Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 9 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

9

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

1/2 Slijtage van het gebit.
Zie figuur B 4400 van de bijlage.

Het gebit wordt beschermd door een hard laagje op de tanden en kiezen. Toch slijt het gebit in de loop van de jaren. Door te vaak en te hard je tanden te poetsen, kunnen er groeven in het gebit ontstaan. Ook zure stoffen in eten en drinken tasten de harde buitenlaag van het gebit aan. De laag wordt daardoor zachter en kan dan makkelijk weggepoetst worden. Na het doorslikken van de zuren kan de laag zich binnen ongeveer een half uur herstellen. In ernstige gevallen van gebitsslijtage is het harde buitenlaagje op veel plaatsen verdwenen en wordt ook de zachtere laag daaronder aangetast.

In de tekst worden twee delen van een tand of kies genoemd die door slijtage aangetast kunnen worden.

In de afbeelding B 4400 is een doorsnede van een kies weergegeven.

Geef de letters (in volgorde van het alfabet) en de namen van de delen die volgens de tekst aangetast kunnen worden door slijtage.

letter = [invulveld] en naam = [invulveld]

letter = [invulveld] en naam = [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/2 Slijtage van het gebit.

Leerlingen in een klas krijgen de opdracht om de informatie over gebitsslijtage te lezen.
Daarna moeten ze een advies geven om slijtage tegen te gaan.
Drie leerlingen geven de volgende adviezen:

Arif: "Je moet zure dranken niet in één keer opdrinken, maar langzaam en met kleine slokjes tegelijk."
Bas: "Na het eten van zuur voedsel, moet je een uur wachten voordat je je tanden gaat poetsen."
Chantal: "Je moet tweemaal per dag krachtig je tanden poetsen met een harde tandenborstel".

Wie geeft een juist advies volgens de informatie?

Spijsvertering

1/3 Tandbederf.

Tandbederf komt veel voor. Het begint meestal met tandplak.
Tandplak is een kleverige aanslag op tanden en kiezen. Hierin komen veel bacteriën voor.
Deze bacteriën leven van suikers uit het voedsel en ze geven zuren af. Deze zuren veroorzaken tandbederf door aantasting van de harde lagen van tanden en kiezen.

Hoe heet de laag van tanden en kiezen, die het eerst wordt aangetast door de zuren uit de tandplak?

Deze laag heet de/het [invulveld].

Spijsvertering

2/3 Tandbederf.

In de mondholte komen veel soorten bacteriën voor.
Op de tanden leven andere bacteriën dan op de tong of op de slijmvliezen in de mond.
Uit onderzoek is het volgende gebleken:
- Al enkele dagen na de geboorte is bij een baby een bepaalde soort bacterie in de mond aan te tonen: S. salivarius (S. is de afkorting van Streptococcus).
- Na de komst van het eerste tandje worden er ook andere bacteriën aangetroffen zoals: S. mutans.
- Bij mensen met een eigen gebit of een volledig kunstgebit zijn beide soorten bacteriën aanwezig.
- S. mutans blijkt echter te verdwijnen als het kunstgebit niet meer gedragen wordt. Alleen S. salivarius blijft dan in de mond achter.

Uit de tekst is op te maken wat S. mutans nodig heeft om in de mond in leven te blijven en wat S. salivarius niet nodig heeft.

Wat heeft S. mutans nodig en S. salivarius niet?

Spijsvertering

3/3 Tandbederf.

Andere bacteriën die in tandplak aanwezig zijn, zijn de Veillonella-bacteriën. Deze bacteriën voeden zich met de zuren die de Streptococcus mutans-bacteriën maken.
Een onderzoeker doet proeven met ratten en mondbacteriën. Hij gebruikt twee groepen ratten:

Groep 1 met tandplak waarin S. mutans voorkomt;
Groep 2 met tandplak waarin S. mutans en Veillonella-bacteriën voorkomen.
De omstandigheden zijn gelijk.

Bij welke groep verwacht je het minste tandbederf? Leg je antwoord uit.

Spijsvertering

1/4 Tanderosie.
Zie figuur B 3383 van de bijlage.

Naast cariës, dat door bacteriën wordt veroorzaakt, bestaat tanderosie. We spreken van tanderosie als het glazuurlaagje van tanden en kiezen oplost door zuren uit bijvoorbeeld vruchten en frisdranken. In ernstige gevallen kan zelfs het tandbeen aangetast worden.

In de afbeelding is een doorsnede door een tand weergegeven.

Welke letter geeft het glazuur aan? Glazuur met letter [invulveld].

En welke letter geeft het tandbeen aan? Tandbeen met letter [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/4 Tanderosie.

Speeksel gaat tanderosie tegen, doordat het stoffen bevat die een beschermend laagje vormen op het gebit. Dit beschermlaagje verdwijnt gedeeltelijk door tandenpoetsen. Naast deze stoffen bevat speeksel nog andere stoffen.

Bevat speeksel enzymen?
En bevat speeksel bacteriedodende stoffen?

Spijsvertering

3/4 Tanderosie.
Tanderosie wordt vooral veroorzaakt door zuren in dranken. In de tabel staat een aantal dranken met hun zuurgraad. Hoe lager de zuurgraad, des te meer zuur een drank bevat. Dranken met een zuurgraad lager dan 4 kunnen tanderosie veroorzaken.
afbeeldingafbeelding

Naar aanleiding van de bovenstaande informatie worden twee uitspraken gedaan.

I. Tanderosie kun je tegengaan door goed je tanden te poetsen.
II. Door het drinken van veel cola heb je meer kans op tanderosie dan door het drinken van evenveel karnemelk.

Spijsvertering

4/4 Tanderosie.

Tanderosie komt ook voor bij mensen die vaak last hebben van oprispingen uit de maag of bij mensen die vaak overgeven.

Leg uit waardoor er kans op tanderosie is door oprispingen en overgeven van de maaginhoud.