Plantenanatomie en -fysiologie
1/5 Groei en ontwikkeling van planten.
Zie figuur A 366 van de bijlage.
Van het Zonneroosje komt een bepaald fenotype voor in het laagland en een ander fenotype hoog in de Alpen. Beide fenotypen zijn weergegeven in de afbeelding.
Het volgende experiment werd gedaan. Zaden van Zonneroosjes werden gezaaid hoog in de Alpen: daar ontwikkelde zich uit deze zaden een groep Zonneroosjes met het alpiene fenotype. Deze Zonneroosjes werden geplaatst in het laagland: daar ontwikkelde een deel van de planten zich tot het laagland-fenotype en een deel behield het alpiene fenotype. Er zijn tijdens het experiment geen mutaties opgetreden.
Waardoor behield een deel van deze Zonneroosjes in het laagland toch een alpien fenotype?
afbeelding







