Oefentoets Biologie: Genetica - bloedgroepen | HAVO 4/HAVO 5

Ontdek de digitale toets over bloedgroepen en fenotypen, gericht op studenten biologie, en leer meer over erfelijkheid, genotypen en de kans op verschillende bloedgroepen bij kinderen. Deze toets biedt inzicht in het ABO-systeem en de resusfactor, essentieel voor het begrijpen van genetica. - 14 vragen

Aantal vragen

14

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloedgroepen en fenotypen bij ouders

Fenotype.

Twee ouders, die beide bloedgroep A hebben, krijgen kinderen met twee verschillende bloedgroepen.

De fenotype verhouding tussen deze twee bloedgroepen is

Kans op bloedgroep O bij kinderen

Bloedgroepen.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen zijn IA , IB en i. Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.

Als een man met bloedgroep A en een vrouw met bloedgroep B een kind hebben met bloedgroep O, hoe groot is dan de kans dat een tweede kind eveneens bloedgroep O zal hebben?

Bloedgroepen en genotypen

Bloedgroepen.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.

Een man met bloedgroep A en een vrouw met bloedgroep B hebben een kind met bloedgroep O.

Zijn deze ouders homozygoot of heterozygoot met betrekking tot de bloedgroep?

Bloedgroepen en erfelijkheid

Bloedgroepen.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.
Een van de grootouders van moeders kant en ook een van de grootouders van vaders heeft bloedgroep O.
Moeder heeft bloedgroep A en vader heeft bloedgroep B.

De kinderen van deze ouders zullen

Kans op bloedgroep en resusstatus

Bloedgroepen.
Zie figuur B 218 van de bijlage.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.

De twee allelen die bij de mens de bloedgroepen van het resusstelsel bepalen, zijn R en r.
Individuen met het genotype RR of Rr zijn resuspositief, homozygoot recessieve individuen zijn resusnegatief.
De genen voor de bloedgroepen van het ABO-stelsel en die voor de bloedgroepen van het resusstelsel zijn niet gekoppeld en niet-X-chromosomaal.

De bloedgroepen van de individuen 2, 3, 5 en 6 in de stamboom zijn als volgt:

individu 2: - bloedgroep O, resusnegatief,
individu 3: - bloedgroep O, resuspositief,
individu 5: - bloedgroep A, resuspositief,
individu 6: - bloedgroep A, resusnegatief.

Hoe groot is de kans dat het eerste kind van 5 en 6 bloedgroep O heeft en resusnegatief is?

-

afbeeldingafbeelding

Bloedgroepen en erfelijkheid

Bloedgroepen.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.

De kinderen van een man met bloedgroep A en een vrouw met bloedgroep AB kunnen de volgende bloedgroepen hebben:

Bloedgroepen en biologische ouderschap

Verschillende bloedgroepen.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.

Een ouderpaar (paar P) is van mening dat in het ziekenhuis hun pasgeboren baby is verwisseld met de baby van een ander ouderpaar (paar Q). Paar Q is het niet met hen eens. De twistende ouderparen laten hun bloedgroepen bepalen. Van paar P heeft de man bloedgroep AB, de vrouw heeft bloedgroep O. Van paar Q hebben man en vrouw beiden bloedgroep A. De ene baby (baby 1) heeft bloedgroep A, de andere baby (baby 2) heeft bloedgroep O.

Kunnen op basis van deze gegevens de baby's aan hun biologische ouders worden toegewezen?
Zo ja, welke baby hoort dan bij welk ouderpaar?
Zo nee, waardoor niet?

Bloedgroepen en erfelijkheid

Bloedgroepen.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.
Een moeder met bloedgroep B heeft een dochter met bloedgroep O.

Wat kan de bloedgroep van de vader zijn?

Bloedgroepen en erfelijkheid

Bloedgroepen.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.

Van een twee-eiige tweeling heeft het ene kind bloedgroep A en het andere kind bloedgroep O. Hun vader heeft bloedgroep B.

Welke bloedgroep kan de moeder van deze tweeling hebben?

Bloedgroepen en ouderlijke afstamming

Bloedgroepen.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.

Vier ouderparen hebben de volgende bloedgroepen:

ouderpaar 1: AB en O,
ouderpaar 2: A en AB,
ouderpaar 3: A en O,
ouderpaar 4: O en B.

Bij de kinderen van deze vier ouderparen komen de bloedgroepen O, AB, A en B voor.

Van welke kinderen is op grond van de bloedgroep vast te stellen bij welk ouderpaar ze behoren?

Bloedgroepen en erfelijkheid

1/2 Bloedgroepen.

85% van de Nederlandse bevolking heeft de bloedgroepfactor resus D(+), de rest is resus D (-). Resus D(+) is dominant.

- een kruising: resus D(-) x resus D(+).

Welke geno- en fenotypen kunnen de kinderen hebben?

Bloedgroepen en Resusfactor Berekeningen

2/2 Bloedgroepen.

Deze bloedgroepfactor komt altijd voor in combinatie met de bloedgroepen A, B, AB of O. Laatstgenoemde bloedgroepen komen in de volgende percentages voor:

bloedgroep A: 42%,
B: 9%,
AB: 3%,
O: 46%.

Bereken de percentages waarin de bloedgroepen A, B, AB en O voorkomen in combinatie met de resusfactor.

Genetica van bloedgroepen en resusfactor

Een groot gezin.

In een gezin zijn 14 kinderen geboren. De vader is resus+, de moeder is O, resus -.
Geen van de kinderen was bij de geboorte een resusbaby.

Wat is de meest aannemelijke verklaring daarvoor?

Bloedgroepen en erfelijkheid

Bloedgroepen.

Een man en een vrouw hebben beiden bloedgroep B en zijn resusnegatief.

Welke van onderstaande bloedgroepaanduidingen zou op hun kinderen van toepassing kunnen zijn?