Oefentoets Biologie: Lever | VO | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VO

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Eiwitten

Eiwitten.

In het lichaam van de mens bevinden zich eiwitten, waarin ongeveer twintig verschillende aminozuren voorkomen.
Het voedsel hoeft slechts acht van deze aminozuren te bevatten.

In welk orgaan worden de overige aminozuren gevormd en welke stoffen leveren de hiervoor benodigde stikstof?

afbeeldingafbeelding

Ureum

Ureum.

Waar vindt de vorming van ureum plaats?
Wordt dit ureum gevormd uit aminozuren of uit glycogeen?

afbeeldingafbeelding

Winterslaap

Winterslaap.

Een dier dat uit zijn winterslaap ontwaakt, verbruikt eiwit voor het vrijmaken van energie.

Dit verbruik van eiwit is te constateren aan

Lever

De lever.

Verschillende aminozuren kunnen bij de mens in de lever worden gesynthetiseerd.

Van welke stof(fen) zijn de daarbij gebruikte NH2 -groepen afkomstig?

Lever

De lever.

In de lever kunnen aminozuren worden omgezet in een gedeelte dat stikstof bevat en een gedeelte zonder stikstof. Het gedeelte met stikstof wordt in de lever verwerkt in een andere stikstofverbinding.

Ontstaan bij de beschreven processen in de lever stoffen die kunnen worden geassimileerd?
En stoffen die kunnen worden gedissimileerd?
En stoffen die kunnen worden uitgescheiden?

afbeeldingafbeelding

Lever

Ureum.

Drie delen van het bloedvatenstelsel van de mens zijn:

1. de laatste 2 cm van de onderste holle ader dicht bij het hart,
2. de leverader,
3 een nierader.

Twee uur na een eiwitrijke maaltijd wordt de ureumconcentratie in het bloedplasma in deze drie bloedvaten vergeleken.

In welke van onderstaande reeksen is de volgorde van een lage naar een hoge ureumconcentratie juist weergegeven?

laag ® hoog

Lever

Buisjes in de lever.

In de lever worden tal van buisjes gevonden:

1. de vertakkingen van de leverslagader;
2. vertakkingen van de poortader;
3. vertakkingen van de leverader;
4. vertakkingen van de galgang.

In welke buisjes is het ureumgehalte het hoogst?

Lever

De lever.
Zie figuur B 3495 van de bijlage.

In de afbeelding zijn de lever, een stukje dunne darm en aansluitende bloedvaten schematisch getekend.

In welk van de genummerde bloedvaten is een uur na een eiwitrijke maaltijd het ureumgehalte van het bloed het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Lever

De lever.

Bij de mens worden het ureumgehalte en het kooldioxidegehalte van het bloed in de leverader vergeleken met die van het bloed in een longader.

Bevat 1 ml bloed in de leverader meer of evenveel van genoemde stoffen in vergelijking met 1 ml bloed in deze longader?

Het bloed in de leverader bevat

Lever

De lever.
Zie figuur B 344 van de bijlage.

De tekening stelt de lever voor met aansluitende bloedvaten.
Voor deze bloedvaten geldt:

- het glucosegehalte in bloedvat 1 is gemiddeld hoger dan dat in de bloedvaten 2 en 3.
- het ureumgehalte in bloedvat 2 is gemiddeld hoger dan dat in de bloedvaten 2 en 3.

Hoe heten de bloedvaten 1, 2 en 3?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Lever

De lever.

In het lichaam van de mens kunnen onder andere de volgende processen plaatsvinden:

1. het omzetten van glycogeen in glucose,
2. het afbreken van aminozuren,
3. het afbreken van hemoglobine,
4. het produceren van glucagon,
5. het onschadelijk maken van giftige stoffen die in het bloed aanwezig zijn.

Welke van deze processen kunnen plaatsvinden in de lever?

Omzettingen

Omzettingen.

De omzetting van eiwitten, koolhydraten en vetten in de stofwisseling van de mens wordt onderzocht.

Bij omzetting van welke van deze stoffen ontstaan zowel CO2 , H2 O als ureum?

Lever

De lever.

Hieronder staan een aantal stoffen genoemd die in het lichaam van de mens voorkomen:

1. aminozuren,
2. koolhydraten,
3. eiwitten.

Van welke van deze stoffen kan in de lever de concentratie in het bloed gewijzigd worden?

Lever

De lever.

Over de functies van levercellen bij de mens worden de volgende uitspraken gedaan:

1. levercellen produceren ureum;
2. levercellen produceren galzouten;
3. levercellen produceren warmte;
4. levercellen produceren essentiële aminozuren.

Welke uitspraken zijn juist?

Lever

De lever.

Hieronder staan enkele processen genoemd die zich in het menselijk lichaam afspelen:

1. afbraak van rode bloedcellen,
2. productie van bloedplaatjes,
3. productie van gal,
4. opslag van glycogeen,
5. verbranding van glucose (suiker).

Welke van deze processen vinden plaats in de lever?

Afbraak

Afbraak.

In welk orgaan (welke organen) bij de mens worden de rode bloedcellen afgebroken?

Gal

Gal.

Wordt gal geproduceerd door de galblaas of door de lever?
Van welke bloedbestanddelen zijn de galkleurstoffen afbraakproducten?

afbeeldingafbeelding

Lever

Productie in de lever.

Enkele stoffen in het lichaam van de mens zijn:

1. essentiële aminozuren;
2. glucagon;
3. glucose;
4. ureum.

Welke van deze stoffen worden in de lever gevormd?

Lever

De lever.

In het lichaam van de mens komen onder andere voor:

1. eiwitten;
2. glycogeen;
3. ureum;
4. vitamine K.

Welke van deze stoffen kunnen door cellen van de lever gevormd worden?

Lever

De lever.

Vier processen in het lichaam van de mens zijn:

1. het opslaan van glycogeen,
2. het vrijmaken van energie uit glucose,
3. het constant houden van het zoutgehalte in het bloed,
4. het verteren van vetten door enzymen uit spijsverteringssap.

Welke processen vinden plaats in de lever?