Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 14

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenfysiologie

Experiment met plant.
Zie figuur B 1012 van de bijlage.

De proefopstelling zoals die is afgebeeld, kan men gebruiken om aan te tonen dat deze afgesneden plant

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Wateropname door plantencellen.

Bij plantencellen kan een celdeling worden opgevolgd door plasmagroei, celstrekking en differentiatie.

Bij welk van de genoemde processen vindt de meeste opname van water plaats?

Plantenfysiologie

Experiment met plant.
Zie figuur B 1035 van de bijlage.

Er wordt een plastic zak om stengel en bladeren van een groene plant gedaan. De temperatuur blijft constant.
Na enkele uren verschijnen er waterdruppeltjes aan de binnenzijde van de plastic zak.

Welke van de volgende conclusies uit dit experiment is juist?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met takjes van loofboom.

Vier jonge takjes van een loofboom worden in reageerbuizen met water gezet.
De takjes hebben evenveel en even grote bladeren. De bladeren van tak 1 worden aan de bovenzijde ingesmeerd met een doorschijnende was, de bladeren van tak 2 aan de onderzijde en die van tak 3 aan beide zijden.
Tak 4 wordt niet behandeld.
Vervolgens worden de vier takken twee dagen in een warme kamer in het licht gezet.

In welke reageerbuis zal het waterpeil het meest dalen?

Plantenfysiologie

Experiment met stengels van een plant.
Zie figuur A 230 van de bijlage.

Drie stengels van dezelfde plant, een met veel, een met weinig en een zonder bladeren worden elk in een glas met 100 mL water gezet.
Op het water komt een olielaagje.
Na enkele dagen is de waterhoogte zoals in de figuur getekend is.
Ook blijkt dat het gewicht van elke opstelling verminderd is.

Hier volgen vier mogelijke verklaringen naar aanleiding van deze proef:

1. Verdamping vindt plaats via bladeren en/of stengels.
2. Een stengel met bladeren verdampt meer water naarmate er meer bladeren aan zitten.
3. Er vindt in stengels watertransport door de houtvaten plaats.
4. Water verlaat de bladeren via de huidmondjes.

Welke van deze beweringen wordt (worden) bevestigd door deze proef?




-

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Proefopstelling met plant op weegschaal.
Zie figuur B 1076 van de bijlage.

De proefopstelling staat op een weegschaal.
De proefopstelling weegt 1184 gram.
Een dag later is het waterpeil in de glazen buis gedaald en het gewicht is 1167 gram.
De lucht in de afgesloten ruimte waarin de proefopstelling staat, bevat meer waterdamp dan de vorige dag.

Welke conclusie kan uit deze proef getrokken worden?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Blad van waterlelie.
Zie figuur B 684 van de bijlage.

Vier even grote levende bladeren van een waterlelie worden ieder in een bak water gebracht.
Ieder blad drijft op het water (zie tekening).
De bakken staan in het zonlicht.
De bladeren zijn verschillend behandeld (zie tabel hieronder).
afbeeldingafbeelding

In welke bak zal de minste verdamping plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Eigenschappen van planten.

Van vier verschillende planten zijn de volgende gegevens bekend:

plant 1 bezit bladeren met zeer veel huidmondjes aan de onderzijde,
plant 2 bezit kleine, sterk behaarde bladeren,
plant 3 bezit erg grote en dunne bladeren,
plant 4 bezit huidmondjes die aan de bovenzijde van de bladeren liggen.

Welke van deze planten is waarschijnlijk het beste tegen uitdroging beschermd?

Plantenfysiologie

Wateropname door plant.

Van vier even grote planten van dezelfde soort wordt gedurende een bepaalde periode de opname van water gemeten.

Plant 1 staat in een kamer en wordt normaal belicht.
Plant 2 staat onder een glazen stolp en wordt normaal belicht.
Plant 3 staat in een kamer en wordt sterk belicht.
Plant 4 staat onder een glazen stolp en wordt sterk belicht.

De beschikbare hoeveelheid water is voor alle planten dezelfde en ruim voldoende.

Welke plant zal tijdens de proefperiode de grootste hoeveelheid water opnemen?

Plantenfysiologie

Experiment met geranium.

Een geranium wordt gedurende een week in het donker gezet en krijgt geen water.
Daarna wordt deze geranium een week in het licht gezet en regelmatig van water voorzien.
In beide situaties wordt de hoeveelheid water bepaald die de geranium verdampt.
Ook wordt in beide perioden het gemiddelde aantal geopende huidmondjes in de bladeren van deze plant bepaald.

Gedurende de eerste week (in het donker) heeft de geranium

Plantenfysiologie

Water en bladeren.

Water bereikt de bladeren van een plant met bladgroen vooral via de houtvaten.
Drie beweringen over dit water in bladeren zijn:

1. het kan verdampen,
2. het kan verbruikt worden bij fotosynthese,
3. het kan gebruikt worden bij het transport van suikers door de bastvaten.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

Plantenfysiologie

Woestijnplant en moerasplant.
Zie figuur B 813 van de bijlage.

Iemand doet een proef met een blad van een woestijnplant en een blad van een moerasplant.
Beide bladeren zijn pas van de planten afgesneden en gelijk van gewicht.
De snijvlakken van de stelen van de afgesneden bladeren worden ingevet om waterverlies vanuit de bladstelen tegen te gaan. De bladeren worden in de zon gelegd en regelmatig gewogen.
Van beide bladeren is in het diagram het gewicht tegen de tijd uitgezet.

Welk van beide bladeren zal waarschijnlijk de dikste waslaag hebben?
Welk van beide bladeren is waarschijnlijk afkomstig van de moerasplant?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met plant op weegschaal.
Zie figuur B 827 van de bijlage.

Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling (zie tekening) in het licht gebracht. Ruimte R is luchtdicht van de omgeving afgesloten.
Gedurende een dag wordt regelmatig de weegschaal afgelezen. Het blijkt dat het gewicht afneemt.

Waardoor wordt dit veroorzaakt?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Uitdroging van plant.

Aan vier leerlingen wordt gevraagd hoe planten in een droog gebied tegen uitdroging beschermd kunnen zijn.
Zij geven de volgende antwoorden:

1. door een zo dun mogelijke waslaag,
2. door een zo groot mogelijk bladoppervlak,
3. door een zo dicht mogelijke beharing,
4. door zo scherp mogelijke stekels.

Welk van deze antwoorden is goed?

Plantenfysiologie

Experiment met planten.
Zie figuur B 772 van de bijlage.

In de tekeningen zijn vier proefopstellingen weergegeven.
Bij het begin van de proef wegen ze alle vier evenveel.
Om de hele plant of om een gedeelte ervan is een plastic zak gedaan.
De opstellingen worden 24 uur in het licht geplaatst en daarna opnieuw gewogen.

Welke opstelling zal zeker in gewicht gelijk gebleven zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Druppelen van bomen.

Op een benauwde zomerdag met een hoge vochtigheidsgraad van de lucht kan nauwelijks water verdampen. Als je op zo'n dag onder de takken van een wilg doorloopt, is de kans vrij groot dat enkele druppels water op je hoofd vallen. Bij nadere bestudering zal blijken, dat het water uit de bladeren van de boom komt.
Drie beweringen over de oorzaak van dit verschijnsel zijn:

1. het water wordt uit de bladeren naar buiten geperst door de verdamping,
2. het water wordt uit de bladeren naar buiten geperst door de worteldruk,
3. het water wordt naar buiten geperst door de zuigkracht van de bladeren.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Plantenfysiologie

Experiment met bebladerde stengels.
Zie figuur B 1874 van de bijlage.

Vier bekerglazen worden gevuld zoals in de afbeelding is aangegeven. Ze worden onder gelijke omstandigheden in het licht opgesteld.

In welke opstelling zal na een week het vloeistofniveau het meest gedaald zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Waterverbruik door bebladerde stengel.
Zie figuur B 922 van de bijlage.

In een klas wordt het volgende experiment uitgevoerd. Twee reageerbuizen (1 en 2) worden tot hetzelfde niveau met water gevuld. In buis 2 wordt een takje met enkele bladeren geplaatst.
Direct daarna wordt in beide buizen olie op het water gegoten. Deze opstelling blijft een dag en een nacht zo staan. Daarna blijkt dat in buis 1 het vloeistofniveau niet is gedaald en in buis 2 wel (zie de afbeelding).
Vier leerlingen trekken hieruit een conclusie :

Leerling 1: het takje heeft water opgenomen.
Leerling 2: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal gebruikt voor de celstrekking.
Leerling 3: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal verbruikt bij de fotosynthese.
Leerling 4: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal verbruikt bij de verbranding.

Welke leerling trok de juiste conclusie uit dit experiment?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Verdamping door blad.
Zie figuur B 1886 van de bijlage.

De afbeelding stelt een proefopstelling voor. Hiermee wordt onderzocht of het invetten van bladeren invloed heeft op de verdamping. De luchtbel gaat naar de kant waar het meeste water verdampt.
De opstelling staat op een lichte, warme plaats.

Zal de luchtbel bewegen in de richting van P of in de richting van Q?
Hoe komt dat?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Water en anjers.
Zie figuur B 1902 van de bijlage.

Vier anjers worden elk in een bekerglas gezet dat gevuld is met water (zie de afbeelding). Twee anjers hebben bladeren. Het oppervlak van de bladeren van deze twee anjers is gelijk. De twee andere anjers hebben geen bladeren. De bloemen van alle vier de anjers hebben hetzelfde oppervlak. Via de bladeren en de bloemen kunnen de anjers water verdampen.
Twee van de bekerglazen zijn door een glazen stolp geheel van de buitenlucht afgesloten. Alle opstellingen staan in het licht bij 20°C.

In welk bekerglas zal de waterspiegel na enkele dagen het meest zijn gedaald?

afbeeldingafbeelding