Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
1/3 Blaasontsteking. Zie figuur A 805 van de bijlage.
Rogier heeft een blaasontsteking. Bij een onderzoek van zijn urine waren bacteriën te zien. Deze bacteriën kwamen uit de blaas van Rogier.
In de afbeelding is onder andere het uitscheidingsstelsel te zien.
Hoe verlaten de bacteriën bij een blaasontsteking het lichaam? Geef dit in de afbeelding met een duidelijke lijn aan. Begin bij de blaas.
afbeelding
Uitscheiding
2/3 Blaasontsteking. Zie figuur B 3265 van de bijlage.
In de afbeelding zijn drie soorten cellen weergegeven.
Welke tekening geeft een bacterie weer? Tekening [invulveld]
afbeelding
Uitscheiding
3/3 Blaasontsteking.
De huisarts van Rogier schrijft een antibioticumkuur voor.
In de afbeelding hieronder is een deel van een bijsluiter weergegeven.
afbeelding
Rogier moet gedurende tien dagen elke dag twee tabletten innemen.
Hoeveel milligram doxycycline neemt Rogier per dag in?
Hij neemt [invulveld] mg in
Uitscheiding
1/2 Nieren. Zie figuur B 3210 van de bijlage.
In de afbeelding zijn schematisch enkele organen getekend.
Welke letter geeft een nier aan?
afbeelding
Uitscheiding
2/2 Nieren.
Als de nieren niet goed werken, kan een kunstnier soms hulp bieden. Een kunstnier is een apparaat dat het bloed van een patiënt schoonspoelt.
Welke stoffen verwijdert een kunstnier uit het bloed?
Uitscheiding
1/3 Een nierziekte. Zie figuur B 3237 van de bijlage.
In de afbeelding zijn een gezonde en een zieke nier weergegeven.
Als we over een nier praten, hebben we het dan over een cel, een orgaan of een organisme?
afbeelding
Uitscheiding
2/3 Een nierziekte. Zie figuur B 3237 van de bijlage.
De problemen met de zieke nier ontstaan doordat een niersteen deel P afsluit.
Wat is de naam van deel P?
P is de/het [invulveld]
afbeelding
Uitscheiding
3/3 Een nierziekte. Zie figuur B 3237 van de bijlage.
Welk deel van deze zieke nier is veel groter dan normaal?
afbeelding
Uitscheiding
1/2 Nierstenen. Zie figuur B 3311 van de bijlage.
Als bepaalde stoffen in de urine niet goed oplossen, klonteren ze samen en ontstaan er nierstenen. Nierstenen ontstaan vooral in het nierbekken. Kleine nierstenen worden meestal met de urine afgevoerd en veroorzaken geen problemen.
Zie figuur B 3311 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van het uitscheidingsstelsel weergegeven.
Als kleine nierstenen worden uitgeplast, passeren ze enkele delen van het uitscheidingsstelsel.
Welke delen van het uitscheidingsstelsel passeren nierstenen die uitgeplast worden achtereenvolgens?
In een folder staat: De blaas is een deel van het uitscheidingsstelsel. De blaas ligt achter de botten van het bekken. Door de soepele wand kan de blaas zich gemakkelijk aanpassen aan een wisselende inhoud. Als de blaas ongeveer 400 ml urine bevat, worden zenuwen geprikkeld. Hierdoor trekken spieren rond de blaas zich samen en ontstaat aandrang tot plassen.
Als we over de blaas praten, hebben we het dan over een weefsel, een orgaan of een organisme?
Uitscheiding
2/2 Plassen.
In de tekst in de folder worden samen met het uitscheidingsstelsel ook delen van andere orgaanstelsels genoemd.
Geef de naam van twee andere orgaanstelsels die in de tekst ter sprake komen.
Uitscheiding
Een urinestoma. Zie figuur B 4555 van de bijlage.
In sommige ernstige gevallen wordt tijdens een operatie een zogenaamde urinestoma gemaakt. Hierna worden bepaalde delen van het uitscheidingsstelsel niet meer gebruikt door zo'n patiënt. In de afbeelding is onder andere schematisch een urinestoma weergegeven.
Welke delen van het uitscheidingsstelsel worden volgens de informatie door iemand met een urinestoma niet meer gebruikt?
afbeelding
Uitscheiding
Een afsluiting door een niersteen. Zie figuur B 4578 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van het uitscheidingsstelsel weergegeven.
Op plaats P sluit een niersteen de doorvoer helemaal af.
Wat is het gevolg van deze afsluiting?
afbeelding
Uitscheiding
Een ‘wandelende' nier. Zie figuur B 4601 van de bijlage.
Bij sommige mensen blijven de nieren niet goed 'op hun plek'. Bijvoorbeeld als zo'n persoon gaat staan, kan de nier zich verplaatsen in de buikholte. Door het 'wandelen' van de nier kan deel P dubbelknikken. Daardoor vermindert de afvoer van urine naar de blaas.
Wat is de naam van P?
afbeelding
Uitscheiding
Glucose in bloed van nieren.
Het bloed in een nierslagader van de mens bevat per milliliter aanzienlijk meer glucose dan het bloed in een nierader.
Wat is de oorzaak voor dit verschil in glucoseconcentratie?