Oefentoets Biologie: Groei-ontwikkeling - algemeen | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 6 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

6

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Groei en ontwikkeling

Celdelingen.

Weefsels waarin we bij een persoon van 30 jaar de meeste celdelingen kunnen verwachten zijn

Groei en ontwikkeling

Groeisnelheid.
Zie figuur B 530 van de bijlage.

In het diagram is de groeisnelheid van een jongen en van een meisje uitgezet tegen hun leeftijd.
Toen de metingen begonnen, waren beiden twee jaar oud en precies even lang.
Over de groei bij deze jongen en bij dit meisje worden vier uitspraken gedaan:

1. Op hun 13e verjaardag waren beiden even groot.
2. De groeisnelheid van het meisje was het grootst toen ze 12 jaar was; de groeisnelheid van de jongen was het grootst toen hij 15 jaar was.
3. De kraakbeenschijven in de pijpbeenderen van het meisje waren eerder geheel verbeend dan die in de pijpbeenderen van de jongen.
4. Vanaf het tijdstip dat het meisje 16 jaar was en vanaf het tijdstip dat de jongen 18 jaar was, bevonden zich geen beenvormende cellen meer in hun pijpbeenderen.

Welke uitspraak is juist?

afbeeldingafbeelding

Groei en ontwikkeling

Groei.
Zie figuur B 1351 van de bijlage.

Bij de ontwikkeling van een pasgeboren kind tot een volwassen persoon neemt de massa van het lichaam toe. In het diagram van de afbeelding geeft grafiek 1 de toename van de massa van het hele lichaam van een mannelijk persoon gedurende de eerste 20 levensjaren weer.
Langs de verticale as in het diagram is de massa uitgedrukt in procenten van de uiteindelijke massa.
In grafiek 2 van de afbeelding wordt de toename van de massa van een organenstelsel weergegeven.
Drie organenstelsels in het lichaam van de mens zijn: het verteringsstelsel, het voortplantingsstelsel en het zenuwstelsel.

Van welk van deze organenstelsels wordt in het diagram de groei aangegeven met grafiek 2?

afbeeldingafbeelding

Groei en ontwikkeling

1/2 Groei.
Zie figuur B 1351 van de bijlage.

In het diagram zijn de leeftijden Q en R aangegeven. Het rechterbeen van een persoon op leeftijd Q wordt vergeleken met zijn rechterbeen op leeftijd R. Hierover worden de volgende beweringen gedaan:

1. Op leeftijd Q is in het rechterbeen van deze persoon kraakbeen aanwezig, op leeftijd R niet meer.
2. Zowel op leeftijd Q als op leeftijd R wordt in het rechterbeen van deze persoon beenweefsel afgebroken en weer opgebouwd.
3. Zowel op leeftijd Q als op leeftijd R kunnen in een bepaald deel van het rechterbeen van deze persoon bloedcellen worden gevormd.

Welke van deze beweringen is of zijn juist?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Groei en ontwikkeling

1/2 Groei bij meisjes en jongens.
Zie figuur A 673 en figuur A 671 van de bijlage.

Bij de groei nemen lengte en gewicht toe. De tabel hieronder is afkomstig uit een boek over gezondheidszorg.

afbeeldingafbeelding

Met behulp van de tabel is voor elke aangegeven leeftijd te berekenen hoeveel een meisje of jongen gemiddeld in een jaar zwaarder wordt.

Bereken de jaarlijkse gemiddelde gewichtstoename van meisjes van 10 tot 18 jaar. Zet de uitkomsten in de figuur A 671 van de bijlage en maak met deze uitkomsten een staafdiagram op het grafiekpapier.



-

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Groei en ontwikkeling

2/2 Groei bij meisjes en jongens.
Zie figuur A 414 van de bijlage.

Eén van de kenmerken van de puberteit is de 'groeispurt' tot de volwassen lengte. Deze groeispurt is bij jongens en meisjes verschillend. In de afbeelding is de groei van jongens en meisjes in een diagram weergegeven.
Uit het diagram blijkt een verschil tussen jongens en meisjes met betrekking tot de groeispurt en een verschil met betrekking tot hun lengte.

Welke verschillen zijn dit?

afbeeldingafbeelding