Oefentoets Biologie: Ecologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 6

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Juist of onjuist.

1. In Nederland is het aantal soorten planten de laatste eeuw toegenomen. [invulveld]

2. Met de recombinant-DNA-techniek kunnen de erfelijke eigenschappen van voedingsgewassen worden beïnvloed. [invulveld]

3. Onder veredeling verstaan we het verbeteren van de bodem door bewerking met machines. [invulveld]

4. Producten van de biologische landbouw zijn meestal goedkoper dan producten van de gangbare landbouwmethoden. [invulveld]

5. Veel veeteelt vindt in Nederland plaats in intensieve veehouderijen, omdat er dan veel dieren op weinig grond kunnen worden gehouden. [invulveld]

6. Een van de gevolgen van zure regen is dat planten minder weerstand hebben tegen schimmels. [invulveld]

7. Ozon kan de groei van planten remmen. [invulveld]

8. Zuurstof is een belangrijk broeikasgas. [invulveld]

9. Platbranden van tropisch regenwoud kan het broeikaseffect versterken. [invulveld]

10. Versterking van het broeikaseffect kan tot gevolg hebben dat een deel van het poolijs smelt. [invulveld]

11. Vermesting kan leiden tot verandering van de soortensamenstelling in een sloot. [invulveld]

Ecologie

Juist of onjuist.

1. We spreken van horizonvervuiling als de lucht door smog zo is vervuild, dat je de horizon niet meer kunt zien. [invulveld]

2. Bij veredeling wordt in het DNA van een organisme nieuwe erfelijke informatie aangebracht. [invulveld]

3. Door in de veeteelt te voeren met mengvoer, wordt de productie van voedsel verhoogd. [invulveld]

4. De biologische landbouw is milieuvriendelijker dan de gangbare landbouwmethoden. [invulveld]

5. Veel tuinbouw vindt in Neder1and in kassen plaats, onder andere omdat er dan producten het hele jaar door zijn te oogsten. [invulveld]

6. Zure regen bevordert de fotosynthese. [invulveld]

7. Koolwaterstoffen en koolstofmonoxide in uitlaatgassen dragen bij aan de vorming van ozon. [invulveld]

8. Een van de veroorzakers van versterking van het broeikaseffect is de bio-industrie. [invulveld]

9. Versterking van het broeikaseffect kan woestijnvorming tot gevolg hebben. [invulveld]

10. Door versterking van het broeikaseffect lopen laag gelegen gebieden het gevaar onder water te verdwijnen. [invulveld]

11. Door lozing van koelwater stijgt het zuurstofgehalte van het water. [invulveld]

Ecologie

Juist of onjuist.

1. Een roofdier is een biotische factor. [invulveld]

2. Nachtvorst is een abiotische factor. [invulveld]

3. Alleen bij autotrofe organismen komt fotosynthese voor. [invulveld]

4. Heterotrofe organismen kunnen organische stoffen maken uit alleen anorganische stoffen. [invulveld]

5. In een ecosysteem komen meerdere populaties voor. [invulveld]

6. Een ecosysteem blijft alleen bestaan als er voortdurend nieuwe energie van buiten het ecosysteem wordt opgenomen. [invulveld]

7. Bij landdieren kunnen meer dieren met een gestroomlijnde lichaamsvorm worden aangetroffen dan bij waterdieren. [invulveld]

8. Bij landdieren kunnen meer aanpassingen worden aangetroffen om een zwaar lichaam te kunnen dragen dan bij waterdieren. [invulveld]

9. De laag slijm op de huid bij vissen gaat uitdroging tegen. [invulveld]

10. Een ecosysteem omvat biotische en abiotische factoren. [invulveld]

Ecologie

1/2 Scheve bomen.
Zie figuur B 3468 van de bijlage.

In de kuststreek staan rijen scheve bomen, zoals weergegeven in de afbeelding. De bomen zijn getekend in de herfst.
Tengevolge van de overheersende harde westenwinden groeiden de takken aan één kant van de stam minder goed dan aan de andere kant. De kruinen ontwikkelden zich vooral aan de oostzijde. De bomen gaan daardoor helemaal scheef hangen.

Wordt het scheef hangen van deze bomen volgens de tekst veroorzaakt door een abiotische factor of door een biotische factor?
Zullen de bomen in het voorjaar weer rechte kruinen hebben?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Scheve bomen.

Iemand neemt een paar takken mee van een van deze bomen als stekken. Hij poot de stekken in zijn tuin in Limburg.

Groeien uit deze stekken in Limburg scheve bomen? Licht je antwoord toe.

Ecologie

Vetblad.
Zie figuur B 3462 van de bijlage.

Vetblad (zie de afbeelding) is een zeldzame plantensoort, die op vochtige, voedselarme veengrond groeit. Vetblad heeft groene, behaarde bladeren. De haren op de bladeren scheiden vocht af, waaraan kleine insecten blijven kleven. Andere delen van de bladeren scheiden een stof af waardoor de insecten worden verteerd. De bladeren nemen stoffen op die uit de insecten vrijkomen. Op de bladeren zijn schimmels aanwezig, die van de resten van de insecten leven. De meeste soorten planten kunnen niet groeien op voedselarme grond.

1. Bewering: Deze planten hebben op voedselarme grond vooral gebrek aan bepaalde mineralen. [invulveld]

2. Bewering: Deze planten hebben op voedselarme grond vooral gebrek aan koolhydraten. [invulveld]

3. Bewering: Deze planten hebben op voedselarme grond vooral gebrek aan koolstofdioxide. [invulveld]

4. Bewering: De schimmels op de bladeren van vetblad nemen organische stoffen op uit de resten van de insecten.
[invulveld]

5. Bewering: De schimmels op de bladeren van vetblad zetten de resten van de insecten om in anorganische
stoffen. [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/2 Milieubeleid van de overheid.

De overheid vraagt veehouders in Oost-Nederland niet teveel mest te verspreiden over hun weilanden. Teveel mest geeft ongewenste effecten voor mens en dier.

Welk ongewenst effect is dat vooral?

Door veel mest te verspreiden

Ecologie

2/2 Milieubeleid van de overheid.

De overheid wil het bouwen van moderne windmolenparken bevorderen. Door de windmolens in die parken wordt elektriciteit opgewekt.

Wat wil de overheid vooral bereiken door het stimuleren van de windmolenparken?

Ecologie

1/3 Neushoornkevers.
Zie figuur B 1614 van de bijlage.

Hieronder is een krantenartikel weergegeven.

Voor neushoornkevers is kokos tegelijk ontbijt, lunch, diner, een dak boven het hoofd en de kraamafdeling voor larven. Een plaag kortom voor de telers van kokosnoten. De neushoornkevers zijn ongeveer 10 cm lang en hebben een kenmerkende harde hoorn. Vier tot vijf keer per maand krijgen de dieren nakomelingen. Binnen een paar weken kunnen de kevers de opbrengst van een plantage met kokospalmbomen vernietigen.
Onderzoekers hebben een schimmel ontdekt die zo'n plaag kan tegengaan. De schimmel tast de keverlarven aan. Een groot gedeelte van de met schimmel besmette larven sterft binnen dertien dagen. Een plantage moet wel elk jaar opnieuw met de schimmel worden behandeld om de schade aangericht door de kevers te beperken.
Kevers bestrijden met schimmel heeft als voordeel dat het milieu niet vervuild raakt. Bovendien is het goedkoper voor de boeren. De bescherming van een hectare palmbomen met schimmel kost minder dan de traditionele methode met chemicaliën.

Het bestrijden van de neushoornkevers met schimmel is een bepaalde vorm van plaagbestrijding.

Hoe heet deze vorm van bestrijding?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Neushoornkevers.

Bij het traditioneel bestrijden van de plagen in een kokosplantage worden biociden gebruikt. Een nadeel van biociden is dat er resistente populaties kunnen ontstaan.

Noem twee andere nadelen van het gebruik van biociden.

Ecologie

3/3 Neushoornkevers.

Er groeien ook kokospalmen in de vrije natuur, buiten de plantages.0p die kokospalmen komen maar zelden veel kevers tegelijk voor.

Geef een mogelijke oorzaak waardoor de neushoornkevers in de plantages gemakkelijker een plaag vormen dan in de vrije natuur.

Ecologie

1/2 Groenteteelt.

Als in kassen biologische bestrijding wordt toegepast, dan vermindert het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Tuinders die hun groenten in het open veld telen, gebruiken nog steeds veel chemische bestrijdingsmiddelen.

Een teler van groente laat in zijn kas lieveheersbeestjes los om de bladluizen op zijn groente te bestrijden.

Leg uit waardoor deze biologische bestrijdingsmethode bij groenteteelt in de open lucht minder goed werkt.

Ecologie

2/2 Groenteteelt.

Een andere manier om schade aan gewassen te voorkomen is mengteelt.
Hierbij worden twee soorten gewassen op dezelfde akker geteeld, bijvoorbeeld witte kool en witte klaver.
Klaver tussen de koolplanten voorkomt een plaag van de rupsen van de koolmot. Tussen de klaver verschuilen zich de roofvijanden van de rups, zoals loopkevers en zweefvliegen.

Een teler van kool wil onderzoeken of door mengteelt de aantasting door de rupsen van de koolmot vermindert.

Beschrijf een werkplan voor een onderzoek waarmee de teler dit kan nagaan.

Ecologie

1/5 Luizen en lieveheersbeestjes.

In een krant stond het volgende bericht:
Bewoners van een Amsterdamse straat zijn al maandenlang slachtoffer van bladluizenterreur. Overal onder de bomen ligt plakkerige drab van bladluizen. Auto's zijn niet meer schoon te krijgen en als bejaarde moet je uitkijken, want de trottoirtegels zijn glad. Een wethouder besloot hulptroepen in te zetten: lieveheersbeestjes.
Larven van lieveheersbeestjes worden uitgezet. De larven zijn zeer vraatzuchtig: per dag kan 1 larve honderden luizen eten. Volwassen lieveheersbeestjes eten ook bladluizen.
Een bewoner heeft er geen vertrouwen in. Hij laat een potje anti-bladluis zien en zegt: "Dit werkt zeker, want die lieveheersbeestjes worden toch weer opgegeten door vogels."

Bladluizen halen met hun zuigsnuit voedsel uit de bladeren van de bomen.
De planten en dieren uit de tekst vormen samen een voedselketen met vier schakels.

Schrijf deze voedselketen op.

Ecologie

2/5 Luizen en lieveheersbeestjes.

De bladluizen nemen vooral veel suiker op uit de bladeren.

Uit welke vaten nemen de bladluizen suiker op?

Ecologie

3/5 Luizen en lieveheersbeestjes.
Zie figuur B 3339 van de bijlage.

Luizen en lieveheersbeestjes behoren tot de geleedpotigen.
In de afbeelding staat een cirkeldiagram met daarin de verhouding tussen het aantal soorten geleedpotigen en een aantal andere diersoorten.

Hoeveel procent van alle diersoorten bestaat volgens dit diagram uit soorten geleedpotigen?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

4/5 Luizen en lieveheersbeestjes.
Zie figuur C 324 van de bijlage.

In Nederland leven zo'n 60 soorten lieveheersbeestjes. Om ze te determineren, kan men gebruik maken van een zoekkaart. Een deel van zo'n zoekkaart is in de afbeelding weergegeven.

Bereken hoe groot een tweestippelig lieveheersbeestje (zonder poten en sprieten) in werkelijkheid is.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

5/5 Luizen en lieveheersbeestjes.

Welk van de genoemde soorten lieveheersbeestjes is niet geschikt om bladluizen mee te bestrijden? Leg je antwoord uit.
afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/5 Prei en onkruid.
Zie figuur B 3330 van de bijlage.

Akkerbouwers die prei telen hebben veel last van onkruid. Door de slanke vorm van de preiplant kan onkruid goed tussen de rijen preiplanten groeien. Als het onkruid niet bestreden wordt, is de opbrengst aan prei laag.

Leg uit dat door de slanke vorm van de preiplant andere planten goed kunnen opgroeien tussen de preiplanten.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/5 Prei en onkruid.

Leg uit dat de opbrengst aan prei slecht is als er veel onkruid tussen de preiplanten groeit.