Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 23 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

23

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Darmvlokken.

De darmvlokken zorgen er voor

Spijsvertering

Stoffen in het darmkanaal van de mens.

In het darmkanaal van een mens bevinden zich onder andere:

1. water
2. glucose
3. eiwitten
4. zouten

Welke van deze stoffen wordt of welke worden zonder vertering in het bloed opgenomen?

Spijsvertering

Processen in spijsverteringsstelsel van de mens.

Hieronder worden enkele processen genoemd, die plaatsvinden in het spijsverteringsstelsel van de mens:

1. productie van enzymen door darmwandklieren,
2. opname van verteringsproducten in het bloed,
3. opname van zouten in het bloed.

Welk van deze processen vindt of welke vinden plaats in de dunne darm?

Spijsvertering

Opname van verteringsproducten.

Bij de vertering worden de stoffen uit het voedsel omgezet in opneembare stoffen: de verteringsproducten.

Vanuit welk deel van het verteringsstelsel worden deze verteringsproducten hoofdzakelijk opgenomen in het bloed?

Spijsvertering

Darmvlok.
Zie figuur A 138 van de bijlage.

In de figuur is een doorsnede van een darmvlok getekend. Na een zetmeelrijke maaltijd wordt op plaats 1 en plaats 2 een bloedmonster genomen. Het glucosegehalte (suikergehalte) en het zuurstofgehalte van monster 1 worden vergeleken met die van monster 2.

Bloedmonster 1 bevat per mL

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Darmvlokken.

In welk deel van het spijsverteringskanaal van de mens komen darmvlokken voor?

Spijsvertering

Vetvertering.

In welk van onderstaande delen van het spijsverteringsstelsel van de mens worden vetten verteerd?

Spijsvertering

Spijsverteringskanaal van de mens.

Voor een deel van het spijsverteringskanaal van de mens geldt het volgende:

1. Het maakt peristaltische (knedende) bewegingen;
2. Er vindt vertering plaats van vetten, eiwitten en koolhydraten.

Welk deel is dit?

Spijsvertering

Wand darmkanaal.
Zie figuur B 1801 van de bijlage.

De tekening geeft een deel van de wand van het darmkanaal van de mens weer.
Met de nummers 1 en 2 is spierweefsel aangegeven.

Is het getekende deel een stukje van de slokdarm of van de dunne darm?
Wat gebeurt er met de darm als de spieren bij 1 zich samentrekken?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Darmvlok.
Zie figuur B 697 van de bijlage.

De tekening stelt een darmvlok uit de dunne darm voor.

Waarvan is P een vertakking?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Darmkanaal mens.
Zie figuur B 1838 van de bijlage.

De tekening stelt een deel van het darmkanaal van een mens voor.

Welk deel?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Darmkanaal mens.
Zie figuur B 3500 van de bijlage.

In de afbeelding is een stukje van de wand van het darmkanaal van de mens getekend.

Van welk deel van het darmkanaal is het getekende stukje afkomstig?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Darmvlok.
Zie figuur B 3499 van de bijlage.

In de afbeelding is een doorsnede van een darmvlok van de mens schematisch getekend.
De pijlen geven de stroomrichting aan van het bloed in de bloedvaten.
Met de cijfers 1, 2 en 3 zijn vaten aangegeven.

In welk vat is na een koolhydraatrijke maaltijd het glucosegehalte het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Darmvlok.
Zie figuur B 3499 van de bijlage.

In de afbeelding is een doorsnede van een darmvlok van de mens schematisch getekend.
De pijlen geven de stroomrichting aan van het bloed in de bloedvaten.
Met de cijfers 1, 2 en 3 zijn vaten aangegeven.

In welk vat is na een koolhydraatrijke maaltijd het vetgehalte het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/5 Een darmvlok.
Zie figuur B 1955 van de bijlage.

De afbeelding geeft een darmvlok van de mens weer. De pijlen geven de stroomrichting aan van het bloed in de bloedvaten. Met de cijfers 1, 2 en 3 zijn vaten aangegeven.

In welk deel van het darmkanaal komen darmvlokken voor?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/5 Een darmvlok.

Welk type weefsel wordt met P aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

3/5 Een darmvlok.

Is het zuurstofgehalte in de bloedvaten 1 en 2 verschillend?
Zo ja, in welk bloedvat is het zuurstofgehalte het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

4/5 Een darmvlok.

In welk vat is na een zetmeelrijke maaltijd het glucosegehalte het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

5/5 Een darmvlok.

Uit welk vat stroomt de inhoud rechtstreeks naar de poortader?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/2 Dunne darm.
Zie figuur A 383 van de bijlage.

In de afbeelding is een stukje van de dunne darm vergroot, schematisch weergegeven. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan. Een aantal plaatsen is genummerd.
Joachim heeft twee boterhammen gegeten.

Op welke van de genummerde plaatsen is een uur na het eten van de boterhammen de grootste hoeveelheid verteringsenzymen actief?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/2 Dunne darm.
Zie figuur A 384 en figuur A 383 van de bijlage.

In de afbeelding A 384 is een gedeelte van de rug van Joachim schematisch getekend. Een aantal zones is aangeduid met cijfers.
De ligging van het middenrif is met lijn P aangegeven.

In welke van de aangeduide zones kan het stukje dunne darm zich bevinden dat in afbeelding A 383 is weergegeven?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Voedingsopname zonder vertering.

In het darmkanaal van een mens bevinden zich onder andere: water, glucose, eiwitten en zouten.

Welke van deze stoffen wordt of welke worden zonder vertering in het bloed opgenomen?

Spijsvertering

Het bloedvatenstelsel.

Vanuit het darmkanaal wordt brandstof in het bloed opgenomen.

In welk gedeelte van het darmkanaal vindt de opname van brandstof in het bloed vooral plaats?