Osmose
Osmose in aardappelen.
Uit een verse aardappel worden twee staafjes van gelijke doorsnede en gelijke lengte gesneden. Deze staafjes worden elk in een oplossing van kaliumnitraat gelegd; het ene staafje in een oplossing van 0,5%, het andere in een oplossing van 1,5%.
Na een uur blijkt dat het staafje in de oplossing van 1,5% een weinig langer is geworden en dat het staafje in de oplossing van 0,5% veel langer is geworden.
Wat kan geconcludeerd worden over de concentratie van opgeloste deeltjes in het vacuolevocht van de cellen van de staafjes aardappel vóór ze in de oplossingen gelegd werden?




