Bloed
1/17 Boed geven.
INFORMATIE 1 BLOEDDONOR WORDEN
Barry is 25 jaar. Hij heeft zich opgegeven om bloed af te staan als bloeddonor. Hij is tot deze beslissing gekomen, omdat zijn vriend Kees hemofilie heeft, een erfelijke bloedziekte. Als gevolg van deze ziekte kan het bloed niet goed stollen. Hij mist een bepaald eiwit in zijn bloed.
Voor de behandeling van zijn ziekte krijgt Kees regelmatig dit eiwit, stollingsfactor VIII, uit donorbloed toegediend.
INFORMATIE 2 HEMOFILIE
Hemofilie wordt veroorzaakt door een recessief gen (a). Dit gen ligt op het X-chromosoom, maar niet op het Y-chromosoom. Omdat een man maar één X-chromosoom heeft, kan het genotype van Kees als volgt worden aangegeven: Xa
Y-
. Mensen met het dominante gen (A) hebben de ziekte niet.
Ellen, de vrouw van Kees, heeft op beide X-chromosomen het dominante gen (A). Haar genotype wordt zó aangegeven: Xa
Xa
.
Zie figuur A 714 van de bijlage.
afbeelding
INFORMATIE 3 BLOEDONDERZOEK
Voordat Barry de eerste keer bloed gaat geven, worden er drie buisjes bloed afgenomen voor onderzoek. In het laboratorium wordt onderzocht of het bloed virussen bevat die ziektes kunnen veroorzaken zoals AIDS en hepatitis. Als het bloed besmet is met zo'n virus, kan het niet gebruikt worden voor een bloedtransfusie.
Ook wordt in het laboratorium de bloedgroep van de donor bepaald.
Het onderzoek naar AIDS en hepatitis wordt bij elke bloedafname herhaald.
Zie volgende scherm








