Voortplanting
Functie van het vruchtwater.
Een embryo in de buik van een zwangere vrouw wordt omgeven door vruchtwater.
Welke functie heeft het vruchtwater vooral?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Functie van het vruchtwater.
Een embryo in de buik van een zwangere vrouw wordt omgeven door vruchtwater.
Welke functie heeft het vruchtwater vooral?
Vruchtwateronderzoek en bepaalde erfelijke afwijkingen.
Een zwangere vrouw kan een vruchtwateronderzoek uit laten voeren als zij wil weten of bepaalde erfelijke afwijkingen bij het embryo voorkomen. Met een injectienaald wordt dan wat vruchtwater opgezogen. In dit vruchtwater zweven cellen. Van deze cellen worden de
chromosomen onderzocht.
Zijn de cellen die in het vruchtwater zweven afkomstig van het embryo?
Of zijn ze afkomstig van de moeder?
1/3 Voortplanting bij de mens.
Worden in de testes alleen spermacellen geproduceerd?
Bevordert prostaatvocht de beweging van spermacellen?
afbeelding
2/3 Voortplanting bij de mens.
I. Een eicel wordt bevrucht vlak na een ovulatie.
II. Bevruchting vindt plaats in een eierstok.
3/3 Voortplanting bij de mens.
I. De innesteling (van een embryo) vindt plaats in het baarmoederslijmvlies.
II. De innesteling (van een embryo) vindt plaats ± twee weken na de bevruchting.
1/2 Onderlichaam van een man.
Zie figuur A 469 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch enkele organen weer in het onderlichaam van een man.
Wat is de naam van deel Q?
afbeelding
2/2 Onderlichaam van een man.
Door welke van de buizen 1 en 2 vindt zowel afvoer van spermacellen als afvoer van urine plaats?
afbeelding
Voortplantingsorganen bij de vrouw.
Zie figuur B 3675 van de bijlage.
1. In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een vrouw schematisch getekend.
Hoe heet deel 1? dit is de [invulveld]
2. In welk(e) van de genummerde delen vinden reductiedelingen plaats? in deel [invulveld]
3. Met welk nummer is het deel aangegeven waarin zich het maagdenvlies kan bevinden? met nummer [invulveld]
4. Hoe heet het deel van het voortplantingsstelsel van een vrouw dat vooral gevoelig is voor seksuele prikkels?
Dit deel heet de [invulveld]
afbeelding
Voortplantingsorganen.
Zie figuur B 3677 van de bijlage.
1. In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een man schematisch weergegeven.
Hoe heet deel 1? de/het [invulveld]
2. Bij de mens bevatten lichaamscellen 46 chromosomen.
Noem 2 genummerde organen waarin zich cellen kunnen bevinden die slechts 23 chromosomen bevatten? de delen [invulveld] en [invulveld]
3. In welk van de genummerde organen worden spermacellen tijdelijk opgeslagen? in orgaan [invulveld]
-
afbeelding
Voortplantingsorganen.
Zie figuur B 3675 van de bijlage.
1. In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een vrouw schematisch getekend. Hoe heet deel 6?
Dit heet de [invulveld]
2. In welk(e) van de genummerde delen worden eicellen geproduceerd?
In deel [invulveld]
Met welk nummer is het deel aangegeven waarin de ontwikkeling van het embryo plaatsvindt?
Met nummer [invulveld]
3. Hoe heet het deel van het voortplantingsstelsel van een vrouw waarin sperma bij geslachtsgemeenschap het eerst terechtkomt?
Dit is de [invulveld]
afbeelding
Geboorteregeling.
Geef bij elke vraag de code uit het schema hieronder.
afbeelding
1. Welke methoden zijn onbetrouwbaar? [invulveld] en [invulveld]
2. Welke methoden zijn erg betrouwbaar? [invulveld] en [invulveld]
3. Welke methode is redelijk betrouwbaar? [invulveld]
4. Welke methode beschermt tegen het overbrengen van ziekteverwekkers? [invulveld]
5. Welke methode voorkomt dat ovulatie plaatsvindt? [invulveld]
Geboorteregeling.
Geef bij elke vraag de code uit het schema hieronder.
afbeelding
Welke methode beschermt vooral tegen innesteling? [invulveld]
Welke methoden werden veel in het verleden gebruikt? [invulveld] en [invulveld]
Welke methode werkt vooral chemisch? [invulveld]
Welke methode voorkomt dat er follikelrijping plaatsvindt? [invulveld]
Welke methoden kunnen beschermen tegen het overbrengen van zaadcellen? [invulveld] en [invulveld]
1/2 Voortplantingsorganen van een man.
Zie figuur B 1612 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een gedeelte van het lichaam van een man weer. Een aantal delen is met letters aangeduid.
Wat wordt met letter P in de afbeelding aangegeven?
afbeelding
2/2 Voortplantingsorganen van een man.
Zie figuur B 1612 van de bijlage.
De man wil zich laten steriliseren. Bij de sterilisatie worden de zaadleiders van de man afgebonden en doorgesneden.
Welk van de delen Q, R, S en T wordt bij de sterilisatie doorgesneden?
afbeelding
1/5 Onveilig vrijen.
Hieronder is een krantenartikel weergegeven over onveilig vrijen.
Een op de tien jongens vrijt de eerste keer onbeschermd. Ruim tien procent van de jongens; gebruikt bij de eerste geslachtsgemeenschap geen voorbehoedmiddel.
Meestal wordt bij de eerste keer een condoom (46 procent) of de pil (33 procent) gebruikt, in 7 procent van de gevallen werden beide gebruikt. Voor het boek 'Condoomschroom' interviewde het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek 215 jongens in de
leeftijd van 18 tot en met 22 jaar. Er werd gevraagd naar hun eerste seksuele ervaringen en wat zij daarbij deden ter bescherming tegen seksueel overdraagbare ziekten en zwangerschap.
Bijna de helft van de Nederlandse jongens heeft zijn eerste seksuele ervaring voor het achttiende jaar. Daarbij treden verschillen op naar opleiding. Leerlingen die op het vbo of mavo zitten, hebben op jongere teeltijd hun eerste gemeenschap achter de rug dan havo- of vwo-leerlingen. Van de mavo-leerlingen heeft 56 procent al zijn eerste keer achter de rug voor hij 17 is.
Jongens schatten de risico's op zwangerschap bij onbeschermd vrijen hoog in; slechte 18 procent denkt dat je zonder voorbehoedmiddelen kunt vrijen zonder een al te grote kans op zwangerschap. Jongens geven in grote meerderheid aan dat het gebruik van voorbehoedmiddelen een gedeelde verantwoordelijkheid van man en vrouw is. In acht van de tien gevallen is het echter zo dat alleen het meisje haar maatregelen neemt tegen zwangerschap.
De titel van het boek verwijst naar de schroom die veel jongens voelen bij het kopen van condooms. Ze kunnen worden gezien door een bekende en hun vriendinnetje zou eens kunnen denken dat ze op seks uit zijn', zo vrezen de jongens. Dat cliché van de actieve, zelfverzekerde jongen die het terughoudende meisje uit de kleren praat, blijkt niet te kloppen. In tachtig procent van de gevallen is het meisje even geneigd tot geslachtsgemeenschap als de jongens - dat denken althans de ondervraagde jongens. In het artikel worden twee voorbehoedmiddelen genoemd.
Zie volgende scherm
2/5 Onveilig vrijen.
Welk van deze twee middelen biedt bescherming tegen geslachtsziekten?
Dit is de/het [invulveld]