Oefentoets Biologie: Hormoonstelsel - suikerregeling | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 2

Deze oefentoets bevat 50 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

50

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Hormoonstelsel

Glucosegehalte.
Zie figuur B 1015 van de bijlage.

Het schema geeft de werking weer van de hormonen adrenaline en insuline.

Wat moet op de plaatsen 1, 2 en 3 ingevuld worden om dit schema kloppend te maken?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Insuline.

Als bij een persoon het lichaam geen insuline produceert (dit is een vorm van suikerziekte), moet hij zich insuline inspuiten.

Wat gebeurt er wanneer hij op een bepaald moment te veel insuline inspuit?

Hormoonstelsel

Glucosegehalte.
Zie figuur B 1057 van de bijlage.

Het bloed bij de mens bevat per 100 ml gemiddeld 0,1 gram glucose (suiker). Gedurende enige tijd wordt bij iemand de hoeveelheid glucose in het bloed bepaald. Het verband tussen deze hoeveelheid en de tijd wordt uitgezet in een diagram.

Van welk hormoon neemt de hoeveelheid in het bloed toe tussen de tijdstippen t1 en t2 ?
Waar wordt dit hormoon geproduceerd?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Glucosegehalte.
Zie figuur B 1066 van de bijlage.

Twee personen drinken elk 100 ml van dezelfde glucose-oplossing (suikeroplossing).
Gedurende een aantal uren wordt van deze personen het glucosegehalte van het bloed bepaald.
De resultaten zijn weergegeven in het diagram.
Grafiek P geldt voor een persoon met suikerziekte en grafiek Q geldt voor een gezond persoon.

Het verschil in deze grafieken is te verklaren doordat bij de persoon met suikerziekte

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Glucose en glycogeen.

Wordt bij de mens de omzetting van glucose in glycogeen bevorderd door adrenaline of door insuline?
Waar wordt dit glycogeen opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Glucosegehalte.

Welke klieren in het lichaam van de mens produceren hormonen die het glucosegehalte van het bloed verlagen?
Liggen deze klieren onder of boven het middenrif?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Insuline.
Zie figuur B 793 van de bijlage.

Het schema stelt een deel van het spijsverteringsstelsel en enkele bloedvaten van de mens voor.
De pijlen geven de richting van het transport weer.

Op welke van de aangegeven plaatsen zal de grootste hoeveelheid insuline worden aangetroffen na een zetmeelrijke maaltijd?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Glucosegehalte.
Zie figuur B 808 van de bijlage.

Het diagram geeft het verband weer tussen het glucosegehalte van het bloed in een beenslagader van een mens en de tijd. Deze mens levert in deze tijd geen grote inspanning.
Op tijdstip 1 eet hij een paar boterhammen.

Door welk hormoon wordt de daling van het glucosegehalte tussen tijdstip 2 en tijdstip 3 veroorzaakt?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Glucoseverhoging.

Drie hormonen die het glucosegehalte in het bloed van de mens beïnvloeden, zijn: adrenaline, glucagon en insuline.

Welk van deze hormonen kan of welke kunnen het glucosegehalte van het bloed verhogen?

Hormoonstelsel

Glucosegehalte.

Hieronder volgen drie beweringen over hormonen van de mens.

- Adrenaline wordt geproduceerd in de eilandjes van Langerhans.
- Glucagon en insuline hebben een tegengesteld effect op het glucosegehalte van het bloed.
- In de bijnieren wordt een hormoon geproduceerd dat snel het glucosegehalte van het bloed kan veranderen.

Hoeveel van deze beweringen zijn juist?

Hormoonstelsel

Glucosegehalte.

Een proefpersoon krijgt adrenaline ingespoten in een ader van een arm. Onder invloed van deze adrenaline stijgt het glucosegehalte van het bloed.

In welk van de volgende bloedvaten zal het glucosegehalte het eerst stijgen?

Hormoonstelsel

Hormonen.

Bepaalde hormonen beïnvloeden het glucosegehalte van het bloed.

In welk orgaan of in welke organen worden die hormonen gevormd?

Hormoonstelsel

Glucosegehalte.

In het lichaam wordt een hormoon gemaakt dat het glucosegehalte van het bloed verhoogt en een hormoon dat het glucosegehalte verlaagt.

Waar in het lichaam worden beide hormonen gemaakt?

Hormoonstelsel

Glucosegehalte.

Een proefdier krijgt gedurende twaalf uur geen voedsel en wordt daarna ingespoten met adrenaline.
Kort daarna worden bloedmonsters genomen uit de darmslagader, de leverader, de leverslagader en de poortader.

In welk van deze bloedvaten zal het glucosegehalte van het bloed het hoogst zijn?

Hormoonstelsel

1/2 Insuline en het PC1-gen.

Insuline is een hormoon dat het suikergehalte van het bloed regelt. Het bevordert de opname van glucose door cellen en de omzetting van glucose in glycogeen.

In welk orgaan wordt insuline geproduceerd?

Hormoonstelsel

2/2 Insuline en het PC1-gen.

Er is ontdekt dat een bepaald gen, het PC1-gen, onmisbaar is voor de productie van insuline. Mutaties in dit gen hebben geleid tot een bepaalde vorm van suikerziekte.

In welke cellen bevindt zich het PC1-gen?

Hormoonstelsel

1/3 Bloedsuiker.

Insuline en glucagon regelen de bloedsuikerspiegel. Toen ze tien maanden was, bleek Martine suikerziekte (diabetes) te hebben. Nu is ze elf en ze geeft zich tweemaal daags een injectie met insuline. Ze let ook goed op wat ze eet en drinkt. Niet leuk, maar toch ervaart Martine haar suikerziekte allerminst als een handicap. ‘Iemand met suikerziekte is geen buitenbeentje', zegt haar moeder. ‘Wie zich aan de regels houdt, kan echt net zo volwaardig leven als ieder ander.' Insuline heeft effect op de bloedsuikerspiegel.

In welk orgaan van een mens wordt insuline gemaakt?

Hormoonstelsel

2/3 Bloedsuiker.

Welk effect heeft insuline op de bloedsuikerspiegel?
Op welke manier treedt dit effect op?

Hormoonstelsel

3/3 Bloedsuiker.
Zie figuur B 3709 van de bijlage.

In afbeelding is de bloedsuikerspiegel van een mens in zes perioden weergegeven.

In welke perioden wordt het verloop van de grafiek veroorzaakt door de productie van glucagon?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

1/5 Bloedsuiker.

De hormonen insuline en glucagon regelen de bloedsuikerspiegel.

Welk effect heeft glucagon op de bloedsuikerspiegel?
Op welke manier treedt dit effect op?

Hormoonstelsel

2/5 Bloedsuiker.

Wat is er aan de hand bij diabetespatiënten (suikerziekte)?
Welke productie is bij hen verstoord?

Hormoonstelsel

3/5 Bloedsuiker.

Door welk orgaan of welke organen wordt insuline geproduceerd?

Hormoonstelsel

4/5 Bloedsuiker.

In het lichaam van een mens komt nog een andere hormoon voor dat de bloedsuikerspiegel direct beïnvloedt.

Door welk orgaan of welke organen wordt dit hormoon geproduceerd?

Hormoonstelsel

5/5 Bloedsuiker.
Zie figuur B 3709 van de bijlage.

In de afbeelding is de bloedsuikerspiegel van een mens in zes perioden weergegeven.

In welke perioden wordt het verloop van de grafiek veroorzaakt door de productie van insuline?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Insuline en glycogeen.

Bij de mens wordt het verband vergeleken tussen:

1. de hoeveelheid insuline in het bloed en
2. de hoeveelheid glycogeen in de lever en in de spieren.

Welk verband is juist?

Hormoonstelsel

Klieren bij de mens.
Zie figuur B 844 van de bijlage.

I. Insuline wordt gevormd in orgaan 3.
II. Glucagon wordt gevormd in orgaan 5.

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

1/2 Diabetes.
Zie figuur B 2893 van de bijlage.

'Altijd dorst en voortdurend moe? Laat u zich dan bij uw huisarts controleren op diabetes', adviseert het Diabetes Fonds Nederland.
Diabetes is een ziekte die kan ontstaan doordat de eilandjes van Langerhans geen of minder insuline maken.
Insuline bevordert de opname van glucose in de cellen.
Bij gebrek aan insuline wordt het glucosegehalte in het bloed veel te hoog.
Het lichaam gaat dan glucose uitscheiden met de urine.
Bij de uitscheiding van glucose met de urine gaat veel water verloren, zodat een patiënt steeds dorst heeft.
In de afbeelding is een aantal organen van de mens aangegeven.

Welk cijfer geeft het orgaan aan waarin de eilandjes van Langerhans zich bevinden?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

2/2 Diabetes.

Door regelmatige injecties met insuline en het opvolgen van voedingsadviezen, kan het glucosegehalte in het bloed van een diabetes-patiënt redelijk constant worden gehouden. Maar als een patiënt te weinig eet of zich meer inspant dan normaal, kan duizeligheid optreden of zelfs bewusteloosheid. Bij bewusteloosheid kan een arts een injectie met glucagon geven.

Wat is het directe gevolg van zo'n injectie met glucagon op de samenstelling van het bloed?

Hormoonstelsel

1/3 Suikerziekte.

Suikerziekte kan ontstaan doordat de eilandjes van Langerhans te weinig insuline produceren.
Hierdoor kunnen de cellen in het lichaam niet voldoende glucose opnemen uit het bloed.
De hoeveelheid glucose in het bloed stijgt dan, waardoor glucose wordt uitgescheiden.
Door middel van urine-onderzoek kan worden vastgesteld of iemand suikerziekte heeft.
Een suikerpatiënt moet tabletten slikken om de eigen insuline-productie te verhogen.
Als dit niet helpt, moet hij of zij het hormoon bij zichzelf inspuiten.
De hoeveelheid insuline die wordt ingespoten en de hoeveelheid voedsel die de patiënt gebruikt, dienen goed op elkaar te worden afgestemd.

In welk orgaan of welke organen bevinden zich de cellen die door de genoemde tabletten worden aangezet tot een hogere insulineproductie?

Hormoonstelsel

2/3 Suikerziekte.

Via welk orgaan of welke organen wordt glucose bij een (niet behandelde) suikerpatiënt uitgescheiden?

Hormoonstelsel

3/3 Suikerziekte.

Een bepaalde suikerpatiënt heeft niet de goede hoeveelheid insuline ingespoten.
Hij gaat zich daardoor op een gegeven moment zwak en trillerig voelen.
De klachten gaan over zodra hij een suikerklontje heeft gegeten.

Werden zijn klachten veroorzaakt doordat hij teveel of doordat hij te weinig insuline had ingespoten? Geef een verklaring voor je antwoord.

Hormoonstelsel

1/4 Suikerziekte.

Toen ze 10 maanden oud was, bleek Martine suikerziekte (= diabetes) te hebben.
Nu is ze elf jaar oud en ze geeft zichzelf tweemaal daags een injectie met insuline; ze let ook goed op wat ze eet en drinkt.
Niet leuk, maar toch ervaart Martine haar suikerziekte allerminst als een handicap.
"Iemand met suikerziekte is geen buitenbeentje", zegt haar moeder.
"Wie zich aan de regels houdt, kan echt net zo volwaardig leven als ieder ander".
Insuline is een eiwit; het is ook een hormoon. Onder invloed van insuline daalt het glucosegehalte van het bloed.

In welk orgaan van een mens wordt insuline gemaakt?

Hormoonstelsel

2/4 Suikerziekte.

Welke andere klieren produceren ook een hormoon dat het suikergehalte van het bloed direct beïnvloedt?

Hormoonstelsel

3/4 Suikerziekte.

Martine spuit de insuline in door de huid van de buik. Het eiwit insuline komt op die manier in het bloed terecht.
Insuline kan door een suikerpatiënt niet in tabletvorm of in opgeloste vorm worden ingeslikt.
Insuline, via de mond ingenomen, zou het glucosegehalte in het bloed niet laten dalen.

Leg uit waardoor het effect van insuline bij inname via de mond verloren gaat.

Hormoonstelsel

4/4 Suikerziekte.

Doordat Martine suikerziekte heeft, moet ze bij het samenstellen van haar maaltijden letten op de hoeveelheden van bepaalde typen stoffen.

Op welk type stoffen moet Martine daarbij vooral goed letten?

Hormoonstelsel

1/3 Suikerziekte.

Bij een suikerpatiënt werken bepaalde cellen in de eilandjes van Langerhans niet goed.
De nieren gaan dan regelmatig glucose uitscheiden.

Via welk bloedvat stroomt glucoserijk bloed de nieren binnen?

Hormoonstelsel

2/3 Suikerziekte.

Welk hormoon wordt bij een suikerpatiënt onvoldoende door deze cellen in de eilandjes van Langerhans geproduceerd?

Hormoonstelsel

3/3 Suikerziekte.

Bij een suikerpatiënt die nog geen medicijnen tegen suikerziekte krijgt, wordt uit de arm wat bloed afgenomen.
Dit bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van glucose. Ook de urine wordt onderzocht op de aanwezigheid van glucose.

Waarin zal glucose aangetoond kunnen worden?

Hormoonstelsel

1/3 Diabetes mellitus.

Diabetes mellitus (= suikerziekte) kan ontstaan door verschillende oorzaken. De ziekte kan het gevolg zijn van het feit dat er onvoldoende insuline wordt geproduceerd (diabetes type I).
Bij diabetes type II produceren de eilandjes van Langerhans wel insuline, maar nemen de cellen in het lichaam te weinig glucose uit de weefselvloeistof op door een ontregeling van het opname-mechanisme. Bij het opname-mechanisme speelt de insuline-receptor een rol. Men veronderstelt dat er bij diabetes type II te weinig insuline-receptoren zijn of dat de receptoren te weinig affiniteit met insuline hebben. Bij beide typen diabetes wordt het teveel aan glucose in het bloed uitgescheiden met de urine.

Is het insulinegehalte in het bloed van onbehandelde patiënten met diabetes type II gemiddeld per 24 uur lager dan, gelijk aan of hoger dan dat bij gezonde mensen?

Hormoonstelsel

2/3 Diabetes mellitus.
Zie figuur B 1983 van de bijlage.

Glucose wordt in bepaalde weefsels van de mens omgezet in glycogeen. Dit wordt opgeslagen. In de afbeelding zijn enkele typen weefsel weergegeven.

In welk of in welke van deze typen weefsel kunnen bij de mens grote hoeveelheden glycogeen worden opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

3/3 Diabetes mellitus.

Als een lijder aan diabetes niet wordt behandeld, ontstaan onder andere de volgende verschijnselen:

1. de geproduceerde urine bevat glucose,
2. de hoeveelheid geproduceerde urine neemt toe,
3. er vindt afzetting van vetten plaats op de vaatwanden.

Elk van deze verschijnselen heeft een directe oorzaak. Indirecte oorzaken worden hier buiten beschouwing gelaten.
Bekend zijn onder meer de volgende vier veranderingen:

P. de terugresorptie van water in de nieren neemt af,
Q. de osmotische waarde van het weefselvocht is verhoogd, doordat dit weefselvocht meer glucose dan normaal bevat,
R. er worden, in verhouding tot de totale hoeveelheid vetten, minder vetten in de vetcellen opgenomen,
S. het glucosegehalte van het bloed kan tot veel hogere waarden stijgen dan bij gezonde personen.

Welke van deze veranderingen is een directe oorzaak van welk van de genoemde verschijnselen?

Hormoonstelsel

1/3 Een patiënt met diabetes mellitus.
Zie figuur A 270 van de bijlage.

De wetenschappelijke naam voor suikerziekte is diabetes mellitus, kortweg diabetes genoemd. Een nieuwe mogelijkheid voor behandeling van een patiënt met diabetes is implantatie van een alvleesklier in combinatie met een stuk darm. De afbeelding geeft weer op welke wijze de geïmplanteerde alvleesklier met het stuk darm in de buikholte van de patiënt is geplaatst en is verbonden met het bloedvatenstelsel. De geïmplanteerde alvleesklier is in de lies van de patiënt verbonden met een slagader en met een ader.
Enkele bloedvaten van de patiënt zijn:

1. leverader;
2. onderste holle ader;
3. poortader.

Bij succesvolle implantatie is de gemiddelde concentratie insuline van het bloed in één van deze bloedvaten hoger dan bij een gezonde persoon met een normaal gelegen en normaal functionerende alvleesklier die een vergelijkbare hoeveelheid insuline produceert.

In welk van de genoemde bloedvaten van de patiënt is de gemiddelde concentratie insuline hoger dan bij een gezonde persoon?



-

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

2/3 Een patiënt met diabetes mellitus.
Zie figuur A 270 van de bijlage.

Bij implantatie van een alvleesklier wordt ook een stukje van de twaalfvingerige darm van de donor geïmplanteerd. Aan dit stukje van de twaalfvingerige darm bevindt zich de afvoerbuis van de geïmplanteerde alvleesklier. De darm wordt op de urineblaas van de ontvanger aangesloten (zie de afbeelding). Deze aansluiting is van wezenlijk belang voor het slagen van de alvleesklier-implantatie.

Waartoe is het noodzakelijk dat een stukje darm wordt mee geïmplanteerd en aangesloten op de urineblaas?

Dankzij dit stukje darm en de aansluiting op de urineblaas

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

3/3 Een patiënt met diabetes mellitus.
Zie figuur A 270 van de bijlage.

Bij een patiënt met diabetes wordt een alvleesklier-implantatie uitgevoerd.
Bij deze patiënt zouden na deze implantatie op een bepaald moment de volgende waarnemingen kunnen worden gedaan:

1. er is glucose aanwezig in de vloeistof in de nierbekkens;
2. de concentratie glucose in het bloed van de leverader is lager dan die in de poortader;
3. de concentratie glucose van het bloed in een nierslagader is hoger dan die in een nierader.

Welke van deze waarnemingen wijst er op dat het implantaat is afgestoten?

Waarneming

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

2/5 Diabetes.

Geef de naam van twee hormonen die worden geproduceerd door de eilandjes van Langerhans.

Hormoonstelsel

4/5 Diabetes.
Zie figuur A 727 van de bijlage.

Enkele delen zijn aangegeven met de cijfers 1, 2, 3 en 4.

Welk cijfer geeft de poortader aan?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

5/5 Diabetes.

Een patiënt die door een transplantatie organen van een donor heeft gekregen, krijgt medicijnen toegediend die de afweer onderdrukken.

Leg uit waarvoor bij een patiënt met deze getransplanteerde organen het afweersysteem moet worden onderdrukt.