van de bijlage.

In de tekening zie je een rijdend speelgoedkarretje dat wordt gevolgd door drie ganzenkuikens.

Wat is de meest waarschijnlijke verklaring voor het gedrag van de kuikens?

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

Zoöplankton.

Als zoöplankton-organismen de filtratiestroom van mosselen voelen, zwemmen ze razendsnel een andere richting uit. Dit gedrag is erfelijk vastgelegd.

Welke rol speelt de filtratiestroom bij het vluchtgedrag van de zoöplankton-organismen?

Gedrag bij dieren

Feromonen.

Een aantal mottensoorten gebruikt feromonen als sekslokstof. Meestal blijft het vrouwtje op een vaste plaats en produceert de lokstof, het mannetje vliegt over grote afstanden naar het vrouwtje toe.

Welke bewering over het mannetje is juist?

Gedrag bij dieren

Blauwe gaai.
Zie figuur B 5325 van de bijlage.

Een blauwe gaai jaagt op verschillende motten van het genus Catocala. De achtervleugels van de motten zijn vaak fel gekleurd, maar de voorvleugels zijn gecamoufleerd: ze lijken op de schors van de bomen waar de motten op leven.
Daarmee vallen de motten weg tegen de achtergrond.
Meestal overlappen de voorvleugels de achtervleugels, maar bij verstoring worden die zichtbaar.
Op een egale achtergrond zijn de motten goed te zien.
De detectie-index geeft het vermogen aan om een motje te ontdekken.
Dat is weergegeven in het diagram hiernaast.

Welke bewering over vleugelkleuring kan juist zijn of welke kunnen juist zijn?


-

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

Kikker in de fles.

George Romanes (1848-1894) deelde het volgende mee: "Een kikker was in een wijdmondse fles met melk terechtgekomen. Eruit springen ging niet, daar de fles te diep was en er te veel melk in zat. De kikker maakte hevige bewegingen, opdat er door het roeren van de melk boter zou ontstaan. Toen dit gebeurde, klom de kikker erop en sprong de fles uit."

Dit verhaal

Gedrag bij dieren

De sta-reflex van een zeug.

Als een zeug de sta-reflex vertoont, is ze berig. Dat betekent dat de zeug niet meer wegloopt als de beer haar wil bespringen. Bij een zeug kan de sta-reflex optreden als gevolg van verschillende uitwendige prikkels.
Zo leidt op de rug uitgeoefende druk in 50% van de gevallen tot de sta-reflex. Druk in combinatie met het geluid van de beer, leidt in 70% van de gevallen tot de sta-reflex. Wordt aan de druk de geur van de beer toegevoegd, dan loopt het percentage op tot 80%.
Een combinatie van druk, geur en geluid van de beer zorgt in 100% van de gevallen tot de sta-reflex.

Wat is de oorzaak van de toename in het percentage van de sta-reflex?

Gedrag bij dieren

Gibbons.

Bij gibbons in Thailand wordt het territorium van een paar verdedigd door

Gedrag bij dieren

Vliegenproef.
Zie figuur B 5326 van de bijlage.

Vier glazen buizen zijn ieder voorzien van 20 vliegen. De buizen zijn gesloten. Buis I en II zijn voor de helft donker gemaakt, buis III en IV niet. In de figuur hiernaast is te zien hoe de buizen geplaatst worden t.o.v. een blauwe lichtbron, gedurende 5 minuten.
Het aantal vliegen dat zich na afloop van het experiment in het heldere deel van de buis bevindt, is aangegeven in nevenstaande figuur.

Wat is op grond van het resultaat waarschijnlijk?

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

Territoriumgedrag bij vogels.

Bij een bepaalde vogelsoort hebben de volwassen mannetjes rode borstveren. Deze mannetjes vertonen territoriumgedrag: ze verjagen indringers op een agressieve manier.
Aan een volwassen mannetje van deze soort werden modellen getoond van:

1. een normale jonge vogel met bruine borstveren;
2. een normale volwassen vogel met rode borstveren;
3. een jonge vogel met rode borstveren;
4. een volwassen vogel met bruine borstveren.

Wat is de juiste volgorde van sterk agressief naar steeds minder agressief gedrag?

Gedrag bij dieren

Kippen en kwartels.

Alhoewel kippen en kwartels nauw verwant zijn, verschilt hun roep sterk. Een experiment werd uitgevoerd waarbij het bij de roep betrokken hersengebied van een vijf dagen oud wit kippenembryo werd vervangen door dat van een even oud bruin kwartelembryo. Daarna werd dit kuiken uitgebroed. Het kuiken dat uit het ei kwam had enkele delen in de hersenen die duidelijk van de kwartel afkomstig waren. De roep van dit kuiken leek meer op de roep van een kwartel dan op die van een kip.

Welk van de volgende conclusies past of welke passen het beste bij het resultaat van het experiment?

I. De roep is soortspecifiek en wordt erfelijk bepaald.
II. De roep wordt bepaald na het uitkomen van het ei.
III. De roep wordt bepaald door de structuur van het zangstrottenhoofd.

Gedrag bij dieren

Rode oogstmieren.
Zie figuur A 1181 van de bijlage.

Rode oogstmieren (Pogonomyrmex barbatus) zijn sociale insecten die ondergronds leven in kolonies. Verschillende taken worden door verschillende groepen mieren uitgevoerd. Hiernaast zie je een beeld van een kolonie. De open cirkel in het midden is de ingang van het nest. De vier soorten lijnen (i t/m iv) geven een beeld van de wegen die door de verschillende soorten mieren gevolgd worden.

Zet de groepen in de rechter kolom bij de juiste lijnen in de linker kolom.

afbeeldingafbeelding
  • A fourageerders, aanbrengers van voedsel

  • B patrouilleerders, soldaten

  • C nest-onderhoudsploeg

  • D afvalverwerkers, brengen uitwerpselen naar een opslagplaats buiten het nest

  • i

  • ii

  • iii

  • iv

Gedrag bij dieren

Pantoffeldiertje.
Zie figuur A 1182 van de bijlage.

Indien een zoutkristalletje (C) in een druppel water wordt gebracht, ontstaat er een concentratiegradiënt. De bewegingen van een pantoffeldiertje in deze gradiënt zijn in de afbeelding hiernaast weergegeven.

Hoe noemt men het getekende gedragspatroon?
Een [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

Tasmaanse hen.

Bij de Tasmaanse hen (Gallinula mortierii) komt polyandrie voor. Een vrouwtje paart met twee mannetjes: een dominant en een lager geplaatst mannetje. Er werd waargenomen dat een dominant mannetje in zijn eentje, samen met het vrouwtje, 5.5 kuikens per seizoen kan produceren. In een trio met het lager geplaatste mannetje is de productie 7.5 kuikens per seizoen, maar dan is slechts de helft van de kuikens van het dominante mannetje, doordat beide mannetjes een even groot aandeel voor hun rekening nemen.
Volgens Hamilton's regel zal een dominant mannetje alleen een ander mannetje tot de paring toelaten als zijn genetische winst daardoor toeneemt.

Onder welke omstandigheden kan dat het geval zijn?