Oefentoets Biologie: Stofwisseling - algemeen | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3

Deze oefentoets bevat 17 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

17

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Stofwisseling

Stofwisseling bij sport.
Zie figuur A 596 van de bijlage.

In de tabel in de figuur staat het O2 -verbruik van mannen en vrouwen gedurende bepaalde vormen van sport.

Zet de volgende sportvormen zo goed mogelijk op de juiste plaats (maak eerst een kladlijstje):

skiën (afdaling),
ongetraind sporten,
langlaufen 50 km,
wielrennen 10 km,
hardlopen 800-1500 m,
gewichtheffen,
schaatsen 1500 m,
hardlopen 400 m,
skispringen,
hardlopen 3000 m.

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling

2/2 Triatlon.

Sporters die meedoen aan een triatlon letten goed op hun voeding. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld vitaminepillen.

Tot welke groep stoffen behoren vitamines?

Stofwisseling

1/2 Warming-up.
Zie figuur B 1391 van de bijlage.

In de afbeelding is iemand bezig met een warming-up.

Wat is een functie van de warming-up?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling

2/2 Warming-up.

Welk levenskenmerk wordt hier uitgebeeld?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling van de mens

Gemiddelde energiebehoefte.

Wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar de gemiddelde energiebehoefte bij mannen van verschillende leeftijden. Een deel van de resultaten is weergegeven in de tabel.

afbeeldingafbeelding

Leg uit waardoor de gemiddelde energiebehoefte bij mannen tussen 14 en 18 jaar het grootst is.

Stofwisseling van de mens

Gemiddelde energiebehoefte.

Wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar de gemiddelde energiebehoefte bij vrouwen.
Een deel van de resultaten is weergegeven in de tabel.

afbeeldingafbeelding

Leg uit waardoor de gemiddelde energiebehoefte bij zwangere vrouwen het grootst is.


-

Stofwisseling van de mens

1/3 Hardlopen.
Zie figuur B 4592 van de bijlage.

Hardlopen kost veel energie.
Het ontbijt van een bepaalde hardloper bestaat uit:
- één wortel
- twee gefrituurde bananen
- twee boterhammen met aardbeien
- een portie rijst
- sinaasappelsap

Uit welk vak van de Schijf van Vijf ontbreekt er iets bij dit ontbijt?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling van de mens

2/3 Hardlopen.

Tijdens een wedstrijd eten sommige hardlopers bananen.
Een banaan wordt verteerd in het spijsverteringsstelsel.
Hierbij passeren vezels van de banaan een aantal organen.

Wat is de juiste volgorde van deze organen?

Stofwisseling van de mens

3/3 Hardlopen.

Bepaalde voeding is noodzakelijk om een goede tijd te lopen.
Ook de ademhaling is belangrijk.
Hardlopers ademen door de mond en niet door de neus.
Ademhalen door de mond heeft nadelen.

Noteer twee nadelen van ademen door de mond in plaats van ademen door de neus.

Stofwisseling

1/4 Spieren en energieverbruik.

Door het samentrekken van spieren kan ons lichaam bewegen. Bij dit samentrekken zetten de spieren chemische energie uit glucose om in bewegingsenergie en warmte. Dit gebeurt door het verbranden van de glucose. Bij het begin van een inspanning nemen het ademhalingsritme en het aantal hartslagen per minuut eerst toe. In de spieren ontstaan afvalproducten, waardoor we na enige tijd een zwaar en vermoeid gevoel kunnen krijgen.
Niet alle energie uit glucose wordt voor beweging gebruikt. Ongeveer 70% van de energie komt als warmte vrij. Deze warmte moet grotendeels worden afgevoerd, anders zou de lichaamstemperatuur gevaarlijk oplopen.

Welke stof is nodig voor het verbranden van glucose?

Stofwisseling

2/4 Spieren en energieverbruik.

Neemt bij het begin van een inspanning de hoeveelheid bloed die per minuut door de kransslagaders naar de hartspier wordt vervoerd toe of af of blijft deze hoeveelheid bloed gelijk?

Stofwisseling

3/4 Spieren en energieverbruik.

Waar vindt de bewustwording van het "zwaar en vermoeid gevoel" plaats: in de grote hersenen, in de hersenstam of in de kleine hersenen?

Stofwisseling

4/4 Spieren en energieverbruik.

Welke van onderstaande vaten spelen de belangrijkste rol bij het afvoeren van warmte uit het lichaam?

Stofwisseling

Hormonen.

In hormoonklieren worden hormonen gevormd. Deze hormonen worden afgegeven aan het bloed. Zo komen de hormonen overal in het lichaam terecht en kunnen ze op bepaalde plaatsen hun invloed uitoefenen. Die invloed kan het activeren van een andere hormoonklier zijn. Een voorbeeld van dit laatste is een hypofysehormoon dat de productie van een hormoon Q kan stimuleren.
Dit hormoon Q stimuleert de stofwisseling in de cellen van het lichaam.

Wat zal met de productie van koolstofdioxide door de cellen gebeuren, wanneer de stofwisseling wordt verhoogd onder invloed van hormoon Q?

Stofwisseling

De schildklier.

Door een afwijking aan de schildklier produceert deze soms te weinig hormoon. Eén van de verschijnselen is dan, dat een patiënt snel vermoeid raakt.

Leg uit waardoor iemand snel vermoeid raakt, als de schildklier te weinig hormoon maakt.

Stofwisseling

Schildklier en struma.

De schildklier van de mens heeft jodium nodig om zijn product te maken. De mens moet dit jodium via het voedsel binnenkrijgen. Als er een tekort aan jodium is, wordt de schildklier aangezet tot het maken van meer van zijn product. Dit wordt zichtbaar door het opzwellen van de schildklier (de zogenaamde struma of krop).
Ondanks dit opzwellen, blijft de hoeveelheid product die gevormd wordt te gering.

Verandert de stofwisseling van mensen die een tekort aan jodium krijgen?
Zo ja, hoe?

Stofwisseling

Training.
Zie figuur B 3129 van de bijlage.

Tijdens een training trekt een bepaalde spier zich vaak samen.
De temperatuur van het bloed op plaats P is 37°C.

Hoe hoog is de temperatuur op plaats Q?

afbeeldingafbeelding