Oefentoets Biologie: Ziekten | HAVO 4/HAVO 5 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ziekten

4/4 Hepatitis.

Het hepatitis-B virus kan onder andere voorkomen in bloed, speeksel, vaginaal vocht en spermavocht. Het kan op dezelfde wijze worden overgedragen als het Aidsvirus (HIV). Enkele situaties zijn:

1. iemand die ernstig ziek is een hand geven,
2. een bloedtransfusie krijgen met niet-gecontroleerd bloed,
3. iemand die ernstig ziek is een zoen op de wang geven,
4. een tatoeage laten aanbrengen met gesteriliseerde priknaalden,
5. geslachtsverkeer hebben met wisselende partners zonder gebruik van condoom.

In welke van deze situaties is besmetting met zowel hepatitis-B als HIV een reëel gevaar?

Ziekten

1/3 A dog called Wanda.

In de 19e eeuw werd het ziektebeeld acromegalie bij de mens beschreven. Bij dit ziektebeeld hoort onder andere het vrijkomen van grote hoeveelheden groeihormoon. Groeihormoon wordt door de hypofyse gemaakt. Kaken, handen en voeten worden door de hoge concentratie groeihormoon in het bloed sterk vergroot. Een tumor in de hypofyse kan dit ziektebeeld veroorzaken.
In 1964 toonde de dierenarts Joannes Juda Groen aan dat dit ziektebeeld ook bij honden voorkomt. Hij beschreef de geschiedenis van een herdershond waarbij zich na een loopsheid diabetes (suikerziekte) had ontwikkeld. De hond had dikke poten en een kop met grote kaken.

Welke stof als gevolg van diabetes vond Groen in de urine van deze hond?

Ziekten

2/3 A dog called Wanda.

In 1975 werd Wanda, een andere herdershond, de dierenkliniek binnengebracht. Zij had regelmatig hormooninjecties gekregen ter voorkoming van loopsheid. Dit hormoon uit de injecties remt, net als bij de mens, de ovulatie. Wanda was altijd gezond geweest, maar in het laatste jaar had ze langzamerhand acromegalie-verschijnselen ontwikkeld.

Welk hormoon, ter voorkoming van loopsheid, werd via de injecties aan Wanda toegediend?

Ziekten

3/3 A dog called Wanda.
Zie figuur B 4541 van de bijlage.

Bij weer een andere hond werd een ontstoken baarmoeder geconstateerd en een verhoogde concentratie groeihormoon (zie 1 in de grafiek). Vanwege deze gezondheidsklachten werden de ontstoken baarmoeder en de eierstokken verwijderd. De problemen waren met deze operatie niet geheel opgelost. Op een later tijdstip werden daarom ook alle melkklieren verwijderd (2). De klachten verminderden hierdoor. In het diagram is weergegeven hoe de concentratie groeihormoon in deze periode veranderde (tussen de tijdstippen 2 en 4). De horizontale lijn (zie 3 in grafiek) geeft de groeihormoonconcentratie bij gezonde dieren weer.
Opmerkelijk was, dat de concentratie groeihormoon daalde tot onder de normale waarde (zie 4 in grafiek).

Geef een mogelijke juiste verklaring voor dit effect.

afbeeldingafbeelding

Ziekten

1/4 Musici en hun ziekten.

De drie briljante musici Carl-Maria von Weber (1786-1826), Franz Schubert (1797-1828) en Gustav Mahler (1860-1911) overleden alle drie aan bacteriële infectieziektes. Von Weber stierf aan tuberculose, Schubert aan syfilis en Mahler aan endocarditis, een bacteriële ontsteking aan de binnenkant van het hart.

Tuberculose is een besmettelijke ziekte. De veroorzaker, een staafvormige bacterie, wordt door een patiënt met 'open tuberculose' overgedragen. Dat kan door hoesten, door praten, maar ook via stof. De bacterie dringt vooral via de slijmvliezen van de luchtwegen en de spijsverteringsorganen het lichaam binnen.

Als er open tuberculose wordt vastgesteld, worden alle personen die met de patiënt in contact zijn geweest onderzocht door middel van de mantouxreactie. Hierbij wordt een kleine hoeveelheid tuberculine, een door de bacteriën afgegeven stof, in de huid gespoten. Korte tijd later wordt aan de hand van het al of niet opzwellen van het betreffende huidgedeelte bepaald of de onderzochte persoon besmet is.

Kun je via de mantouxreactie ook syfilis aantonen? Leg je antwoord uit.

Ziekten

2/4 Musici en hun ziekten.

Heel veel mensen zijn besmet met de tuberculoseverwekker. Of een besmet persoon ook tuberculose krijgt, hangt waarschijnlijk af van erfelijke aanleg, van de voedingstoestand en/of de aanwezigheid van andere ziekten.
Er wordt een onderzoek uitgevoerd met een- en twee-eiige tweelingen, om te kunnen vaststellen of erfelijke aanleg inderdaad een rol speelt bij het krijgen van de ziekte tuberculose.

Bij welke uitkomst van het onderzoek kun je de conclusie trekken dat erfelijke aanleg een rol speelt?

Ziekten

3/4 Musici en hun ziekten.

Syfilis is een geslachtsziekte, die zich over het gehele lichaam kan uitbreiden. De ziekte wordt veroorzaakt door een spiraalvormige bacterie. Vroeger was de ziekte vaak dodelijk. Syfilis komt tegenwoordig veel minder voor dan in de tijd van Schubert. Enerzijds is dat het gevolg van de ontdekking van antibiotica, anderzijds is een andere oorzaak hiervoor verantwoordelijk.

Welke andere oorzaak is dit?

Ziekten

4/4 Musici en hun ziekten.

Endocarditis wordt veroorzaakt door bolvormige bacteriën. Vaak raakt één of raken beide hartkleppen ontstoken met als mogelijk gevolg dat zo'n hartklep verschrompelt.

Indien de hartklep tussen linkerboezem en linkerkamer te veel is verschrompeld, kan dat leiden tot bewusteloosheid. Leg dit uit.

Ziekten

1/2 Toch niet ziek met HIV.

Sommige mensen hebben door hun gedrag een groot risico om besmet te worden met HIV. Uit onderzoek blijkt een aantal van hen slechts sporen van HIV in het bloed te hebben. Het gaat dan om bijzonder kleine hoeveelheden HIV-DNA in bloedcellen. Toch zijn ze seronegatief. Bij seropositieve personen zit er minstens duizendmaal zoveel HIV-DNA in bloedcellen. Blijkbaar kan een infectie met HIV in sommige gevallen beperkt blijven tot een gering aantal bloedcellen. Hierna stopt de infectie.
Een persoon is seropositief en in zijn bloed bevinden zich HIV-DNA en antistoffen tegen HIV.

In welk bestanddeel van het bloed bevindt zich het HIV-DNA en in welk bestanddeel de antistoffen?

afbeeldingafbeelding

Ziekten

2/2 Toch niet ziek met HIV.

Veel virussen maken wel ziek maar worden op den duur door het lichaam met succes bestreden. Het organisme is daarna in de meeste gevallen immuun voor het virus.

Beschrijf op welke wijze een besmetting met deze virussen leidt tot immuniteit.

Ziekten

1/4 Ebolavirus.

In 1976 werd de wereld opgeschrikt door een aantal infecties met het Ebolavirus in Zaïre. Dit virus is voor mensen zeer besmettelijk en veroorzaakt in korte tijd de dood doordat er hoge koorts met inwendige bloedingen optreedt. Tegen de ziekte bestaan geen geneesmiddelen. Het virus wordt verspreid via bloed, urine en uitwerpselen. Waar het virus vandaan komt, is onbekend. Verondersteld wordt dat het virus voorkomt bij een in het wild levende diersoort. Het kan zich dan vanuit de geïnfecteerde dieren verspreiden. Men noemt zo'n wilde diersoort het virus-reservoir.

Virussen worden niet in een van de vier rijken van organismen ondergebracht.

Noem een kenmerk van virussen waarom ze niet in een van de vier rijken worden ondergebracht.

Ziekten

2/4 Ebolavirus.

Bij hoge koorts stijgt de lichaamstemperatuur van de patiënt tot boven de 41°C. Hierdoor worden bepaalde stoffen in de cellen beschadigd.

Welk type stoffen wordt dan in de cellen van de patiënt beschadigd?
En waardoor gaan de cellen dan minder goed functioneren?

Ziekten

3/4 Ebolavirus.

Zodra men het virus-reservoir heeft opgespoord, kan begonnen worden met het isoleren van het virus. Dit kan dan in verzwakte vorm ingespoten worden in gezonde mensen, zodat deze een bescherming opbouwen die ook werkt tegen het onverzwakte virus.

Hoe noemt men de hier beschreven techniek?

Ziekten

4/4 Ebolavirus.

In tegenstelling tot het Ebolavirus is het verkoudheidsvirus betrekkelijk goedaardig. Het verkoudheidsvirus is na een verblijf van slechts enkele uren buiten een menselijk slachtoffer niet meer in staat een ander mens ziek te maken. Ook heeft het geen andere soort als reservoir.
Over het Ebolavirus en het verkoudheidsvirus worden de volgende beweringen gedaan:

1. Mensen die met het verkoudheidsvirus zijn geïnfecteerd blijven langer virus verspreiden dan mensen die met het Ebolavirus zijn geïnfecteerd.
2. Mobiele geïnfecteerde personen dragen meer bij aan de verspreiding van virussen dan bedlegerige geïnfecteerde personen.
3. Het Ebolavirus is voor de diersoort van het 'reservoir' niet zo kwaadaardig als voor de mens.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Ziekten

1/2 Kinkhoest.

In 1996 was het aantal gevallen van kinkhoest in Nederland relatief hoog. Kinkhoest is een infectieziekte van de luchtwegen die door aanhoesten wordt overgebracht. De verwekkers zijn de, bacteriën Bordetella pertussis en Bordetella parapertussis. Kinderen zijn na vaccinatie 10 tot 15 jaar immuun tegen de ziekteverwekker.

Er werden drie hypothesen bedacht om de toename van het aantal kinkhoestgevallen te verklaren.

Hypothese 1: Het vaccin werkt niet meer zo goed.
Hypothese 2: Er zijn kwaadaardiger bacteriën in omloop dan voorheen.
Hypothese 3: Huisartsen letten beter op en stellen vaker de diagnose kinkhoest.

Kinderen worden na kinkhoestvaccinatie immuun voor kinkhoest en kinderen die kinkhoest doormaken, zijn daarna ook immuun.

Leg uit waardoor in beide gevallen dezelfde immuniteit voor kinkhoest wordt ontwikkeld.

Ziekten

2/2 Kinkhoest.

Beschrijf een mogelijke proefopzet van een experiment om hypothese 2 te toetsen. Ga ervan uit dat de onderzoekers de beschikking hebben over een buis met kinkhoestbacteriën uit 1996 en een buis met kinkhoestbacteriën uit 1990. Ga uit van een groot aantal proefdieren van één soort die onder gelijke omstandigheden worden gehouden en die even gevoelig voor kinkhoest zijn als de mens.

Geef aan bij welke resultaten hypothese 2 moet worden verworpen.

Ziekten

1/5 De ziekte van Lyme.
Zie figuur A 857 van de bijlage.

De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door de ziekteverwekker Borrelia burgdorferi. Deze ziekte wordt verspreid door de beet van teken, kleine spinachtige diertjes, die met de ziekteverwekker geïnfecteerd zijn.
Teken zuigen bloed en komen in de natuur voor op zoogdieren en vogels. Als de teken volgezogen zijn, laten ze los, vallen naar beneden en klimmen weer langs plantenstengels en takken omhoog.

Op het kaartje is de verspreiding van de ziekte van Lyme in ons land in 1996 afgebeeld.

Teken hebben een zeer eenvoudig spijsverteringskanaal. Leg aan de hand van bovenstaande tekst uit dat ze daarmee toe kunnen.

afbeeldingafbeelding

Ziekten

2/5 De ziekte van Lyme.

Onderzoekers stelden in 1996 vast dat ongeveer een kwart van de Nederlandse teken is besmet met Borrelia.
Het aantal mensen dat bij een tekenbeet de ziekte van Lyme krijgt, bleek echter minder dan 25%.

Geef hiervoor een mogelijke verklaring.

Ziekten

3/5 De ziekte van Lyme.

Uit een enquête onder huisartsen bleek dat in 1994 33000 mensen hun huisarts bezochten vanwege een tekenbeet. Daarvan hadden er 6500 de rode plek die kenmerkend is voor de eerste fase van de ziekte van Lyme.

Bereken de kans op infectie bij een tekenbeet volgens deze enquête, afgerond op een heel procent.

Ziekten

4/5 De ziekte van Lyme.

Volgens een onderzoeker is ongeveer 8% van de Nederlanders ooit besmet geraakt met Borrelia. Dit blijkt uit bloedtesten, waarbij antistoffen tegen Borrelia zijn aangetoond.

Welke van de volgende bloedbestanddelen produceren deze antistoffen?