Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze digitale toets over insuline en glucoseregulatie biedt inzicht in de spijsvertering en stofwisselingsprocessen in het menselijk lichaam, gericht op studenten in de biologie of gezondheidswetenschappen. Test je kennis over hormonen, hun functies en de invloed op het glucosegehalte in het bloed. - 8 vragen

Aantal vragen

8

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Insuline na een zetmeelrijke maaltijd

Spijsvertering.
Zie figuur B 793 van de bijlage.

Het schema stelt een deel van het spijsverteringsstelsel en enkele bloedvaten van de mens voor. De pijlen geven de richting van het transport weer.

Op welke van de aangegeven plaats zal de grootste hoeveelheid insuline worden aangetroffen na een zetmeelrijke maaltijd?

afbeeldingafbeelding

Hormonen en hun functie in het lichaam

Hormonen.
Zie figuur B 844 van de bijlage.

I. In orgaan 3 wordt insuline gevormd.
II. In orgaan 4 wordt een hormoon gevormd dat het glucosegehalte van het bloed verlaagt.

afbeeldingafbeelding

Hormonen en bloedglucose regulatie

Beweringen.

I. In de alvleesklier worden hormonen gevormd, die het glucosegehalte van het bloed regelen.
II. In de lever worden hormonen gevormd, die het glucosegehalte van het bloed regelen.

Stofwisselingsprocessen in het menselijk lichaam

Stofwisselingsprocessen.

Enkele stofwisselingsprocessen zijn:

1. Glucose wordt omgezet in glycogeen.
2. Glucose wordt omgezet in zetmeel.
3. Glycogeen wordt omgezet in glucose.
4. Zetmeel wordt omgezet in glucose.

Van deze processen kunnen er drie in het lichaam van de mens plaatsvinden.

Welke drie zijn dat?

-

Werking van insuline bij suikerziekte

Suikerziekte.

In welk orgaan of in welke organen is de insuline die mensen met suikerziekte zichzelf inspuiten, werkzaam?

Regeling van het glucosegehalte in het bloed

Regeling glucosegehalte van bloed.

Welk orgaan van de mens kan een hormoon maken dat het glucosegehalte van het bloed doet stijgen en ook een hormoon dat het glucosegehalte van het bloed doet dalen?

Invloed van glucose op het lichaam

1/2 Glucosegehalte.
Zie figuur A 793 van de bijlage.

In de afbeelding geven de letters P, Q, R en S schematisch een aantal mogelijke gebeurtenissen in het lichaam weer.
Deze gebeurtenissen hebben invloed op de hoeveelheid glucose in het bloed.
Pijlen geven aan dat glucose in het bloed wordt opgenomen of uit het bloed wordt afgegeven.

Schrijf de letters P, Q, R en S uit de afbeelding op de juiste plaats achter elke gebeurtenis hieronder. Gebruik elke letter één keer.

1. Na vertering van voedsel wordt glucose in het bloed opgenomen, letter [invulveld].

2. Glycogeen wordt omgezet in glucose en aan het bloed afgegeven, letter [invulveld].

3. Glucose wordt door cellen opgenomen en gebruikt voor de verbranding, letter [invulveld].

4. Bij mensen met diabetes wordt glucose met de urine uitgescheiden, letter [invulveld].

-

afbeeldingafbeelding

Invloed van gebeurtenissen op glucosegehalte

2/2 Glucosegehalte.

Hieronder staan enkele gebeurtenissen in het lichaam beschreven.
Deze gebeurtenissen hebben invloed op de hoeveelheid glucose in het bloed.
Geef bij elke gebeurtenis met het woord 'toe' of 'af' aan of de hoeveelheid glucose in het bloed hierdoor afneemt of toeneemt.

1. Na vertering van voedsel wordt glucose opgenomen.
De hoeveelheid glucose in het bloed hierdoor afneemt

2. Onder invloed van glucagon wordt glycogeen omgezet in glucose.
De hoeveelheid glucose in het bloed hierdoor afneemt .

3. Glucose wordt door cellen opgenomen.
De hoeveelheid glucose in het bloed hierdoor afneemt .

4. Bij mensen met diabetes wordt glucose met de urine uitgescheiden.
De hoeveelheid glucose in het bloed hierdoor afneemt .