Ordening
Ordening.
Bacteriën en blauwwieren worden tot één plantengroep (de Schizofyceae) gerekend.
Zij verschillen van de overige organismen doordat zij beide
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Ordening.
Bacteriën en blauwwieren worden tot één plantengroep (de Schizofyceae) gerekend.
Zij verschillen van de overige organismen doordat zij beide
Ordening.
Gegeven de volgende kenmerken:
1. bevatten op een enkele uitzondering na geen chlorofyl;
2. zijn niet in het bezit van een cellulose/pectine celwand;
3. zijn autotroof;
4. vormen geen sporen/cysten;
5. zijn altijd pathogeen;
6. hebben prokaryote cellen.
Voor de meeste bacteriën gelden de kenmerken:
Ordening.
Pathogene bacteriën zijn
Ordening.
I. Bacteriën hebben geen celwand en geen chromosomen.
II. De meeste bacteriën zijn heterotroof.
Ordening.
De zogenaamde 'darmflora' bij de mens is een voorbeeld van
Ordening.
Wij treffen vaak bacteriën aan in water, waarin een overdreven algengroei heeft bestaan.
Dit valt te verklaren omdat
Ordening.
Onder parasitaire bacteriën verstaan wij
Ordening.
Bacteriën kunnen latent zijn; dat wil zeggen:
Ordening.
I. Gesteriliseerde melk bevat relatief veel bacteriesporen.
II. Spirillen zijn schroefvormige bacteriën.
Bacteriën.
Zie figuur B 938 van de bijlage.
De tekening stelt voor twee bacterievormen, aangegeven met A en B.
Welk combinatie is juist?
afbeelding
Bacteriekolonie.
Waarom wordt een bacteriekolonie niet onbeperkt groter?
Ordening.
Een saprofyt is een
Ordening.
Bacteriën vormen sporen om
1/3 Microbiologische ontdekkingen.
Aan het eind van de negentiende eeuw werd duidelijk dat er behalve bacteriën nog een ander type micro-organisme bestaat. In Nederland ontdekte Martinus Beijerinck dat de veroorzaker van de tabakmozaïekziekte niet door zeer fijne bacteriefilters werd tegengehouden. Later bleek het te gaan om een virus dat het tabakmozaïekvirus (TMV) werd genoemd.
Welke conclusie zal Beijerinck hebben getrokken uit de waarneming dat de ziekteverwekker niet door bacteriefilters werd tegengehouden?
2/3 Microbiologische ontdekkingen.
Bacteriën worden in de biologie tot een apart rijk gerekend.
Noem een eigenschap waardoor zij zich, afgezien van de grootte, onderscheiden van de vertegenwoordigers van drie andere rijken.
3/3 Microbiologische ontdekkingen.
Een andere ontdekking van Beijerinck was dat bacteriën uit tuinaarde goed konden groeien in een voedingsvloeistof zonder stikstofverbindingen waardoorheen lucht werd geleid.
Om welk van de volgende typen bacteriën ging het hier?
De ziekte van Lyme.
In Oostenrijk is de populatie teken zo besmet, dat elke tekenbeet direct behandeld wordt met antibiotica tegen Borrelia. Dit is vaak succesvol.
Organismen worden onderverdeeld in rijken.
Tot welk rijk behoort Borrelia, gezien deze gegevens, het meest waarschijnlijk?
Oorlog in de neus.
Zie figuur B 4534 van de bijlage.
Een patiënt meldt zich op de polikliniek en zijn slijmvliescellen worden onderzocht op de aanwezigheid van Haemophilus influenzae-bacteriën. In het preparaat worden naast de bacteriën ook cellen van de patiënt aangetroffen.
In de afbeelding zijn twee cellen afgebeeld.
- Welk van de afbeeldingen (P of Q) stelt de cel van de patiënt voor en welke de bacterie?
- Geef van zowel de cel van de patiënt als van de bacterie twee kenmerken op basis waarvan je concludeert welke cel van de patiënt is en welke de bacteriecel is.
afbeelding
Darmflora.
De nieuwe onderzoekstechniek die gebruikt werd, vertelt snel welke soorten bacteriën er in een monster aanwezig zijn. De techniek herkent de bacteriën aan een eigenschap van hun ribosomen.
Zie figuur B 2974 van de bijlage.
In de afbeelding is een schematische tekening van een bacterie te zien.
Met welk cijfer wordt een ribosoom aangegeven?
afbeelding
Botox.
Zie figuur A 992 van de bijlage.
Clostridium botulinum is een langwerpige, sporenvormende bacterie die botuline, één van de giftigste stoffen op aarde, kan produceren. De sporen van deze bacterie zijn bestand tegen zowel vocht als droogte en kunnen ook goed tegen hitte. Wanneer er geen zuurstof aanwezig is, verandert de spore in een bacterie en deze produceert grote hoeveelheden botuline. In ingeblikte voedingswaren of voedsel dat onder olie bewaard wordt is geen zuurstof aanwezig. In dit zo geconserveerde voedsel zal botuline kunnen ontstaan wanneer sporen aanwezig zijn en uitgroeien tot een bacterie.
Botuline kan kapot gekookt worden door verhitting boven de 85°C gedurende minstens vijf minuten.
In het menselijk lichaam voorkomt botuline dat blaasjes met neurotransmitter in zenuwcellen kunnen fuseren met het celmembraan. Hierdoor geeft de zenuwcel geen neurotransmitter af en geen impuls door. Door het botuline ontstaan vaak problemen met scherp zien en met spreken. In een later stadium worden de arm- en beenspieren slap, treden ademhalingsproblemen op en wordt het hartritme ontregeld. Dit kan uiteindelijk leiden tot de dood.
Clostridium botulinum behoort tot de grampositieve bacteriën. In de afbeelding is een vereenvoudigde determinatietabel weergegeven waarmee microbiologen kunnen bepalen met welke groepen (P t/m U) van grampositieve bacteriën ze te maken hebben.
In welke groep hoort Clostridium botulinum thuis?
afbeelding