Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Als de ééncellige diertjes uit de levercellen vrij komen, dringen ze rode bloedcellen binnen. Ze stromen zo mee met het bloed. Via een besmet mens komen de ééncellige diertjes weer in muggen terecht.
Leg uit op welke manier een ééncellig diertje uit het bloed van een mens in een malariamug terechtkomt.
Ziekten
5/5 Malaria. Zie figuur B 3601 van de bijlage.
Een manier om malaria te bestrijden is het droogleggen van moerassen. In de afbeelding is de levensloop van een malariamug weergegeven.
Leg met behulp van de afbeelding B 3601 uit dat malaria bestreden kan worden door moerassen droog te leggen.
afbeelding
Ziekten
1/2 Een virus.
Er bestaan verschillende virussen die verkoudheid veroorzaken. Eén van deze virussen wordt het RS-virus genoemd. Elk jaar worden in Nederland zo'n 100.000 baby's ziek door een infectie met dit virus. Van de zieke baby's komen er gemiddeld 2000 in het ziekenhuis terecht. Tien procent daarvan is zo ernstig ziek dat behandeling op een afdeling met intensive care nodig is.
Hoeveel baby's komen, volgens de informatie, gemiddeld per jaar op een afdeling voor intensive care terecht als gevolg van een infectie met het RS-virus? Het aantal baby's is: [invulveld]
Ziekten
2/2 Een virus.
Vooral te vroeg geboren baby's kunnen ernstig ziek worden door een infectie met het RS-virus. Deze baby's hebben niet voldoende antistoffen van de moeder meegekregen. Men onderzoekt of te vroeg geboren baby's tegen een infectie met het virus beschermd kunnen worden door toediening van antistoffen.
Is zo'n behandeling van baby's met antistoffen tegen het RS-virus actieve of passieve immunisatie? Leg je antwoord uit.
Ziekten
1/4 Radioactieve straling en leukemie.
Leukemie is een vorm van kanker in het bloed. Bij leukemie blijven veel witte bloedcellen onvolgroeid. Op plaatsen waar veel radioactieve straling aanwezig is, lopen ouders en hun kinderen meer risico om leukemie te krijgen dan elders. Bij sommige ouders treden door de straling bovendien veranderingen op in de geslachtscellen.
Welke van de volgende beweringen over radioactieve straling is of welke zijn juist?
1. Radioactieve straling kan alleen de geslachtschromosomen in de geslachtscellen aantasten en niet de andere chromosomen. 2. Radioactieve straling kan mutaties veroorzaken in lichaamscellen van een kind.
Ziekten
2/4 Radioactieve straling en leukemie.
Een leukemiepatiënt kan overlijden aan een infectieziekte als gevolg van een verminderde weerstand.
Leg uit waardoor een leukemiepatiënt minder weerstand heeft tegen infectieziekten.
Ziekten
3/4 Radioactieve straling en leukemie.
In welk van de onderstaande delen van het lichaam worden de meeste witte bloedcellen gevormd?
Ziekten
4/4 Radioactieve straling en leukemie.
Welke van de volgende twee beweringen over leukemie is of zijn juist?
1. Door leukemie neemt de afweer tegen infectieziekten sterk toe. 2. Leukemie is een besmettelijke ziekte.
Ziekten
1/2 Aspirine in de maag.
Sommige mensen met hoofdpijn nemen aspirine in als medicijn. Aspirine moet worden opgelost in water vóór het inslikken. Aspirine wordt vanuit de maag in het bloed opgenomen.
In welk bloedvat of in welke bloedvaten komt de aspirine die wordt opgenomen het eerst terecht?
Ziekten
2/2 Aspirine in de maag.
Welke van de volgende beweringen over de maagwand is of welke zijn juist?
1. De maagwand maakt een voedselverterend enzym. 2. De maagwand maakt zoutzuur waardoor vetten verteerd worden. 3. De maagwand maakt zoutzuur waardoor bacteriën gedood worden.
Ziekten
1/3 DKTP en BMR.
Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw worden de meeste kinderen ingeënt tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio met de zogenaamde DKTP-prik. Bij een DKTP-vaccinatie wordt een kind ingeënt met verzwakte of dode ziekteverwekkers. Vanaf 1987 krijgen veel kinderen op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar ook een inenting tegen bof, mazelen en rode hond: de BMR-prik. In het eerste levensjaar hebben de meeste kinderen antistoffen tegen bof, mazelen en rode hond in het bloed. Deze antistoffen zijn afkomstig van de moeder.
Worden bij een vaccinatie antigenen ingespoten? En worden dan antistoffen ingespoten?
Ziekten
2/3 DKTP en BMR.
Een kind heeft alle vaccinaties tegen DKTP en BMR gehad.
Kan zo'n kind dan een ziekte zoals waterpokken krijgen? Leg je antwoord uit.
Ziekten
3/3 DKTP en BMR.
Behalve te vroeg geboren kinderen, blijken ook sommige andere kinderen in hun eerste jaar geen antistoffen tegen BMR van hun moeder te hebben gekregen.
Noem een reden hiervoor.
Ziekten
1/3 Inentingen.
In de tabel is een overzicht van inentingen weergegeven. afbeelding
Wat betekenen de letters in de afkorting DKTP? D = [invulveld] K = [invulveld] T = [invulveld] P = [invulveld]
Ziekten
2/3 Inentingen.
Hoeveel keer moet een kind volgens de tabel worden ingeënt tegen mazelen? [invulveld] keer
Ziekten
3/3 Inentingen.
Hoeveel keer moet een kind volgens de tabel in het eerste levensjaar worden ingeënt? [invulveld] keer
Ziekten
1/4 Ziekte van Pompe.
De ziekte van Pompe is een zeldzame spierziekte. In Nederland worden per jaar slechts enkele kinderen met deze erfelijke aandoening geboren. Onderzoek heeft aangetoond dat bij patiënten met deze ziekte een bepaald enzym niet goed werkt. Glycogeen in spiercellen kan hierdoor niet goed worden afgebroken. Glycogeen hoopt zich op, waardoor spiercellen afsterven. Spieren gaan dan minder goed werken en kunnen zelfs geheel afsterven.
Glycogeen wordt in spieren opgeslagen.
In welk ander orgaan wordt ook veel glycogeen opgeslagen? In de [invulveld]
Ziekten
2/4 Ziekte van Pompe.
De ziekte van Pompe is een erfelijke ziekte. Er wordt onderzoek gedaan naar het gen dat de ziekte veroorzaakt.
In welk deel van een cel bevindt het gen zich?
Ziekten
3/4 Ziekte van Pompe.
Patiënten met de ziekte van Pompe worden behandeld met fysiotherapie. Hierbij worden onder andere spieroefeningen gedaan.
Leg uit dat met fysiotherapie deze patiënten nooit te genezen zijn.
Ziekten
4/4 Ziekte van Pompe.
Door de ziekte van Pompe kunnen mensen ook ernstige problemen krijgen met ademhalen.
Leg uit waardoor patiënten problemen kunnen krijgen met ademhalen.