Oefentoets Biologie: Assimilatie | VWO 5/VWO 6 | variant 9

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Assimilatie

Zetmeelproef.
Zie figuur B 4849 van de bijlage.

Een rood-groen blad van Coleus en een wit-groen blad van Chlorophytum (zie afbeelding) worden na sterke belichting onderworpen aan de zetmeelproef met jodium.

Zetmeel blijkt aanwezig te zijn in het deel met het nummer of de delen met de nummers

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Fotosynthese.

Om de intensiteit van de fotosynthese te bepalen, wordt vaak de hoeveelheid vrijkomende zuurstof gemeten.

De reden dat gekozen is voor het meten van vrijkomende zuurstof, is dat zuurstof

Assimilatie

O2 -gehalte in water.

Bij warm weer stijgt de temperatuur van het oppervlaktewater.
Het O2 -gehalte in dit water is dan laag.

Wat is de oorzaak of wat zijn de oorzaken van dit lage O2 -gehalte?

Assimilatie

Fotosynthese.

Omtrent de fotosynthese kan het volgende worden gesteld:

Assimilatie

Fotosynthese.
Zie figuur B 4853 van de bijlage.

Het nevenstaande schema geeft het verband weer tussen de fotosynthese-activiteit en de lichtintensiteit bij verschillende CO2 -concentraties en verschillende temperaturen.

Uit deze gegevens kunnen we concluderen, dat bij lichtintensiteit P de fotosynthese-activiteit bepaald wordt door

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Fotosynthese.
Zie figuur A 1078 van de bijlage.

De fotosynthese van een bepaalde plant met groene bladeren in relatie tot de golflengten van het licht wordt weergegeven in nevenstaand diagram.
Men wil bij proeven met deze planten de fotosynthese tot een minimum beperken en toch voor het doen van waarnemingen voldoende licht ter beschikking hebben.

De lamp die voor dit doel het meest geschikt is, dient licht te geven met een golflengte van

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Metingen in een bos.
Zie figuur A 1079 van de bijlage.

In een bos worden metingen gedaan aan de fotosynthese-activiteit van blauwe bosbes en eik. De dissimilatie per soort blijkt tijdens de waarnemingsperiode constant te zijn. De resultaten zijn in nevenstaande grafiek afgebeeld.

Men kan hieruit afleiden dat

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

1/2 Fotosynthese bij Waterpest.
Zie figuur A 1080 van de bijlage.

Bij een experiment werd de fotosynthese-activiteit bepaald bij een takje waterpest (Elodea canadensis). Het experiment werd uitgevoerd met of zonder kunstlicht op een winterse dag in een klaslokaal. De opstelling is hiernaast in afbeelding 1 te zien. De hoeveelheid geproduceerde O2 werd elke 5 minuten afgelezen. De resultaten staan hieronder.

afbeeldingafbeelding

Noem twee abiotische factoren die tijdens dit experiment constant gehouden moeten worden, omdat ze anders de resultaten zeker beïnvloeden.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

2/2 Fotosynthese bij Waterpest.

Maak op je bijlage twee grafieken met de O2 -productie als functie van de tijd.

afbeeldingafbeelding

Leg het verloop van de grafieken uit.
Zet in het antwoordvak: zie ook bijlage.

Assimilatie

Nostoc.
Zie figuur A 1081 van de bijlage.

Nevenstaande afbeelding toont de cyanobacterie Nostoc sp. Als er te weinig stikstof beschikbaar is in de vorm van ammonia en nitraten etc., worden er heterocysten (de cellen met veel dikkere wand) gevormd in de ketens.

Welke van de onderstaande bewering(en) is/zijn juist?

I. In de heterocyst wordt stikstof vastgelegd.
II. Fotosysteem I is niet actief in de heterocyst.
III. Fotosysteem II is niet actief in de heterocyst

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Rubisco en assimilatie.
Zie figuur B 4855 van de bijlage.

Het enzym Rubisco vervult een cruciale stap in de koolstofassimilatie door planten. Naast zijn belangrijkste omzetting, een carboxylatiereactie, katalyseert het ook een oxidatiereactie. In waterplanten hangt de frequentie van de oxidatiereactie af van de relatieve CO2 - en O2 - concentraties in het water, die weer afhangen van de temperatuur. In de figuren staan de absolute (a) en relatieve (b) CO2 - en O2 -concentraties in water dat in evenwicht is met de atmosfeer.

Welke bewering hieronder is juist?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie

Beperkende factor.

Plaatselijke omstandigheden, zoals zware regenval of het oogsten van planten, verminderen de hoeveelheid stikstof of calcium die beschikbaar is voor de groei van nieuwe planten. De hoeveelheid koolstof is maar zelden een beperkende factor.

Wat is daarvan de reden?

Assimilatie

1/2 Algen groeien zonder licht.

Lees de tekst hieronder.
afbeeldingafbeelding

In welke zin staat het alternatief voor licht? Dat staat in zin ..

[invulveld]

Assimilatie

2/2 Algen groeien zonder licht.

De onderzoekers die de algen hebben veranderd, denken dat hun vondst veel geld kan opleveren.

Op grond waarvan verwachten ze dat? Kruis het juiste nummer of de juiste nummers aan.

1. Deze algen hebben alleen glucose nodig om te groeien.
2. Met behulp van grote reactievaten kunnen veel en goedkoop algen worden geproduceerd.
3. Als een consument de algen eet, groeien deze vanzelf met behulp van glucose uit het bloed.
4. De algen kunnen energie uit glucose halen.

Assimilatie

Maïs.
Zie figuur B 4857 van de bijlage.

Maïskorrels worden enkele centimeters diep gezaaid. Na het zaaien duurt het ongeveer twee weken voor de maïskorrel gaat ontkiemen. Als het stengeltje van een kiemplantje boven de grond komt, zijn de reservestoffen vrijwel verbruikt.

Op welke wijze komt de kiemplant aan energierijke stoffen als zijn reservestoffen zijn verbruikt?

afbeeldingafbeelding