Ademhaling
3/3 Bronchitis.
Als er teveel slijm in de luchtwegen komt
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
3/3 Bronchitis.
Als er teveel slijm in de luchtwegen komt
1/2 De hommel.
Zie figuur B 2542 van de bijlage.
In de afbeelding zijn een hommel en een schema van een gedeelte van de hommel weergegeven.
Twee delen zijn met P aangeduid. De beide delen hebben dezelfde functie.
Wat is de naam van die delen?
afbeelding
2/2 De hommel.
Wat bevindt zich in de delen P?
afbeelding
1/4 Ademhaling bij kikkers.
Zie figuur B 3631 van de bijlage.
De ademhaling (de ventilatiebeweging) verloopt bij kikkers anders dan bij de mens. De bouw van de longen is bij kikkers ook veel eenvoudiger: de longblaasjes ontbreken.
Bij kikkers wordt door beweging van de mondbodem lucht via de neusgaten in de mondholte opgenomen. Vervolgens wordt die lucht uit de mondholte door een slikbeweging in de longen gedrukt. De flanken van het dier zetten hierbij uit. Daarna volgt een lange rustperiode (periode A). Vervolgens trekken de flankspieren (zie de afbeelding) zich samen waardoor de lucht naar buiten wordt geperst. Dan volgt opnieuw een rustperiode, een korte (periode B). Hierna volgt een nieuwe adembeweging.
Leg uit dat het functioneel is dat periode A lang is.
afbeelding
2/4 Ademhaling bij kikkers.
Bij kikkers ontbreekt het middenrif. De ademfunctie van de middenrifspieren wordt bij kikkers overgenomen door andere spieren. Drie spiergroepen zijn bij kikkers betrokken bij de ademhaling:
1. flankspieren;
2. mondbodemspieren;
3. slikspieren.
Welke van deze spiergroepen zijn betrokken bij deze ademfunctie?
3/4 Ademhaling bij kikkers.
Zie figuur B 3632 van de bijlage.
Kikkers hebben geen ribben, maar wel een borstbeen. Dit borstbeen is verlengd met kraakbeenplaten (zie de afbeelding). Het borstbeen en de kraakbeenplaten hebben geen taak bij de ademhaling maar geven wel stevigheid aan het dier. Daarnaast hebben het borstbeen en de kraakbeenplaten nog een andere taak.
Noem een andere taak die het borstbeen en de kraakbeenplaten vervullen.
afbeelding
4/4 Ademhaling bij kikkers.
Onder normale omstandigheden drijven kikkers aan het wateroppervlak. Mede dankzij de gaswisseling door de huid kunnen zij ook, na onderduiken, voor langere tijd onder water blijven. Tijdens het onderduiken kan een kikker zijn longvolume aanpassen.
Maakt een kikker het longvolume bij het duiken groter of kleiner? Leg je antwoord uit.
1/2 Een kikkervisje.
Zie figuur B 427 van de bijlage.
De afbeelding is een tekening van een kikkervisje van de groene kikker. Twee delen zijn aangegeven met de letters P en Q.
Welk van de aangegeven delen heeft of welke hebben een functie bij de gaswisseling van het kikkervisje?
afbeelding
2/2 Een kikkervisje.
Het kikkervisje zwemt in een sloot, waarin zich ook een kikker bevindt. De kikker zit stil op de bodem van de sloot.
Verbruikt het kikkervisje in deze situatie minder zuurstof per seconde per gram lichaamsgewicht dan de kikker, evenveel zuurstof of meer zuurstof?
1/2 Zuurstofbesparing bij duikende walvissen.
Zeedieren zoals haaien en walvissen duiken regelmatig diep de zee in. Een haai zwemt dan echt naar beneden, maar een walvis laat zich zinken zonder te zwemmen. Hierdoor bespaart zo'n walvis wel 10% tot 50% op het zuurstofverbruik.
Leg uit waardoor een walvis minder zuurstof verbruikt door zich naar beneden te laten zakken in plaats van te zwemmen.
2/2 Zuurstofbesparing bij duikende walvissen.
Zie figuur B 3279 van de bijlage.
Walvissen kunnen lang onder water blijven. Wanneer de walvis weer bovenkomt ademt hij uit door het spuitgat boven op de kop.
Bevat de lucht die door het spuitgat wordt uitgeademd meer of minder koolstofdioxide dan de ingeademde lucht? Leg je
afbeelding
1/5 Ademhaling.
Van een proefpersoon wordt op een bepaald moment de samenstelling van de ingeademde en van de uitgeademde lucht bepaald.
De tabel toont de resultaten voor drie gassen.
afbeelding
Lucht bevat nog andere gassen dan de drie die in de tabel genoemd worden.
Voor hoeveel procent bestaat de ingeademde lucht uit deze andere gassen? Gebruik de gegevens uit de tabel. [invulveld] %
2/5 Ademhaling.
Zie figuur A 1030 van de bijlage.
De proefpersoon ademt diep in door de neus.
Zie figuur A 1030 van de bijlage.
Langs welke weg gaat de lucht dan naar de longen? Geef je antwoord door in de afbeelding op de uitwerkbijlage een lijn te tekenen.
afbeelding
3/5 Ademhaling.
Inademen door de neus heeft enkele voordelen boven het inademen door de mond.
Noem zo'n voordeel.
4/5 Ademhaling.
Trekken middenrifspieren zich samen bij een diepe inademing?
En trekken tussenribspieren zich dan samen?
5/5 Ademhaling.
Zie figuur B 4646 van de bijlage.
De ademhaling wordt geregeld door een centrum in de hersenstam.
Dit ademcentrum reageert op de hoeveelheid koolstofdioxide in het bloed.
In de afbeelding wordt een deel van het centraal zenuwstelsel weergegeven.
Welke letter geeft de hersenstam aan?
afbeelding
1/2 Ademhaling bij dolfijnen.
Zie figuur B 4652 van de bijlage.
Dolfijnen ademen net als andere zoogdieren met longen. Ze ademen echter niet in en uit door de mond of de neus, maar door een blaasgat bovenop hun kop (zie de afbeelding).
Als een dolfijn duikt, kan hij wel tien tot vijftien minuten onder water blijven zonder te ademen. Om dit mogelijk te maken heeft een dolfijn een aantal aanpassingen in de bouw van het ademhalingsstelsel en het bloedvatenstelsel.
In verhouding tot zijn lichaamsgrootte is de inhoud van de longen niet groter dan die van de mens, maar heeft hij wel meer longblaasjes.
Twee leerlingen bespreken met elkaar het voordeel van deze bouw van de longen voor de ademhaling van een dolfijn, vergeleken met die van een mens.
Nadia zegt: "Door deze bouw kan het bloed van een dolfijn sneller koolstofdioxide afgeven in de longen."
Carry zegt: "Door deze bouw kan een dolfijn naar verhouding meer lucht inademen."
Heeft Nadia gelijk? En heeft Carry gelijk?
afbeelding
2/2 Ademhaling bij dolfijnen.
Leg met behulp van de informatie uit dat een dolfijn zich niet kan verslikken.
Hardlopen.
Zie figuur A 975 van de bijlage.
René rent (zie afbeelding hiernaast).
Wat geldt dan voor zijn hartslag en ademhaling?
afbeelding