Oefentoets Biologie: Gedrag - Prikkel-response | HAVO 3/HAVO 4/HAVO 5

Ontdek het gedrag van krekels en nachtzwaluwen in deze digitale toets voor leerlingen, waarin ze experimenten en vragen over prikkels en reacties in de dierenwereld onderzoeken. Geschikt voor biologielessen op middelbare scholen. - 13 vragen

Aantal vragen

13

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 3, HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Onderzoek naar het gedrag van krekels

1/2 Kriekende krekels.
Zie figuur B 3822 van de bijlage.

Het gezang van mannelijke krekels (zie de afbeelding) wordt aangeduid met krieken. Ze maken dat geluid met behulp van een verdikking aan de bovenkant van de ene vleugel (schraper) die over een richel aan de onderkant van de andere vleugel beweegt (rasp-ader). Krieken wordt vooral gebruikt als lokroep voor de vrouwtjes in de voortplantingstijd.
Leerlingen willen in de klas het gedrag van krekels in de voortplantingstijd onderzoeken. Een hypothese luidt: Vrouwtjes reageren op de lokroep en niet op het zien van een mannetje. De leerlingen voeren een experiment uit, waarbij ze ieder de beschikking hebben over:
- een kooi waar men in het midden een tussenschot kan plaatsen,
- volwassen vrouwtjes, (P)
- volwassen mannetjes, (Q)
- opgezette mannetjes, (R)
- een tussenschot, bestaande uit dik plexiglas, waardoor het vrouwtje het mannetje wel kan zien, maar niet kan horen, (S)
- een tussenschot, bestaande uit dik plexiglas, maar voorzien van kleine gaatjes, zodat het vrouwtje het mannetje niet alleen kan zien, maar ook kan horen, (T)
- een tussenschot, bestaande uit dik zwart plexiglas, waardoor het vrouwtje het mannetje niet kan zien, en ook niet kan horen, (U)
- een tussenschot, bestaande uit dik zwart plexiglas, voorzien van kleine gaatjes, zodat het vrouwtje het mannetje niet kan zien, maar wel horen. (V)
Zes leerlingen willen een antwoord op de volgende onderzoeksvraag: "Reageren de vrouwtjes op het krieken of op het zien van de mannetjes"? Ze doen dat door de volgende proefopstellingen te bouwen.

Leerling 1: P + S + Q vergelijken met P + S + R
Leerling 2: P + S + Q vergelijken met P + V + Q
Leerling 3: P + S + Q vergelijken met P + T + Q
Leerling 4: P + T + Q vergelijken met P + T + R
Leerling 5: P + U + Q vergelijken met P + U + R
Leerling 6: P + V + Q vergelijken met P + V + R

Welke leerling maakt of welke leerlingen maken een juiste proefopstelling?

afbeeldingafbeelding

Biologische Term voor Krekel Signaal

2/2 Kriekende krekels.

De lokroep is een signaal en wekt een bepaald gedrag op bij de vrouwtjeskrekel.

Geef de biologische term voor dit signaal.

Genera van Nederlandse broedvogels

1/5 Nachtzwaluwen.

Tekst:
Bij de Nachtzwaluw (Caprimulgus europaeus) verlopen de balts en het broedgedrag als volgt.
Het mannetje glipt geruisloos tussen de bomen door. Soms gaat hij op een tak zitten "err-en": hij maakt een lang trillend geluid, dat klinkt als "errr-or err-or err". Soms antwoordt het wijfje en vliegt op. Hij volgt haar dan onmiddellijk, vliegt recht omhoog en maakt een aantal prachtige buitelingen, waarbij hij vaak zijn vleugels boven zijn rug tegen elkaar kletst. Vaak hoor je een kreet als "schroei". De achtervolging eindigt als ze een geschikte nestelplaats ergens op de grond gevonden hebben. Ze strijken samen neer, het vrouwtje neemt een gebogen houding aan en de vogels gaan over tot de paring.
Ze bouwen geen nest, maar maken een eenvoudig kuiltje op de kale grond, waarbij het vrouwtje hinderlijke grashalmen verwijdert. Vanaf half mei legt het vrouwtje twee eieren in het kuiltje. Bij het broeden draait het vrouwtje de dagdiensten alleen, pas bij het invallen van de duisternis komt manlief haar voor een korte periode aflossen. Als een mens of dier het legsel heeft aangeraakt of verschoven, rolt de nachtzwaluw de eieren naar een ander plekje, enkele meters van het oorspronkelijke. Als ze worden verrast bij het nest, doen de vogels alsof ze vleugellam zijn en lopen ze langzaam bij het nest weg.

bronnen: Grzimek, Het leven der dieren; deel Vll: Vogels 2, p. 479 Thijsse, J.P., Zomer, Verkade album, p. 37-38

In Nederland komen naast de Nachtzwaluw (Caprimulgus europaeus), die overigens geen echte zwaluw is maar meer verwant is aan de spechten, ook de Gierzwaluw (Apus apus), de Boerenzwaluw (Hirundo rustica), de Huiszwaluw (Delichon urbica) en de Oeverzwaluw (Riparia riparia) als broedvogel voor.

Tot hoeveel genera (geslachten) worden deze vijf in Nederland broedende vogelsoorten gerekend? Leg je antwoord uit.

Prikkels en reacties bij nachtzwaluwen

2/5 Nachtzwaluwen.

Noem drie in de tekst vermelde prikkels, die een bepaalde reactie opwekken bij het mannetje of het vrouwtje; zet achter alle drie tot welke reactie die prikkel leidt.

Gedrag van nachtzwaluwen en hun ontwikkeling

3/5 Nachtzwaluwen.

Ook volwassen nachtzwaluwen die hun ouders nooit gezien hebben, lopen vleugellam weg als ze op het nest verrast worden.

Hoe komt dit type gedrag tot stand?

Lichaamstemperatuur en stofwisseling bij nachtzwaluwen

4/5 Nachtzwaluwen.

Nachtzwaluwen leven van insecten, waarop ze in de schemering jacht maken. Op een bewolkte, koude avond zijn er vaak weinig insecten, zodat de vogels honger lijden. Houdt die honger enige tijd aan, dan kunnen nachtzwaluwen in een soort "koudeverstijving" raken: hun lichaamstemperatuur daalt, waardoor ze niet actief kunnen zijn.

Leg uit waardoor de daling van hun lichaamstemperatuur leidt tot een verlaging van de stofwisseling.

Voordelen van inactiviteit bij nachtzwaluwen

5/5 Nachtzwaluwen.

Welk voordeel heeft deze inactiviteit voor de nachtzwaluw?

Signaalstof en reactie bij vlinders

Vlinders.

Bij vlinders komen geurstoffen of feromonen voor. Als een vrouwtjesvlinder zo'n feromoon verspreidt, komen mannetjes van haar soort van alle kanten aanvliegen

Geef de naam die in de gedragsleer wordt gebruikt voor een bepaald signaal zoals het feromoon, dat een bepaalde reactie bij de mannetjes opwekt. Dit noemt men een [invulveld]

Gedrag van de Mestkever en Signaalprikkels

3/3 Mestkever.

Het is opvallend met hoeveel zorg de mestkever een halsje vormt en na het leggen van een ei dit weer afsluit. Een leerling denkt hiervoor een verklaring te weten. Hij meent dat de mestkever daarmee voorkomt dat een andere mestkever, die een holletje graaft en toevallig de mestbal ontdekt, ook een eitje daarin zal leggen.

Geef het argument uit de gedragsbiologie waaruit blijkt dat deze verklaring onjuist is.

Agressie onder Berberapen en uitwendige prikkels

Berberapen in Algiers.

Wat is volgens de tekst de mogelijke uitwendige prikkel voor het onderdrukken van de agressie bij de mannetjesapen van deze soort?

Sleutelprikkels en reacties bij naakte molratten

De naakte molrat.

Citeer uit de tekst een sleutelprikkel en vermeld de reactie die daarop volgt.

Voedselzoekgedrag van de reiger

Bij een sloot.

In de tekst over het voedselzoekgedrag van de reiger zijn een uitwendige prikkel en de respons hierop genoemd.

Neem onderstaande zinnen over op je antwoordblad en maak ze daar af.
De prikkel voor de reiger is: ......
De respons hierop van de reiger is: ......

Gedrag van solitaire hengsten verklaren

Konikpaarden in de Millingerwaard.
Zie figuur B 3826 van de bijlage.

De paarden leven in haremgroepen. Een haremgroep bestaat uit een leidhengst, een aantal merries, veulens en jaarlingen (pubers). De leidhengst houdt solitaire (alleen levende) hengsten op afstand van de harem. Een van de manieren om zijn gezag te laten gelden is door in de buurt van een solitaire hengst een mesthoop te leggen waaraan de leidhengst uitvoerig gaat ruiken (zie de afbeelding). Vaak druipt de solitaire hengst dan af, maar soms ook niet.

Twee leerlingen willen dit verschil in gedrag tussen de solitaire hengsten verklaren.

Leerling 1: Het verschil kan ontstaan doordat voor de solitaire hengsten de sleutelprikkel voor 'afdruipgedrag' verschillend is.
Leerling 2: Het verschil kan ontstaan doordat bij de solitaire hengsten de motivatie voor 'afdruipgedrag' verschillend is.

Welke leerling doet of welke leerlingen doen een juiste uitspraak?

afbeeldingafbeelding