Oefentoets Biologie: Voortplanting - plant_bestuiving | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 6 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

6

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Appels.
Zie figuur A 153 van de bijlage.

Bij bepaalde appelrassen kan een stuifmeelkorrel die op de stempel van een bloem van dezelfde boom valt, geen stuifmeelbuis vormen. Het gevolg hiervan is dat zo'n appelboom, wanneer hij alleen staat, geen appels vormt.

Om van een alleenstaande appelboom toch appels te krijgen, zijn exemplaren in de handel gebracht waarbij takken van twee verschillende appelrassen (ras l en ras 2) door middel van enten op een gemeenschappelijke onderstam zijn geplaatst. Van beide rassen wordt in dat geval een goede oogst verkregen. Er wordt aangenomen dat geen mutaties optreden.

Hoeveel verschillende genotypen kunnen voorkomen in de celkernen die aanwezig zijn in de alleenstaande boom en in de appels, zoals is weergegeven in figuur A 153?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bestuivingen.

Een onderzoeker voert de volgende bestuivingen uit:

1. bestuiving van een bloem van een appelboom met stuifmeel van een andere appelboom; beide bomen zijn uit dezelfde ouderplant verkregen door enting;
2. bestuiving van een bloem van een aardbeiplant met stuifmeel van een andere aardbeiplant; beide planten behoren tot dezelfde kloon;
3. bestuiving van bloemen van een vrouwelijke wilg met stuifmeel van een mannelijke wilg;
4. bestuiving van een bloem van een bonenplant met steriele meeldraden met stuifmeel van een andere bonenplant.

Welke bestuivingen zullen, afgezien van eventuele mutaties, waarschijnlijk leiden tot een nakomelingschap, waarin ook andere genotypen dan die van de ouderplanten voorkomen?

Voortplanting

Voorkomen van zelfbestuiving.

Hoe kan men bij kruisingsproeven met zekerheid zelfbestuiving voorkomen?

Voortplanting

Natuurlijke bestuiving vergeleken met kunstmatige bestuiving.

Van de dadelboom bestaan mannelijke en vrouwelijke bomen (tweehuizigheid). Er zijn aanwijzingen dat reeds in het oude Egypte bloesems van deze bomen kunstmatig bestoven werden.

Natuurlijke bestuiving heeft in dit geval nadelen in vergelijking met kunstmatige bestuiving, omdat

Voortplanting

Bijen uit de Lilavati
Zie figuur B 5866 van de bijlage.

Bhaskara, een Indiër uit de 12e eeuw, bedacht voor zijn geliefde de volgende opgave.

Van een zwerm bijen is 1/5 op een lotusbloem afgekomen en 1/3 op een bananenbloem.
En een aantal bijen gelijk aan driemaal het verschil tussen beide voorgaande cijfers, o schone met uw gazellenogen, is naar een codagaboom gevlogen.
Een enkele bij tenslotte vliegt heen en weer door de lucht en kan maar niet besluiten tussen de heerlijke geur van jasmijn en die van pandanus.
Aantrekkelijke jongedame, och zeg mij, wat is het aantal bijen?

Los deze opgave op.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Insecten en tulpen.
Zie figuur B 5888 van de bijlage.

In het voorjaar vliegen er 's nachts minder insecten dan overdag. Een tulp is in principe een insectenbestuiver.
Het open- en dichtgaan van de bloem van een tulp wordt veroorzaakt door een verschil in groeisnelheid in verschillende gedeelten van de bloembladen.
De groeisnelheid in deze verschillende gedeelten wordt beïnvloed door de temperatuur.
In de diagrammen hiernaast zijn de bij een experiment gemeten lengten van gedeelten van de bloembladen weergegeven.
Op tijdstip P wordt de temperatuur verhoogd van 7ºC naar 17ºC. Op tijdstip Q wordt de temperatuur verlaagd van 20ºC naar 10ºC.

Welke lijn geldt of welke lijnen gelden voor de binnenzijde van de bloembladen?

afbeeldingafbeelding