1/2 Glucosegehalte.
Zie figuur A 793 van de bijlage.
In de afbeelding geven de letters P, Q, R en S schematisch een aantal mogelijke gebeurtenissen in het lichaam weer.
Deze gebeurtenissen hebben invloed op de hoeveelheid glucose in het bloed.
Pijlen geven aan dat glucose in het bloed wordt opgenomen of uit het bloed wordt afgegeven.
Schrijf de letters P, Q, R en S uit de afbeelding op de juiste plaats achter elke gebeurtenis hieronder. Gebruik elke letter één keer.
1. Na vertering van voedsel wordt glucose in het bloed opgenomen, letter [invulveld].
2. Glycogeen wordt omgezet in glucose en aan het bloed afgegeven, letter [invulveld].
3. Glucose wordt door cellen opgenomen en gebruikt voor de verbranding, letter [invulveld].
4. Bij mensen met diabetes wordt glucose met de urine uitgescheiden, letter [invulveld].
-
afbeelding