Oefentoets Biologie: Ordening | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ordening

Bacteriën.

Hebben bacteriën ook ontlasting?

Ordening

Naaktslakken.

Hoe bewegen naaktslakken zich?

Ordening

Ademhaling bij insecten.
Zie figuur B 5702 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van het ademhalingsstelsel van een insect getekend.

Hoe heet onderdeel P?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Hoornlaag.

Bij veel gewervelde dieren komt een hoornlaag op de huid voor.

Welk gewerveld dier heeft niet zo'n hoornlaag op zijn huid?

Ordening

Steekmug.

Als je een steekmug dood slaat, zie je vaak een rode vlek.

Is dat het bloed van de mug?
Leg uit waarom wel of niet.

Ordening

Vissenkop.
Zie figuur B 5703 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding van een vissenkop.

Sleep de juiste woorden in de rechter kolom achter de cijfers 1 t/m 4 in de linker kolom.

afbeeldingafbeelding
  • lip

  • kieuwboog

  • kieuwplaatjes

  • kieuwdeksel

  • 1

  • 2

  • 3

  • 4

Ordening

Haaien determineren 1
Zie figuur B 5704 van de bijlage.
Zie figuur B 5705 van de bijlage.

Haaien worden in acht groepen ingedeeld (zie de determineertabel van haaien hieronder).
In afbeelding B 5704 zijn kenmerken van haaien weergegeven. Met behulp van deze kenmerken en de tabel hieronder kun je haaien determineren.
In afbeelding B 5705 is een haai getekend.
afbeeldingafbeelding
Bepaal met behulp van de determineertabel tot welke groep deze haai behoort.
Noteer de stappen die je maakt in de determineertabel.



-

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ordening

Haaien determineren 2
Zie figuur B 5704 van de bijlage.
Zie figuur B 5706 van de bijlage.

Haaien worden in acht groepen ingedeeld (zie de determineertabel van haaien hieronder).
In afbeelding B 5704 zijn kenmerken van haaien weergegeven. Met behulp van deze kenmerken en de tabel hieronder kun je haaien determineren.
In afbeelding B 5706 is een haai getekend.
afbeeldingafbeelding
Bepaal met behulp van de determineertabel tot welke groep deze haai behoort.
Noteer de stappen die je maakt in de determineertabel.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ordening

1/2 Kevers.
Zie figuur B 5723 van de bijlage.

De meeste kevers hebben twee paar vleugels, om te vliegen en om de kever te beschermen.

Met welke vleugels kunnen zij vliegen?

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/2 Kevers.
Zie figuur B 5723 van de bijlage.

Een goliathkever weegt ongeveer 100 gram en past net in je hand.
Kevers kunnen niet groter worden dan 30 cm.

Wat zal de meest waarschijnlijke reden zijn dat er geen grotere kevers zijn, ook niet in warme gebieden?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Voortplanting.

Vogelbekdieren zijn eierleggende zoogdieren. Zij zogen hun jongen, maar leggen eieren in plaats van jongen te baren.
Bij de eierleggende zoogdieren ontbreken een of meer organen die bij 'gewone' zoogdieren wel voorkomen.
Drie organen worden genoemd:

1. de baarmoeder
2. de eileiders
3. de placenta (moederkoek)

Kruis het nummer of de nummers aan van organen die ontbreken bij de eierleggende zoogdieren.

Ordening

1/2 Bacteriegroei.

Tijdens een onderzoeksproject werd een bepaalde bacteriesoort opgekweekt op voedingsbodems van agar, bij een constante temperatuur. De voedingsbodems bevatten verschillende concentraties van een vitamine. Op iedere voedingsbodem werd een gelijk aantal bacteriën geplaatst en gedurende één week werd de grootte van de groeiende kolonies bepaald.
De resultaten staan in de tabel hieronder.
afbeeldingafbeelding

De variabele in dit experiment is

Ordening

2/2 Bacteriegroei.

afbeeldingafbeelding

Welke van de volgende beweringen zou een juiste conclusie kunnen zijn bij dit onderzoek?

Ordening

Schimmels.

Welke van de volgende twee beweringen over de bouw van een cel van een schimmel is juist?

1. Een cel van een schimmel heeft een celkern.
2. Rond een cel van een schimmel bevindt zich een celwand.