Oefentoets Biologie: Mens-milieu | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mens en Milieu

3/15 Afvalverwerking.
Zie figuur C 210 van de bijlage.

VECHTEN OM VUILNIS.

afbeeldingafbeelding
Afval is big business. In de totale afvalmarkt - van inzamelen tot en met eindverwerking - wordt jaarlijks bijna zeven miljard gulden omgezet. En er is uitzicht op meer. Ondanks postbus 51-milieuspotjes en een afval-krimpbeleid , produceren burgers en bedrijven elk jaar meer afval. In 1997 bijna 53 miljoen ton (Mton), 7 Mton meer dan in 1985. [...]

Het afvalbeleid is de afgelopen 25 jaar gestuurd door de zorgen om een schoon milieu. Begin jaren zeventig bestond de branche nog slechts uit zo'n duizend gemeentelijke ophaaldiensten. Zij zamelden het afval in en stortten het op een eigen vuilnisbelt. Enkele grote steden - met veel afval en weinig grond om te storten - hadden een AVI (afvalverbrandingsinstallatie). Milieubewustzijn kwam niet in het woordenboek voor. Dat veranderde eind jaren zeventig. De ontdekking van bodemverontreiniging leidde tot milieuvoorschriften voor stortplaatsen. [...]
Van rijkswege kwam in diezelfde periode de Ladder van Lansink in zwang. Ad Lansink, van 1977 tot 1998 Kamerlid voor het CDA, bedacht een voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afval: preventie, product-hergebruik, materiaal-hergebruik, nuttige toepassing, verbranden met omzetting in energie, verbranden zonder omzetting in energie en, als laatste redmiddel, storten. Sinds 1996 geldt een stortverbod voor afval dat hergebruikt of verbrand kan worden. [...]

Sinds 1996 wordt storten ontmoedigd door een milieuheffing in het kader van de Wet Belasting Milieugrondslag (WBM). Stortplaatsen betalen WBM-belasting over de hoeveelheid gestort afval. Pronk wil deze belasting per 1 januari 2000 dusdanig verhogen, dat storten en verbranden evenveel kost, zo'n 210 gulden per ton. De minister denkt dat dit bedrag dan als minimumtarief voor verbranden zal functioneren. [...]

(De Volkskrant, 24 april 1999).

Zie volgende scherm

Mens en Milieu

4/15 Afvalverwerking.

ZELFREINIGEND VUIL.
Afvalscheiding werkt averechts.

De ruim 3.600 oude stortplaatsen in Nederland worden vaak beschouwd als chemische tijdbommen, die bodem en grondwater bedreigen. Wat er ooit is gestort is vrijwel niet te achterhalen. Bovendien is er geen sprake van enige bescherming; hooguit zijn ze aan de bovenkant afgedekt met grond. [...]

Bij nader onderzoek bleek tot ieders verrassing bleek dat er van acute risico's geen sprake was. Slechts bij tien procent van deze 'meest riskante' stortplaatsen bleek dat de risicowaarde van een of enkele stoffen werd overschreden. [...]
"Vooral het grondwater bleek veel schoner dan we hadden verwacht", zegt Willem van Vossen van Iwaco. Volgens Van Vossen zorgen microbiologische processen in de stort voor afbraak dan wel vastleggen van de verontreiniging. Hij staat daarin niet alleen. Uit proefprojecten blijkt dat bacteriën en schimmels in staat zijn allerlei stoffen af te breken. Tegenwoordig wordt bijvoorbeeld verontreinigde grond onder benzinestations al niet meer afgegraven, maar standaard gereinigd door het stimuleren van micro-organismen ter plekke. Ook vervelende stoffen als tri, per en tetra, gechloreerde organische oplosmiddelen, worden door micro-organismen afgebroken tot kooldioxide en water. Uit de stortplaatsen ontsnappen ook vrijwel geen zware metalen. Van Vossen vermoedt dat dat komt, doordat microbiologische afbraak zorgt voor een zuurstofloos milieu in de stortplaats. In die omstandigheden worden die metalen gebonden aan humusachtige verbindingen en hechten ze zich stevig aan bodemdeeltjes. [...]

Als het verhaal van de natuurlijke afbraakprocessen in de stort wordt bevestigd, dan heeft dat op de eerste plaats grote financiële gevolgen. Indertijd is vastgesteld dat Nederland tussen de 600 en 900 miljoen gulden per jaar zou moeten uittrekken voor nazorg en sanering van oude stortplaatsen. Dat scheelt voor Noord-Brabant toch al gauw tien à vijftien miljard voor de komende dertig jaar. In de tweede plaats heeft de biologische afbraak op stortplaatsen ook gevolgen voor de manier waarop we tegenwoordig met ons afval omgaan. Nu is het beleid gericht op scheiden aan de bron en zoveel mogelijk hergebruik. Storten wordt daarbij vermeden. Als het al moet gebeuren, dan mag het alleen voor bepaalde categorieën zoals bouwafval en bedrijfsafval en moet de stort zo stevig mogelijk worden ingepakt met folie, zowel aan de onderkant als aan de bovenkant.[...]

Omdat we keurig GFT-afval afscheiden en vervolgens composteren, komt het nauwelijks meer op de stort terecht. Gevolg is dat de stort onvoldoende organisch materiaal bevat om de biologische afbraakprocessen in gang te zetten. Daardoor zadelen we onszelf op met een eeuwigdurende nazorg met alle kosten van dien Als stortplaatsen zichzelf reinigen binnen een periode van pakweg dertig jaar, kan het ook uit milieu-oogpunt interessant zijn om ook weer huishoudelijk afval te gaan storten. Inclusief een behoorlijke hoeveelheid GFT-afval om de microbiologische afbraakprocessen op gang te brengen. Dat betekent dan wel het einde van de toch al vaak verwenste biobak.

(NRC-Handelsblad, 6 maart 1999).

Zie volgende scherm



-

Mens en Milieu

5/15 Afvalverwerking.

In de drie artikelen hierboven worden enige methoden van afvalverwerking genoemd of behandeld.

Met welke berekening bepaal je wat het in 1997 gemiddeld kostte om één ton vuilnis te verwerken?

Mens en Milieu

6/15 Afvalverwerking.

Hoeveel kost het verwerken van één ton afval volgens de methode van Vagron?

Mens en Milieu

7/15 Afvalverwerking.

Met organische brij wordt bedoeld:

Mens en Milieu

8/15 Afvalverwerking.

In het eerste artikel wordt 'thermische energie' als opbrengst genoemd.

Wat is thermische energie?

Mens en Milieu

9/15 Afvalverwerking.

Wat levert vergisting van GFT-afval méér op dan compostering?

Mens en Milieu

10/15 Afvalverwerking.
Zie figuren C 210, C 211 en B 2487 van de bijlage.

In de beide figuren wordt een verdeling van afval getoond, zoals dat in de vuilniszak is te vinden. De verdeling gebeurt echter niet in dezelfde groepen.

Vul de tabel (figuur B 2487) op de bijlage in. Let erop dat de verdeling van afval in 1997 op dezelfde manier moet worden gedaan als in 1994.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

11/15 Afvalverwerking.

Bij de afvalverwerking worden micro-organismen gebruikt voor de afbraak van biologisch en steeds vaker voor niet-biologisch materiaal.

Hoe wordt de groep van deze organismen samen genoemd, als we letten op hun afbrekende functie?

Mens en Milieu

12/15 Afvalverwerking.

In de Ladder van Lansink (figuur C 210) wordt een aantal methoden van omgaan met afval genoemd in volgorde van voorkeur.

Waarop is bij het opstellen van deze Ladder vooral gelet?

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

13/15 Afvalverwerking.

Bij het onderzoek naar ± 2000 oude stortplaatsen in 1998 en 1999 deed men een verrassende ontdekking.

Welke verrassende ontdekking was dat?

Mens en Milieu

14/15 Afvalverwerking.

Welke giftige uitstoot kwam in het verleden vooral vrij uit AVI's?

Mens en Milieu

15/15 Afvalverwerking.

Welke vier nuttige producten of groepen producten komen bij de verschillende methoden van afvalverwerking vrij?

Mens en Milieu

1/3 Afvalverwerking.
Zie figuur B 3376 van de bijlage.

In de afgelopen jaren is de hoeveelheid afval in Nederland sterk gestegen. Veel afval wordt tegenwoordig gescheiden. Groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval) gaat vaak in de groene bak, papier wordt vaak apart ingezameld.

In de afbeelding is de afvalverwerking van 1984 en 2000 vergeleken.

Welke vorm van afvalverwerking is tussen 1984 en 2000 toegenomen?

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

2/3 Afvalverwerking.

In Nederland wordt bij afval onder andere onderscheid gemaakt tussen GFT-afval en klein chemisch afval.
In 2003 werd in Nederland 1365 miljoen kilogram GFT-afval geproduceerd. Toch kregen we in dat jaar minder dan 1365 miljoen kilogram compost.

Geef hier één reden voor.

Mens en Milieu

3/3 Afvalverwerking.
Zie figuur B 3377 van de bijlage.

In de afbeelding zijn twee producten weergegeven: een fles motorolie en een fles terpentine.

Welke van deze verpakkingen moeten bij het klein chemisch afval worden weggegooid?

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

1/8 Schimmels.

Een hondendrol bevat voedselresten. Deze resten zijn weer voedsel voor talloze bacteriën en schimmels. Ze verbruiken de nog bruikbare stoffen in de drollen. Dat verbruiken gaat in een vochtige zomer sneller dan in een droge zomer of in de winter.
Sporen zijn cellen die zorgen voor de voortplanting van schimmels. Sommige sporen ontwikkelen pas tot complete schimmels als ze in het verteringskanaal van een dier geweest zijn. In het verteringskanaal wordt het begin van de ontwikkeling gestimuleerd door veel zuur en door een hoge temperatuur. Uiteindelijk worden de sporen complete schimmels in een verse drol.

Noem twee abiotische factoren die volgens de tekst van invloed zijn op de ontwikkeling van de schimmels uit de sporen.

Mens en Milieu

2/8 Schimmels.

De delen van het verteringskanaal van een hond hebben dezelfde namen en functies als de delen van het verteringskanaal van een mens.

In welk deel van het verteringskanaal van een hond zijn de omstandigheden vooral zo dat de ontwikkeling van schimmelsporen wordt gestimuleerd?

Mens en Milieu

3/8 Schimmels.

Welke van de volgende twee beweringen over de bouw van een cel van een schimmel is juist?

1. Een cel van een schimmel heeft een celkern.
2. Rond een cel van een schimmel bevindt zich een celwand.

Mens en Milieu

4/8 Schimmels.

De hoeveelheid poep van een hond is mede afhankelijk van het soort voedsel dat de hond krijgt. In modern hondenvoer is vaak plantaardig voedsel verwerkt. Van een kilo plantaardig voedsel blijft na vertering meer poep over dan van een kilo dierlijk voedsel.

Geef een oorzaak voor dit verschil.