Ordening
Ademhaling.
Een bepaald organisme heeft een ademhalingsstelsel met vele uitwendige openingen (stigma's).
Welk dier kan dit zijn: een duif, een kikker, een vis of een vlieg?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Ademhaling.
Een bepaald organisme heeft een ademhalingsstelsel met vele uitwendige openingen (stigma's).
Welk dier kan dit zijn: een duif, een kikker, een vis of een vlieg?
Chitine.
Drie beweringen over het chitinepantser van een insect zijn:
1. het chitinepantser dient als bescherming tegen uitdroging.
2. het chitinepantser dient voor de stevigheid van het insect.
3. het chitinepantser dient voor de aanhechting van de spieren van het insect.
Welke beweringen zijn juist?
Stevigheid.
Waardoor krijgt een insect stevigheid?
Gedaantewisseling.
Enkele stadia van de gedaantewisseling van een bepaald insect zijn: ei, pop, rups en vlinder.
Wat is de juiste volgorde van deze stadia bij de gedaantewisseling?
Gedaantewisseling.
Een bepaald dier haalt adem door middel van tracheeƫn. Bij deze diersoort komt gedaantewisseling voor.
Welke van de volgende uitspraken over het skelet van dit dier is juist?
Bijen.
Door welke bijen worden in bijenstaten de eieren gelegd?
Ordening.
Zie figuur B 3071 van de bijlage.
Tot welke groep van geleedpotigen behoort het dier van de afbeelding?
afbeelding
Ordening.
In welk milieu kun je geleedpotigen aantreffen?
Ordening.
Zie figuur B 2049 van de bijlage.
Is het dier van de afbeelding niet-symmetrisch, tweezijdig symmetrisch of veelzijdig symmetrisch?
afbeelding
Ordening.
Zie figuur B 3664 van de bijlage.
Tot welke groep van geleedpotigen behoort het dier van de afbeelding?
afbeelding
Gewervelde dieren.
Zie figuur B 2556 van de bijlage.
In de afbeelding is een aantal soorten gewervelde dieren weergegeven. Hoewel ze ongeveer even groot zijn
getekend, verschillen ze in werkelijkheid in grootte.
Bij welke van deze soorten legt het vrouwtje eieren om zich voort te planten?
afbeelding
Ordening.
Zie figuur B 3069 van de bijlage.
In de afbeelding is een dolfijn getekend. Dolfijnen leven in zee. Ze halen adem met longen en zijn warmbloedig.
Tot welke groep van de gewervelden behoort een dolfijn?
afbeelding
Skelet.
Over skeletten van dieren worden drie beweringen gedaan.
1. Alle spieren van het dier zitten aan het skelet vast.
2. Het skelet beschermt inwendige organen.
3. Het skelet geeft stevigheid.
Welke van deze beweringen gelden voor dieren met een inwendig skelet?
Ordening.
De holtedieren geven hun afvalproducten aan de buitenwereld af
Ordening.
Verteert een amoebe voedsel vooral in een voedselvacuole of vooral in het celplasma?
Wordt voedsel in een voedselvacuole verbrand?
afbeelding
Ordening.
Veel boomstammen hebben een groene kleur aan de kant waar de meeste regen tegenaan komt. Deze kleur wordt veroorzaakt door vele eencellige boomalgen (= groenwieren).
Deze organismen kunnen de volgende eigenschappen vertonen:
1. Elke cel heeft een celkern.
2. Elke cel is omgeven door een celwand.
3. Voortplanting vindt plaats door celdeling.
Welke van de volgende kenmerken komt of welke komen voor bij deze boomalgen?
Ordening.
Bij eencelligen in zoet water komen twee soorten vacuolen voor.
Waarvoor dient ieder afzonderlijk?
Ordening.
Hieronder staan twee beweringen over een amoebe.
1. De schijnvoetjes spelen een rol bij de voortbeweging;
2. De schijnvoetjes spelen een rol bij de vorming van voedingsvacuolen.
Is bewering 1 juist?
En bewering 2?
afbeelding
Amoeben.
Nemen amoeben organische stoffen op uit hun milieu?
En anorganische stoffen?
afbeelding
Ordening.
Tot welke afdeling van het dierenrijk behoort een amoebe?